Het Longobardisch hertogdom Parma was een van de zesendertig hertogdommen in het Longobardische Rijk op het Italiaans schiereiland. Het bestond van het jaar 570 tot 774, met uitzondering van de jaren 590-599 toen het Byzantijns grondgebied was. De hoofdstad was de stad Parma aan de rivier Parma, een zijrivier van de Po.
Voor 570 maakte Parma deel uit van Byzantijns Italië, genaamd het exarchaat Italië, met als hoofdstad Ravenna; het exarchaat Italië was deel van het Byzantijnse Rijk bestuurd door de keizer in Constantinopel.
Nadien, vanaf 774, was Parma een graafschap binnen het Koninkrijk Italië, dat zelf deel was van het Frankische Rijk.
De belangrijkste bron over het hertogdom Parma onder Longobardisch bestuur is de Historia Langobardorum geschreven door Paulus Diaconus. Diaconus, zelf een Longobard, noemde de Byzantijnen consequent de Romeinen. Longobardische hertogdommen waren niet Romeins voor hem. Diaconus was kroniekschrijver voor keizer Karel de Grote eind 8e eeuw. Diaconus gebruikte de term ‘dux’ in de klassieke Latijnse betekenis van ‘veldheer’. Hun functie in Parma was in essentie militair.
Historiek De Byzantijnen veroverden met moeite het Italische schiereiland op de Ostrogoten: dit was de Gotische Oorlog (535-554) die hen twintig jaren van veldslagen, geld, troepen en vernielingen had gekost. Parma en andere steden ten zuiden van de Po, werden al Byzantijns in het jaar 539, na vier jaar Gotische Oorlog. De Byzantijnen herbouwden de stad. Zij noemden Parma Chrysopolis of Gouden Stad.
In de loop van het jaar 568 doken de eerste Longobarden op in de Povlakte. Ze werden geholpen door Gepiden en andere Germaanse stammen. De Byzantijnen versterkten de stadsmuren van Parma. Door overmacht gaven ze een jaar later Parma op, zoals het geval was in naburige steden als Piacenza en Reggio (569). De Longobarden installeerden een hertog in Parma, die autonomie bezat ten opzichte van hun koning Alboin. De hertog was de lokale commandant. Verschillende zaken van het Romeins bestuur bleven bestaan in Parma, zoals het Romeins Recht, de taal en de openbare ambten.
Nadat de Longobarden Pavia hadden veroverd (Beleg van Pavia) was het oude Romeinse district Aemilia, ooit genoemd Regio VIII door keizer Augustus, in twee delen opgedeeld: het westen was Longobardisch geworden en bevatte naast de hoofdstad Pavia ook Parma bijvoorbeeld. Het oosten bleef Romeins of Byzantijns, met hoofdstad Ravenna.
Omwille van het feit dat het Longobardische Rijk versnipperd was in 36 hertogdommen, had elk ruime autonomie. De taak van de hertog van Parma was om Byzantijnse troepen in het grensgebied buiten te houden. Zo bouwde hij het amfitheater van Parma om tot een fort. Exarch Smaragdus slaagde er niet in Parma binnen te dringen. Longobardische hertogdommen sloten een alliantie onder elkaar tegen hem.
In 590 moest koning Authari der Longobarden zich verweren tegen invallende Franken in Milaan. Exarch Romanus zag zijn kans om de Povlakte binnen te vallen, mede door verse troepen die hij van de keizer kreeg. Romanus versloeg de Longobardische hertogen, onder meer deze van Modena, Altino, Mantua, Reggio en Parma. Notabelen in Parma stuurden sommige van hun kinderen naar Ravenna als gijzelaars. Koning Authari stierf datzelfde jaar. De nieuwe koning Agilulf deed niets om zijn hertogen ter hulp te komen. Parma viel dus andermaal onder de keizer van Byzantium (590-599). De hertog betaalde in deze periode jaarlijks een geldsom aan de exarch.
Pas jaren later, in 599, heroverden de Longobardische troepen van Agilulf de Povlakte. Het hertogdom Parma der Longobarden werd hersteld (599). Koning Agilulf liet zijn dochter huwen met Godescalc, een patriciër in Parma. Het is waarschijnlijk dat Godescalc hertog van Parma werd, doch dit is niet bewezen. Het vredesbestand tussen koning Agilulf en de exarch Callinicus was broos. Niet alle hertogen wilden vrede met de exarch. Callinicus eiste een bestand met alle hertogen. Om de druk te verhogen viel hij Parma binnen (601). Callinicus ontvoerde Godescalc en diens vrouw, de koningsdochter. Hij sloot hen op in Ravenna. Koning Agilulf was razend. Hij stormde het exarchaat binnen, vernietigde Padua, trok plunderend door Istrië en versloeg Callinicus buiten de stadsmuren van Ravenna (602-603). Keizer Phocas ontsloeg Callinicus (603). Callinicus' opvolger Smaragdus bereikte een vredesbestand tussen Longobarden en Byzantijnen (604). De gijzelaars uit Parma keerden naar Parma terug, onder wie Godescalc en zijn vrouw (604). Zij stierf kort nadien in het kraambed, zoals Paulus Diaconus het formuleerde in het Latijn “ob difficultatem partus periclitata statim defuncta est". Historici zijn er niet uitgeraakt waar deze prinses begraven werd.
Er zijn geen geschreven bronnen overgeleverd over de namen van de hertogen van Parma. Het waren in de 7e en 8e eeuw lokale commandanten die loyaal waren aan het koninklijk gezag. En dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het hertogdom Spoleto dat ruime autonomie verwierf. De Longobardische hertog van Parma wordt dan ook omschreven als een gastaldo of baljuw.
Karel de Grote, vorst der Franken, stootte met zijn troepen in 773 door in de Povlakte, richting Rome. In 774 zette hij Desiderius af, de laatste koning der Longobarden. Het hertogdom Parma werd een Frankisch graafschap.
Parma Categorie:Parma (provincie) Parma Categorie:Geschiedenis van Emilia-Romagna Parma Parma