Het bijvoet-ooibos (Artemisio-Salicetum albae) is een associatie uit het verbond van wilgenvloedbossen en -struwelen (Salicion albae). Het is een plantengemeenschap van pioniersoorten die voorkomt in uiterwaarden en op rivierstranden die regelmatig overstromen, en die gedomineerd wordt door smalbladige wilgen. Vaak komt het bijvoet-ooibos voor als galerijbos langs grote rivieren.
Deze associatie komt in Nederland vrij algemeen voor langs de grote rivieren; in Vlaanderen is ze beperkt tot de Grensmaas.
Naamgeving en codering Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r41Aa01 BWK-karteringscode: sf Natura2000-habitattypecode (EU-code): H91E0A
De wetenschappelijke naam Artemisio-Salicetum albae is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk bijvoet (Artemisia vulgaris) en schietwilg (Salix alba).
Fysiognomie thumb|Een zomeraspect. Qua fysiognomie is het bijvoet-ooibos vrij variabel; de associatie manifesteert zich in zowel de formatie van een loofbos als een loofstruweel. Dikwijls treedt de gemeenschap lintvormig op als galerijbos. Het vormt een houtige pioniervegetatie met een open, lage boomlaag die vaak niet te onderscheiden is van de struiklaag.
De kruidlaag kan bestaan uit een- en tweejarige planten, of uit meerjarige planten met wortelstokken of bovengrondse uitlopers, afhankelijk van de dynamiek van het ooibos.
Een terrestrische moslaag is doorgaans afwezig, maar bij dichte groei en door de nabijheid van water, ontstaat een milieu met hoge luchtvochtigheid dat zeer gunstig is voor een rijke epifytenbegroeiing.
Ecologie Het bijvoet-ooibos komt voor in zeer dynamische plaatsen, vlak bij de rivier in uiterwaarden, op rivierstranden langs de grote rivieren en in zoetwatergetijdengebied. De bodem bestaat uit matig fijn tot matig grof, kalkrijk zand, eventueel gemengd met slib. Soms vestigt de associatie zich ook op kribben. De standplaatsen worden regelmatig overstroomd, maar drogen in de zomer uit wanneer de grondwaterspiegel tot meer dan 50 cm diepte zakt. De werking van het water maakt dat erosie en sedimentatie elkaar afwisselen, en dat het vele aangevoerde strooisel snel mineraliseert.
Buiten hun natuurlijke standplaatsen kan dit bostype ook aangetroffen worden op pas vergraven terreinen op kalkrijke zandbodems.
Subassociaties in Nederland en Vlaanderen Binnen het bijvoet-ooibos worden in Nederland en Vlaanderen twee subassociaties onderscheiden. Het ecologische onderscheid tussen deze twee subassociaties hangt vooral samen met het verschil in bodemtextuur en overstromingsregime.
Subassociatie met zwarte populier Het bijvoet-ooibos met zwarte populier (Artemisio-Salicetum populetosum) is een subassociatie die doorgaans voorkomt op standplaatsen die onderhevig zijn aan de allerhoogste mate van (rivier)dynamiek. Differentiërende taxa zijn watermuur, melganzenvoet, korrelganzenvoet, stippelganzenvoet, gewone steenraket, veerdelig tandzaad, perzikkruid, beklierde duizendknoop, krulzuring, heermoes en stekelnoot. Zwarte populier vindt in deze subassociatie haar optimum. De syntaxoncode voor Nederland (rVvN) is r41Aa01a.
Subassociatie met fioringras Het bijvoet-ooibos met fioringras (Artemisio-Salicetum agrostietosum stoloniferae) is een subassociatie die veelal op standplaatsen voorkomt met een relatief net iets minder hoge (rivier)dynamiek. Zo kan het ook als galerijbos langs strangen optreden. Differentiërende taxa zijn fioringras, kweek, kropaar, hondsdraf, kruipende boterbloem, kleefkruid, gewone smeerwortel en smalle en grote weegbree. De syntaxoncode voor Nederland (rVvN) is r41Aa01b.
