thumb|Voorbeeld van lijnkleuren op historische Amsterdamse tram: lijn 24 diagonaal groen/wit, zichtbaar aan voor en zijkanten. (Tram op de museumtramlijn in Amstelveen)
thumb|Voorbeeld van lijnkleuren op moderne Amsterdamse tram: lijn 29 diagonaal wit/blauw.
Een lijnkleur voor een tramlijn is een herkenbare kleur (of combinatie van kleuren) op een koersbord, achter een glaasje, op een zijlat, lijnfilm of display dat voor, of eventueel ook achter of aan de zijkant, op de tram wordt aangebracht om mensen die niet kunnen lezen de gelegenheid te geven de tram te herkennen. Voorts heeft het gebruik van een lijnkleur het voordeel dat de kleur van grotere afstand vaak beter en eerder herkenbaar is dan het lijnnummer.
Toepassing Gebruik van kleuren als aanduiding voor tramlijnen was oorspronkelijk vooral gericht op de grote hoeveelheid analfabeten in de steden rond 1900 die geen cijfers of letters konden lezen. De lijnkleuren werden onder meer toegepast in: Amsterdam, Arnhem, Den Haag en Rotterdam België: Antwerpen, Brussel en (ten dele) Gent Denemarken: Kopenhagen Zwitserland: Zürich Rusland: Sint-Petersburg.
Deze kleursystemen werden snel ingewikkeld en waren zeer onderhoudsgevoelig, daarom zijn ze vanaf de jaren 1920 in veel steden verdwenen. Een overblijfsel is te vinden in Amsterdam waar, naast lijnnummers en bestemmingsaanduidingen, nog lijnkleuren worden gebruikt. In Kopenhagen is de lijnkleur tot de opheffing van het trambedrijf in 1972 in gebruik gebleven.
Qbuzz voerde bij de overname van de concessie regio Utrecht onder de naam U-OV in 2013 een uitgekleed kleurensysteem in combinatie met een symbolensysteem. Hierbij stonden kleuren en symbolen niet voor lijnnummers maar voor gebieden waar ze naartoe reden. Zo reden de verschillende lijnen die naar Zeist en omstreken gingen allemaal onder de kleur paars met een symbool dat leek op een huis. Een lijn reed op de heenweg onder een andere kleur en symbool dan op de terugweg. Eind 2019 werd daarmee weer gestopt en stapte men over op lijnkleuren op basis van vervoerconcept.
Gebruik in Amsterdam
1 24px 2 24px 3 24px 4 24px 5 24px 6 24px 7 24px 8 24px 9 24px 10 24px 11 24px 12 24px 13 24px 14 24px 15 24px 16 24px 17 24px 18 24px 19 24px 20 24px 21 24px 22 24px 23 24px 24 24px 25 24px 26 24px 27 24px 28 24px 29 24px 30 24px 50 24px 51 24px 52 24px 53 24px 54 24px 55 24px 56 24px 57 24px 58 24px R 24px
In Amsterdam wordt uitgegaan van vijf standaardkleuren; wit, geel, groen, rood en blauw. Er zijn vier vlakverdelingen voor twee kleuren ontwikkeld; een diagonale (van linksonder naar rechtsboven), horizontale, verticale en dubbel verticale vlakverdeling. Vijf basiskleuren zijn goed voor vijf tramlijnen, en door het combineren van vlakverdelingen en kleuren waren 37 combinaties mogelijk. Combinaties van wit met geel en blauw met groen kwamen wegens de veronderstelde slechte leesbaarheid niet voor. In Den Haag gebeurde dit wel, wit met geel was lijn 6.
37 combinaties was voor de toepassing van tramlijnen in Amsterdam voldoende; er zijn nooit meer dan 25 lijnen tegelijk in dienst zijn geweest (dit was in 1931). In 1916 voegde men nog een kleur toe voor een ringlijn (19, sinds 1921 voor 22); roze.
De kubusvormen (bijvoorbeeld bij lijn 13 en recent de - nog niet ingevoerde - lijnen 58 en 59) zijn er gekomen om onderscheid te kunnen maken met onderhoudswagens. Deze gebruikten namelijk altijd een witte aanduiding. Het kopkoersbord bleef echter wit. Om dezelfde reden kreeg lijn 7 (lijnkleur blauw) een in drieën opgezette lantaarn (wit-blauw-wit horizontaal) omdat het voeren van een blauwe aanduiding aan de politie was voorbehouden. Het kopkoersbord bleef echter blauw. In 1982 werd besloten dat er kleurencombinaties moesten komen voor 30 tramlijnenhierbij werd lijn 27 een nieuwe lijnkleur toebedeeld omdat de oude kleur de voormalige kleur van lijn 23 was en in 1989 voor meerdere metro- en sneltramlijnen. Deze laatste werden vanaf 50 genummerd. Voor sommige lijnen werden combinaties bedacht die tot negatief commentaar leidden bij trambelangstellenden; de kleuren(combinaties) zouden niet kloppen. Zo is er dispuut over de lijnen 18, 21, 26, 58 en 59.
