De term hiaat duidt in de taalkunde op het ene deel van de zin, dat té snel overgaat in het andere deel van de zin. Enkele voorbeelden van een hiaat zijn:

Voorbeeld 1 Aan de fiets hangt een bord dat deze te koop is. Aan de fiets hangt een bord, waarop staat dat deze te koop is.

Voorbeeld 2 Mijn huis is groter dan van m'n neef. Mijn huis is groter dan het huis van mijn neef.

Externe link Hiaat of foute weglating

Categorie:Taalkunde