Vegetatiezonering In de vegetatiezonering kan het bijvoet-ooibos grenzen aan het lissen-ooibos dat verder van de rivier vandaan groeit. Ook grenst het vaak aan de vlieszaad-associatie.
Microgemeenschappen De vochtige, zeer basenrijke boomvoetschors, wortelschors en de schors van de min of meer horizontaal groeiende stammen (van omgevallen wilgen die weer uitlopen) kunnen geschikte micromilieus vormen voor bepaalde rivierbegeleidende, door mossen gedomineerde microgemeenschappen. Zo vindt men hier af en toe de kribbenmos-associatie en de riviervedermos-associatie. Hogerop vindt men regelmatig de associatie van riviersterretje en uiterwaardmos.
Biogeografie Het verspreidingsgebied van het bijvoet-ooibos omvat de laaglanden van Europa langs de grote rivieren.
In Nederland komt het vooral voor langs de Waal, de Gelderse IJssel, de Rijn, de Lek en de Maas, en in het zoetwatergetijdengebied. In Vlaanderen is deze associatie beperkt tot de vallei van de Grensmaas. In beide landen is door de natuurontwikkeling van de laatste jaren de associatie in oppervlakte toegenomen.
Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen Het bijvoet-ooibos heeft in Vlaanderen en Nederland één kensoort, de zwarte populier. Daarnaast komen ook de kensoorten van de klasse in dit bostype voor, vooral de dominante schietwilg en de katwilg.
In de kruidlaag zijn grote brandnetel en ruw beemdgras dominant. De associatie kan onderscheiden worden van beide andere associaties in het verbond, het lissen-ooibos en het veldkers-ooibos, door de aanwezigheid van ruigtesoorten als de akkerdistel, boerenwormkruid en bijvoet, en van pioniersoorten als de grote weegbree, vijfvingerkruid en zilverschoon.
In de onderstaande synoptische tabel staan per vegetatielaag de belangrijkste diagnostische plantentaxa voor het bijvoet-ooibos voor Nederland en Vlaanderen.
Boomlaag en/of struiklaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking associatiekentaxa zwarte populier Populus nigra klassekentaxa schietwilg Salix alba katwilg Salix viminalis amandelwilg Salix tiandra bittere wilg Salix purpurea kraakwilg Salix fragilis begeleidende taxa canadapopulier Populus ×canadensis Kruidlaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking > 80% grote brandnetel Urtica dioica > 70% ruw beemdgras Poa trivialis dS > 60% fioringras Agrostis stolonifera t.o.v. subassociatie met fioringras dA > 60% akkerdistel Cirsium arvense t.o.v. andere associaties van het verbond > 50% rietgras Phalaris arundinacea > 50% kruipende boterbloem Ranunculus repens > 40% reukeloze kamille Tripleurospermum maritimum > 40% hondsdraf Glechoma hederacea dA > 40% bijvoet Artemisia vulgaris t.o.v. andere associaties van het verbond > 40% dauwbraam Rubus caesius dA > 40% vijfvingerkruid Potentilla reptans t.o.v. andere associaties van het verbond dA boerenwormkruid Tanacetum vulgare t.o.v. andere associaties van het verbond dA grote weegbree Plantago major t.o.v. andere associaties van het verbond dA zilverschoon Potentilla anserina t.o.v. andere associaties van het verbond dA akkerkers Rorippa sylvestris t.o.v. andere associaties van het verbond herik Sinapsis arvensis bezemkruiskruid Senecio inaequidens neofyt stekelnoot Xanthium spp. neofyt reuzenbalsemien Impatiens glandulifera neofyt
Bedreigingen Afval (veek) kan de kwaliteit van het bijvoet-ooibos verminderen.
Fotogalerij
Zie ook Lijst van bosgemeenschappen in Nederland
Bijvoet-ooibos Categorie:Struweel