De drieassers waren bij hun komst rond 1949 niet voorzien van lijnkleuren aan de voorzijde. Na protesten kregen ze later alsnog eerst een lijnkleur aanduiding achter de voorruit en in 1959 een lijnkleurenkastje boven op de filmkast. Bij de komst van lijn 12 in 1977 werden de drieassers in hun film niet voorzien van een lijnkleur bij het toegevoegde lijnnummer 12.dit had als reden dat men de cijfers 1 en 2 afkomstig van oude films naast elkaar had geplakt In tegenstelling tot de Combino's, die wel een digitale richtingmatrix kregen maar een lijnfilm met lijnkleur behielden, kregen de 11 en 12G-wagens later ook een digitale lijnmatrix met digitale lijnkleur evenals de 15G-wagens. Vanaf 2023 kregen de Combino's alsnog een digitale lijnmatrix en -kleur.
Voor de metro werden vanaf 2000 nieuwe lijnkleuren ingevoerd waarbij de lijnen 50, 51, (52), 53 en 54 elk een kleur kregen: achtereenvolgens groen, oranje, (blauw), rood en geel. Hierbij werd het LHB-materieel, sinds 2012 ook het Alsthom, voorzien van deze egale kleuren terwijl het BN- en CAF-materieel nog is voorzien van de 'tramlijnkleuren'. Dus afhankelijk van de materieelinzet heeft een metrolijn een 'metrokleur' of 'tramkleur'. Uitzondering hierop is metrolijn 52 die alleen met Alsthom materieel rijdt. Als tramkleuren voert metrolijn 54 het staande wit-rood-wit: vermoedelijk een knipoog naar Ajax dat in hetzelfde shirt zijn thuiswedstrijden speelt in de Johan Cruijff ArenA, naast het gelijknamige station Amsterdam Bijlmer ArenA. Staande driekleuren geven namelijk volgens traditie een buurtverbindingslijn aan, terwijl deze metrolijn een radiaalverbinding (verdeling in twee: staand, liggend of horizontaal) is. Als enige buslijn heeft lijn 14 in 1908 lijnkleuren gehad; dit waren dezelfde kleuren als de huidige tramlijn 14. Tot slot hebben de IJ-veren I, II, III, IIIA, IV en IVA ook kleuren gehad achtereenvolgens wit, rood, groen, groen, geel en blauw.
Gebruik in Den Haag thumb|150px|links|Route bord op motorwagen 2, HTM, als lijn 8. thumb|150px|links|Vroeger kleurengebruik in Den Haag. De paardentramlijnen in Den Haag hadden reeds kleuraanduidingen. Zo had de lijn Bankaplein – Hollands Spoor geel en de lijn Atjehstraat – Hollands Spoor blauw. Vanaf de indienststelling van de eerste elektrische tramlijn in Den Haag in 1904 (lijn 9, Plein – Kurhaus) werden borden gevoerd met daarop één kleur of een kleurencombinatie en in schriftletters daaroverheen de bestemmingen en een belangrijke tussenhalte. Later werd hiervan afgeweken en kwamen er ook borden waar bijvoorbeeld alleen PLEIN op stond. Het systeem was opgezet om de zogenaamde concessielijnen 1 t/m 10, de lijnen die in opdracht van de gemeente Den Haag werden geëxploiteerd, visueel goed van elkaar te scheiden en herkenbaar te laten zijn. Het linkergedeelte van het koersbord moest een van de 4 sectoren van het elektrische voedingsnet als bestemming aangeven: rood voor Scheveningen; geel voor Hollands Spoor, groen voor Station Staatsspoor, en voor de stad blauw. Aanvullende kleuren werden wit en grijs. Het rechter gedeelte van het bord zou dan een van de 6 andere kleuren krijgen. Spiegelbeeld moest worden voorkomen, m.a.w. GEEL | WIT kon wel, maar dan geen WIT | GEEL. Tramlijnen 1 (GEEL (HS)| GEEL) en 2 (BLAUW | BLAUW) kregen dezelfde kleuren als uit de paardentramtijd, waarbij met lijn 2 direct een fout werd gemaakt. Het had GEEL (HS)| BLAUW moeten zijn; de praktijk van de paardentramlijn werd hiermee gecontinueerd. Lijn 3 kreeg GROEN (SS)| GROEN – ook hetzelfde als bij de paardentram – en lijn 4 GROEN (SS)| WIT. Lijn 5 kreeg WIT | BLAUW, wat fout was. Als Staatsspoorlijn had het GROEN | BLAUW of GROEN | GRIJS moeten zijn. De reden lag mogelijk in het weinig contrastrijke van de combinaties. Lijn 6 kreeg GEEL (HS)| WIT (Plein), maar toen deze lijn al na enkele jaren niet meer het Hollands Spoor aan deed klopte het niet meer. Lijn 7 kreeg eerst BLAUW | GEEL, dat geheel niet klopte. Het had als stadslijn BLAUW | BLAUW moeten zijn maar dit was reeds door lijn 2 bezet. Dit duurde tot na de Tweede Wereldoorlog, toen de HTM nog enkele motorwagens uit de serie 280-289 die niet voorzien waren van lijnfilms, op lijn 7 inzette. Toen kreeg lijn 7 GEEL | BLAUW, maar die kwam niet bij het Hollands Spoor. De Scheveningse lijnen waren in het begin ook goed: lijn 8 ROOD (Scheveningen) | WIT (Plein), lijn 9 ROOD | ROOD en lijn 10 ROOD | GEEL. Latere lijn na de eerste 10 concessielijnen kregen koersborden met een diagonale verdeling, waarbij geprobeerd werd het logisch bedachte systeem te handhaven, maar dit wilde niet lukken.
