De letterzetter (Ips typographus) is een hout-etende kever die behoort tot de familie van de snuitkevers (Curculionidae) en de onderfamilie van de schorskevers (Scolytinae).
De kever is bruin, vooraan wat donkerder dan aan de achterzijde, en met een lengte van 4,5 tot 5 millimeter relatief klein. Vanwege de vraat aan het floëem van levend hout wordt de letterzetter beschouwd als een van de schadelijkste kevers ter wereld. De bomen raken verzwakt en kunnen uiteindelijk sterven doordat de sapstromen worden verstoord door de vraatgangen van met name de larven. In ietwat verzwakte houtopstanden kan de soort zich massaal vermenigvuldigen en grote schade aanrichten in natuurlijke bossen en in de bosbouw. Een lokaal ecosysteem kan daardoor geheel veranderen.
De letterzetter heeft zich gespecialiseerd op de fijnspar (Picea abies) maar leeft ook in bomen uit de geslachten den (Pinus), spar (Picea) en lariks (Larix). Doordat de dieren waardevol timmerhout doorzeven met hun vraatgangen en het hout waardeloos maken, richten zij grote economische schade aan.
Van origine komt de kever voor in delen van Europa en Azië; in Europa van Scandinavië tot het noorden van Italië. Als gevolg van de internationale export van planten en bomen is deze soort vanaf het einde van de twintigste eeuw echter ook aangetroffen in andere werelddelen.
Namen en indeling thumb|De letterzetter dankt zowel zijn Nederlandstalige en wetenschappelijke naam aan de complexe gangen die de larven en de kevers uitknagen in het hout van bomen. De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 als Dermestes typographus gepubliceerd door Carl Linnaeus in de tiende editie van Systema naturae. (1758). Systema naturae ed. 10: 355 De kever is daarna onder verschillende wetenschappelijke namen beschreven, zoals Ips japonicus Niisima, 1909, Bostrichus octodentatus Paykull, 1800 en Ips octodentatus Paykull, 1800. Deze namen worden beschouwd als synoniemen.
De Nederlandstalige naam verwijst naar het patroon van de gangen in het hout, dat doet denken aan loodzetsel in een letterkast. Andere namen zijn boekdrukker en achttandig bastkevertje. Deze laatste naam verwijst naar puntige uitsteeksels achteraan de dekschilden.
Ook in diverse andere talen heeft de soort meerdere namen. Sommige slaan op de stekels aan de achterzijde van de dekschilden zoals de Engelse namen 'eight-toothed spruce bark beetle', 'eight-dentate beetle' en 'eight-spined beetle', en de Duitse naam 'großer achtzähniger fichtenborkenkäfer'. Andere benamingen slaan op de levenswijze in het hout van bomen, zoals bostrico dell'abete rosso (Italiaans, 'sparren-schorskever'), granbarkborre ( Zweeds, 'vuren-schorskever') en Buchdrucker (Duits, 'boekdrukker'). Ook in de Engelse taal staat de kever wel bekend onder namen die wijzen op de hout-etende levenswijze zoals (European) spruce bark beetle, bark beetle, en engraver beetle.
Indeling De letterzetter behoort tot familie van de snuitkevers en de onderfamilie van de schorskevers (Scolytinae). De meeste snuitkevers hebben een langwerpige snuit (rostrum), maar die ontbreekt bij de schorskevers. De onderfamilie schorskevers wordt vertegenwoordigd door sterk gespecialiseerde soorten die vrijwel altijd onder de bast van bomen en grotere planten leven en daar van het spinthout eten. Soorten die levende planten aanvreten zijn altijd schadelijk voor hun waardplant omdat ze de sapstromen verstoren. Enkele soorten, waaronder de letterzetter, kunnen zich vermeerderen tot plagen en zijn veel schadelijker zijn dan verwante soorten.
Andere schadelijke schorskevers in Nederland zijn de iepenspintkevers uit het geslacht van de spintkevers (Scolytus). Deze soorten komen ook voor in België en zijn voornamelijk gebonden aan iepen. Een zeer beruchte soort is Euwallacea fornicatus, die naast vraatschade ook verschillende plantenschimmels overbrengt. Deze kever komt nog niet algemeen voor in de Benelux, maar wordt als een potentieel gevaar gezien.
