Pavement is een Amerikaanse indierockband die in 1989 werd opgericht in Stockton (Californië). Voor het grootste deel van hun elf jaar actieve opnameperiode bestond de groep uit Stephen Malkmus (zang en gitaar), Scott Kannberg (gitaar en zang), Mark Ibold (bas), Steve West (drums) en Bob Nastanovich (percussie en zang). Opgestart zonder ambitie en in volledige obscuriteit door Malkmus en Kannberg, leidde onverwachte undergroundaandacht hen geleidelijk van het een naar het ander. Het opnemen van een eerste 7"-ep leidde tot het vinden van een drummer, een platencontract, verdere opnames, een eerste tour, een eerste album, het vinden van een tweede drummer en een bassist, grotere en internationale tournees en meerdere platen. Hun sound evolueerde van experimentele lo-fi noise naar geleidelijk cleanere, maar daarom niet minder eigenzinnige indierock. Ze namen tussen 1989 en 1999 vijf albums, zes ep's en veertien singles op. In 1999 gingen ze met enige bitterheid uit elkaar omdat Stephen Malkmus zich op andere projecten wilde richten. In 2010 ondernamen ze een goed ontvangen internationale reünietournee. In 2022 volgde een tweede reünie.
Hoewel ze in 1994 met de single Cut Your Hair kort de aandacht van de mainstream trokken, was Pavement vooral een succesvolle indierockband. In plaats van te tekenen bij een groot label, zoals veel van hun voorgangers uit de jaren tachtig hadden gedaan, bleven ze gedurende hun hele opnameperiode bij onafhankelijke labels, waaronder Drag City, Matador, Domino Records en Flying Nun. Ze zijn vaak beschreven als een van de meest invloedrijke bands uit de Amerikaanse underground van de jaren negentig. Sommige prominente muziekcritici, zoals Robert Christgau en Stephen Thomas Erlewine, noemden hen de beste band van de jaren negentig. Ze hebben de status van een populaire cultband bereikt.Erlewine, Stephen Thomas; Phares, Heather. "Pavement biography", AllMusic. Geraadpleegd op 26 maart 2009. Van The Rolling Stone Encyclopedia of Rock & Roll (Simon & Schuster, 2001)
Geschiedenis Eind jaren 80–1992: Ontstaan en Slanted and Enchanted Stephen Malkmus werd geboren in Los Angeles en verhuisde naar Stockton toen hij 8 of 9 jaar was. Malkmus en Scott Kannberg woonden in dezelfde wijk en zaten op dezelfde school, de Davis Elementary in Stockton. Ze ontmoetten elkaar rond de tijd dat ze in de derde klas zaten op een voetbalveld en werden vrienden als lid van het schoolvoetbalteam. Door de jaren groeiden ze nog meer naar elkaar toe vanwege hun gedeelde interesse voor muziek. Aanvankelijk betekende dit bands als Kiss en Rush. Maar al snel deelden ze een voorliefde voor outsider-genres als punk en hardcore, met name de toen ontluikende Amerikaanse DIY-scene, met bands als Black Flag, Dead Kennedys, D.O.A. en Circle Jerks, die hen op hun beurt aanmoedigde om muziekinstrumenten aan te schaffen en het zelf te proberen. Malkmus speelde vanaf zijn 16de bas in een hardcore band, The Straw Dogs, en vervolgens nog in een groep genaamd Crisis Alert. Hij verliet Stockton voor twee jaar om naar een private school te gaan in Santa Barbara. Toen hij daarvan terugkeerde en zijn oude vriend Kannberg weer vervoegde op Tokay High School bracht hij heel wat muzikale ontdekkingen van de vroege jaren tachtig met zich mee; bands als X en Devo. Kannberg pikte als tiener veel nieuwe muziek op van zijn neef Daryl. Deze nam cassettes van groepen als Devo, The Police en Elvis Costello mee naar de boerderij van hun grootmoeder in Montana, waar ze samen elke zomer doorbrachten.