Facultatieve lijnen, zgn. eigen lijnen die de HTM op eigen initiatief exploiteerde, kregen een diagonale verdeling van linksonder naar rechtsboven; links moest de sectorkleur tonen. De eerste lijn 12 kreeg ROOD (Scheveningen)/ GRIJS; de tweede echter WIT | WIT, en in 1925 GRIJS | GRIJS. Volgens het systeem had deze lijn, als HS-lijn, linksboven GEEL moeten krijgen, en rechtsonder GROEN of GRIJS. Bij de doortrekking naar het Staatsspoor in 1922 hadden de borden dan weer moeten worden veranderd. De eerste lijn 13 kreeg linksboven ROOD (Scheveningen) / rechtsonder GROEN; de tweede ORANJE / GROEN, waar GROEN (Staatsspoor)| ORANJE correct was geweest. De kleur oranje duikt hier op als zevende kleur en was voordien niet bedacht. Maar het correctere GROEN / BLAUW zou te veel op lijn 3 gaan lijken, en GROEN / WIT te veel op lijn 4. De derde lijn 13 (Westeinde – Plein) kreeg ROOD / BLAUW, maar kwam niet in Scheveningen. De vierde lijn 13, deze kreeg dit nummer van lijn 6A in 1927, werd BRUIN | BRUIN, waarmee wéér een nieuwe kleur werd geïntroduceerd. De eerste lijn 14 kreeg BLAUW \ GEEL; correct volgens het systeem; en de tweede lijn kreeg GEEL \ GROEN, terwijl deze lijn niet bij het Hollands Spoor verscheen. Voor de eerste lijn 15, zie 13 (2de lijn). De tweede ("drie-dagen-lijn") 15 kreeg ROOD | GEEL, en dit gaf verwarring met lijn 10. De derde lijn 15 was in feite een omnummering van de eerste lijn 12, en kreeg ook diens (correctie) ROOD / GRIJS. Lijn 17, die in feite de opvolger was van de tweede lijn 15, kreeg ook ROOD | GEEL, waarmee de verwarring met lijn 10 bleef. De tweede lijn 17, die de opvolger was van lijn 1, kreeg diens GEEL | GEEL. Lijn 20 kreeg in 1928 WIT | BRUIN, terwijl die, gezien het stadskarakter, deels blauw had moeten krijgen. Lijn 21 kreeg in 1928 GEEL | GEEL; lijn 17 was ondertussen opgeheven, en toen deze lijn 21 omgenummerd werd in 2 behield deze het GEEL | GEEL. Gezien de Staatsspoorbestemming van lijn 21 had er GROEN in het bord moeten zitten. Lijn 11 heeft nooit een lijnkleur gehad en lijnen die na de Tweede Wereldoorlog werden ingesteld, bv. lijn 16 of de vierde lijn 15, kregen ook geen kleur. Door de vele wisselingen van lijnen kon het eens consequent bedoelde systeem zich niet meer staande houden. Daarbij was het ook kostbaar in onderhoud – de borden werden met de hand geschilderd – en als een wagen van lijn veranderde moesten voor- en zijborden worden gewijzigd. Meerdere reden waarom het kostbare systeem werd opgeheven. De lijnkleuren verdwenen in Den Haag in de jaren 1930 toen men de ombouwers en de wagens in de serie 800 in dienst ging nemen. Deze hadden wel een koers- en lijnfilmrol maar geen mogelijkheid meer om kleuren te tonen. Ook toen de motorwagens uit de serie 250 nieuwe fronten kregen werd het om te klappen koersbord vervangen door films. Ook de zijkoersborden verdwenen van de trams.
De vooroorlogse HTM-buslijnen gebruikten ook lijnkleuren, maar veel eenvoudiger. Eén achtergrondkleur, en daarop letters in één kleur.Den Den Haag vijftig jaar per HTM-bus, R. F. de Bock, Wyt uitgevers, 1974."Allemaal voorzien?", R. F. de Bock, Wyt uitgevers, 1979.
Gebruik in Rotterdam