Uiterlijke kenmerken thumb|Belangrijkste lichaamsdelen van de kever. thumb|Belangrijkste delen van de kop, afgebeeld is een vrouwtje. De letterzetter is bruin tot donkerbruin of bijna zwart en bereikt een lichaamslengte van 4,0 tot 5,5 millimeter exclusief de poten en antennes. Het lichaam is 2,3 tot 2,5 keer langer dan breed. Het oppervlak is deels glad met putjesrijen en deels bezet met lichter gekleurde beharing. Net als veel andere schorskevers heeft de letterzetter een bijna cilindrisch lichaam met een onderstandige kop die geheel onder het sterk vergrote halsschild is gelegen. De bijna ronde doorsnede is een aanpassing aan de borende levenswijze en het leven in smalle tunnels.
Bij verwante soorten uit het geslacht Ips hebben de aanhangsels bij de vrouwtjes een andere vorm dan bij de mannetjes, maar bij de letterzetter is er geen duidelijk verschil; het geslacht kan alleen worden vastgesteld door de geslachtsorganen van de dieren uit te prepareren. Alleen de mannetjes hebben een aedeagus, een penisachtig orgaan.
Kop De kop is aan de bovenzijde niet zichtbaar omdat deze geheel onder het halsschild is gepositioneerd. De antennes van de kever zijn relatief kort, het antennelid dat aan de kop is gehecht, de scapus, is verbreed en het tweede antennelid, de pedicel, is bijna kogelrond. De overige antenneleden (de flagella) zijn erg kort en lijken een enkel deel te vormen. Het uiteinde van de antenne is knotsvormig.
Borststuk Het borststuk bestaat uit drie delen die ieder één paar poten dragen aan de onderzijde en de voorste twee delen dragen daarnaast een paar vleugels aan de bovenkant. Het voorste deel van het borststuk wordt beschermd door het pronotum of halsschild.
Het pronotum is aan de bovenzijde bijna kogelrond van vorm en is donkerbruin tot zwart van kleur. Het oppervlak is voorzien van regelmatig verspreide putjes die het geheel een ruwe structuur geven. Het pronotum beschermt niet alleen de kop maar ook het voorste deel van het borststuk of thorax. Achter het pronotum zijn de dekschilden gelegen, die het achterste deel van het borststuk en het gehele achterlijf of abdomen bedekken. De dekschilden hebben meestal een lichtere kleur dan het halsschild en zijn voorzien van lengtegroeven die bestaan uit in rijen gerangschikte putjes. Bij de meeste kevers hebben de dekschilden een plat oppervlak maar bij de soorten uit het geslacht Ips hebben de dekschilden aan de achterzijde een opstaande kam.
Deze kam loopt van de middennaad schuin naar de buitenzijde van de vleugelrand en is voorzien van vier stekels aan iedere zijde. De derde stekel, vanaf de voorzijde bezien, is het langst en is meer afgerond aan de bovenzijde. Het dekschildoppervlak achter deze kammen is duidelijk verzonken en heeft een afwijkende kleur. Dit achterste deel van de dekschilden doet wat vettig aan en heeft een meer glanzend oppervlak. De putjesrijen ontbreken hier waardoor het lijkt alsof de dekschilden zijn afgeknot tot aan de kammen en het achterste deel van het achterlijf bloot ligt.
Tussen de dekschilden is aan de voorzijde het schildje of scutellum aanwezig. Dit is sterk verkleind in vergelijking met andere keversoorten en heeft een diepzwarte kleur. Zowel het halsschild als de dekschilden zijn voorzien van een fijne, lichtgele beharing. De beharing bestaat uit korte tasthaartjes die setae worden genoemd. Deze zijn met name aan de voorzijde van het halsschild, de zijkanten van het lichaam en aan de achterzijde van de dekschilden aanwezig.