Na het afstuderen trok Malkmus naar de universiteit van Virginia en Kannberg naar die van Arizona State. Kannberg had een groep in Arizona met zijn neef Daryl en verder nog Mike Pistrui als zanger. Hij bedacht de naam Pavement voor de groep en deed er één optreden mee op een feest in Arizona in 1987. Kort hierna gaf hij zijn studies op en keerde hij terug naar Stockton.
Eenmaal weer thuis werkte Kannberg een jaar in een platenzaak, waarna hij naar Sacramento trok om stedenbouw te studeren. Tijdens de vakanties startte hij met Malkmus en drummer Chuck Valpey een groep genaamd Bag o'Bones, die invloeden van R.E.M., de vroege New Order en Echo & the Bunnymen mengde.
Aan de universiteit van Virginia ontmoette Malkmus Bob Nastanovich. Het klikte meteen tussen hen. Ze speelden samen in een noiseband genaamd Ectoslavia (met ook David Berman van Silver Jews en James McNew van Yo La Tengo) en waren ook beiden dj's op het collegeradiostation WTJU van de universiteit. Onder de dj's werd de Engelse band The Fall verafgood. Gezamenlijke interesses van Nastanovich en Malkmus waren verder flipperen, sport en bier drinken. Het duo draaide allerlei muziekstijlen op de radio, waarbij Malkmus de voorkeur gaf aan de meest diverse stromingen binnen de rock terwijl Nastanovich meer van obscure artiesten hield. Meest gedraaid waren The Fall en Swell Maps. Malkmus had naast Ectoslavia ook nog een tweede band in Virginia genaamd Lake Speed. Tijdens de vakanties, wanneer Malkmus naar Stockton terugkeerde, wisselde hij muzikale ontdekkingen uit en jamde hij met Kannberg. Tegen de tijd dat ze hun instrumenten enigszins onder de knie hadden, was hun muzikale horizon nog verder uitgebreid met acts als The Replacements en The Clean.
Eind 1988 besloten ze om een ep te gaan opnemen om zo "deel uit te maken van de muziekgeschiedenis". Malkmus had enkele nummers en Kannberg had er enkele. De ambities waren bescheiden. Ze luisterden naar obscure bands als Chrome, Swell Maps en Television Personalities en beoogden enkel een obscuur singletje op de wereld los te laten. De band wilde bovendien bewust mysterieus overkomen. Geen foto's van de band op de hoezen en in de traditie van helden als Epic Soundtracks en Nikki Sudden (van Swell Maps) en Helios Creed en Damon Edge (van Chrome) identificeerden Malkmus en Kannberg zich op de eerste ep's als S.M. en Spiral Stairs.
De goedkoopste studio die ze konden vinden was van lokale oude hippie Gary Young, die thuis een opnamestudio had staan. 17 januari 1989 trokken ze zijn studio Louder Than You Think in waar ze in vier uur de nummers opnamen van de eerste 7"-ep Slay Tracks (1933-1969). Ervaren drummer Gary Young drumde ook op twee nummers van de ep, Box Elder en Price Yeah!. Op She Believes drumden twee drummers mee, Jeff Doyle en Kelly Hensley. De rest speelden Malkmus en Kannberg zelf. Studioeigenaar Young, wiens favoriete band Yes was, begreep de muziek van Pavement aanvankelijk niet. Hij vond het maar raar en het zou enkele jaren duren voor hij het doorhad.
Nadat de opname was voltooid, gaf Malkmus Kannberg de opdracht om de ep uit te brengen, terwijl hij, na het behalen van zijn diploma, op een reis naar delen van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten vertrok. Kannberg ontwierp de hoes van de ep en stuurde exemplaren naar verschillende onafhankelijke labels, distributeurs en muziektijdschriften. Hij herinnert zich: “Ik had geen idee hoe ik dat moest doen. Ik stuurde brieven naar mijn favoriete labels zoals SST en Twin Tone en vroeg, 'Hoe doe ik dit?'” Via SST kreeg hij een antwoord van Henry Rollins (van Black Flag) die hem aanraadde Erica Records te gebruiken, een fabrikant van 7"s in Los Angeles. En dus koos Kannberg Erica Records om Slay Tracks te produceren, maar hij was uiteindelijk niet gelukkig met de door het bedrijf geproduceerde masteropname: “Het klinkt zoals het nu klinkt. Het is nogal een puinhoop, maar omdat ik arm was en er niet echt om gaf, zei ik: 'Oké, da's ok als het zo klinkt... om het even...“ Slay Tracks werd geperst in een beperkte oplage van 1000 exemplaren, met een groene dinosaurusstempel op het label van de eerste 50 exemplaren. De tijdschriften waar Kannberg een exemplaar naar had verzonden waren lovend. De ep werd naar geïnteresseerde platenzaken in de Verenigde Staten, Engeland en daarbuiten gedistribueerd via Kannbergs eigen opgerichte Treble Kicker Records. Tijdens zijn rondreis door Europa hoorde Malkmus plots zijn eigen stem door de boxen van een platenzaak in Oostenrijk waar, zonder dat Kannberg het er rechtstreeks naar had verstuurd, een exemplaar van de ep terecht was gekomen.
Kort na de release werd Slay Tracks al een collector's item. Exemplaren werden verkocht voor 500 tot 600 dollar. Malkmus en Kannberg hielden elk 100 exemplaren van de ep. Malkmus hierover: “Ik verkocht ze voor vijftig dollar. Als ik geld nodig had, ging ik naar een platenzaak en verkocht er een paar en ze werden verkocht voor honderd dollar per stuk. Ik kom zelden iemand tegen die hem kocht toen hij oorspronkelijk uitkwam.” Malkmus zei ook dat het tweetal “waarschijnlijk ongeveer honderd stuks heeft weggegeven aan vrienden en bands waarmee we later op tournee gingen.” De nummers op Slay Tracks vonden airplay op verschillende collegeradiostations, waaronder WTJU van de Universiteit van Virginia en KALX van de Universiteit van Californië, Berkeley. De band had het relatieve succes van de ep niet verwacht; Kannberg zei later “Het was erg verrassend om mensen te vinden die van Slay Tracks hielden.”
Dan Koretzky, oprichter van het net opstartende platenlabel Drag City, bestelde 200 exemplaren van de ep voor de platenwinkel Reckless Records in Chicago waar hij toen werkte. Koretzky vroeg Kannberg of Pavement bij Drag City wilde tekenen tijdens hetzelfde telefoongesprek waarin hij de ep bestelde. Malkmus was toen nog steeds op reis in Europa waardoor Kannberg niet zeker was of er zelfs nog wel sprake was van een band. Uiteindelijk werd op 16 en 17 oktober 1989 een tweede ep opgenomen, opnieuw in de Louder Than You Think Studio van Gary Young. Voor de opnames hiervan werd een nieuwe drummer gebruikt, Jason Fawkes, waarmee Kannberg ondertussen een tweede groep was gestart. Maar na enkele nummers opgenomen te hebben, werd duidelijk dat Fawkes en Malkmus niet met elkaar overweg konden. Uiteindelijk drumde Fawkes enkel op het nummer Forklift van de ep. Op de andere nummers drumden Malkmus en Kannberg zelf.Jovanovic (2004), p.78–82. Malkmus beschreef Fawkes later als “die depressieve kerel die me misschien ooit zal vermoorden... Hij is erg competitief.”Tape Op: The Book About Creative Music Recording, edited by Larry Crane. Interviews with Stephen Malkmus and Gary Young, pp. 68–78 Demolition Plot J-7 tapte uit hetzelfde vat als de debuut-ep, maar het geluid van de groep werd verruimd door keyboards. Voor de release van de tweede ep werd er al een derde 10"-ep opgenomen, op 29 en 30 december 1989, ditmaal enkel door Malkmus, Kannberg en Young.