De poten zijn aan het lichaam gehecht met de coxa of heup die vanaf de bovenzijde niet geheel zichtbaar is. Aan de heup is de scheen of tibia gelegen. Deze is bij de letterzetter sterk zijwaarts afgeplat en is voorzien van kleine doorntjes. De 'voeten' worden wel de tarsi genoemd, en zijn voorzien van kleine haakjes waarmee de kever zich aan de ondergrond kan hechten.
Achterlijf Het achterlijf wordt volledig verborgen onder de dekschilden en maakt het grootste deel van het lichaam uit. In het achterlijf bevinden zich het spijsverteringskanaal, het grootste deel van het ademhalingsapparaat en aan de achterzijde zijn de voortplantingsorganen gelegen. Het achterlijf wordt aan de bovenzijde beschermd door verharde platen die tergieten worden genoemd; aan de onderzijde zijn eveneens dergelijke platen aanwezig, de sternieten.
Onderscheid met andere soorten Veel andere schorskevers die in het milieu van de letterzetter voorkomen zijn gemakkelijk te herkennen aan de gladde dekschilden die geen kammen dragen, zoals de sparrenbastkever (Dendroctonus micans). De letterzetter is wel te verwarren met andere soorten uit het geslacht Ips, maar veel soorten uit deze groep komen alleen voor in andere werelddelen, zodat verwarring in het veld niet mogelijk is. Voorbeelden zijn Ips borealis en Ips calligraphus die leven in Noord-Amerika en Ips subelongatus, die alleen voorkomt in Azië.
De letterzetter is te onderscheiden van verwante soorten door de vorm van de acht kleine, doornachtige uitsteeksels aan de achterzijde van de dekschilden. Ook plaatsing en lengte van de stekels zijn belangrijke determinatiekenmerken.
Verspreiding en habitat right|280px|thumb|Verspreiding van de letterzetter in Europa. De letterzetter is een Euraziatische soort die in Europa voorkomt van Scandinavië in het noorden tot noordelijk Italië in het zuiden. De soort wordt in het noorden van het areaal gevonden tot de boomgrens.
Hoewel de letterzetter voorkomt in een groot deel van Europa, verschilt het verspreidingsdichtheid per land. In een aantal landen komt de kever niet voor maar worden toch af en toe exemplaren aangetroffen. Dit is het geval in Spanje, Portugal en het Verenigd Koninkrijk (aangegeven met groen in de verspreidingskaart). In Turkije komt de kever wel voor maar is hier zeldzaam (aangegeven met geel).
In andere landen komt de kever wel voor maar is niet bekend wat de verspreidingsdichtheid is. Dit is het geval in de landen België, Bosnië en Herzegovina, Estland, Georgië, Griekenland, Letland, Liechtenstein, Luxemburg, Moldavië, Montenegro, Nederland, Oostenrijk, Roemenië, Rusland, Servië, Slovenië en Wit-Rusland (licht oranje).
De letterzetter heeft zich verder gevestigd in Frankrijk, Hongarije, Italië, Kroatië en Polen maar heeft hier een beperkt verspreidingsgebied (donker oranje). In elf landen komt de soort algemeen voor, dit is het geval in Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Finland, Litouwen, Noorwegen, Oekraïne, Slowakije, Tsjechië, Zweden en Zwitserland (rood).
Voortplanting en ontwikkeling thumb|Schets van de larve, pop en kever uit de Meyers Konversations-Lexikon uit 1888 De mannetjes scheiden lokstoffen af, zogenaamde feromonen, die een onweerstaanbare aantrekkingskracht hebben op de vrouwtjes. Dergelijke complexe chemische verbindingen zijn niet waarneembaar voor mensen. Ze worden door de kevers zelf biochemisch samengesteld door de terpenoïden uit de opgenomen hars van de boom om te zetten in de vluchtige verbindingen. Er zijn ook vermoedens dat de kevers 'negatieve' feromonen kunnen afscheiden, om aan soortgenoten duidelijk te maken dat een boom al te ver is aangetast om een nieuwe generatie te herbergen. Hierdoor worden de kevers afgeschrikt in plaats van aangetrokken. De kevers hebben deze indirecte vorm van communicatie ontwikkeld omdat ze een verborgen leven leiden onder de boomschors en in de gangen in het hout.