miniatuur|alt=Dagboek van Jan Kruys (1817-1830)|Dagboek van Jan Kruys (1817-1830) Het dagboek van Jan Kruys is een negentiende-eeuws verslag van Jan Kruys, de laatste schout en eerste burgemeester van Vriezenveen in Overijssel. Het dagboek bestrijkt de periode 1817-1830.

Over het dagboek Jan Kruys (1767-1830) hield tussen 1817 en zijn overlijden in 1830 een gedetailleerd dagboek bij. De veertien delen zijn gearchiveerd door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Afschriften, transcripties en andere documenten worden bewaard in het Historisch Museum Vriezenveen.De familie Kruijs schrijft geschiedenis. Historisch Museum van Vriezenveen.Kleine biografie van schout Jan Kruijs. Vereniging Oud Vriezenveen.

Twaalf van de veertien boeken zijn tussen 2009-2014 getranscribeerd door Frans Harwig en Erik Berkhof in samenwerking met de Vereniging Oud Vriezenveen. Tijdens deze transcriptie werd het oude handschrift van Kruys omgezet naar een moderne, beter leesbare variant waarbij de oude spelling intact bleef.De dagboeken van de schout Jan Kruijs 1817-1830. Frans Harwig en Erik Berkhof, 19 juni 2014.

Het werk geeft een beeld van het wel en wee in de Overijsselse gemeenschap aan het begin van de negentiende eeuw. Aan bod komen de groei en opbrengst van gewassen, aan- en verkoop van vee, weersomstandigheden en gebeurtenissen in en om Vriezenveen. Daarbij worden persoonlijke belevenissen gecombineerd met voorvallen die Kruys meemaakte uit hoofde van zijn functie.

Tijdens de ambtstermijn van Kruys (1818-1830) als schout en later als burgemeester van Vriezenveen, werd hij geconfronteerd met misdaden, branden, de stormvloed van 1825, sterfte door uitbraken van mazelen, kinkhoest en de Groninger ziekte van 1826. Hij voltrok huwelijken en hield het register van geboortes en overledenen bij. Kruys hield de Overijsselse gemeente nauwlettend in de gaten en greep in waar nodig, bijgestaan door zijn veldwachter en nachtwachten.

Een groot aantal Vriezenveners maakte deel uit van de ‘Rusluie’, een gemeenschap van Overijsselse kooplui en handelaars die tussen 1720 en 1917 in de stad Sint-Petersburg in Rusland woonden. Ook de familie Kruys handelde in de Russische hoofdstad en Kruys zelf, als ook zijn zonen, reisden af naar het Russische tsarenrijk. Kruys onderhield correspondentie met familie en vrienden in Rusland en noteerde hun wederwaardigheden in zijn dagboek."Van assimilatie tot segregatie: de Nederlandse kolonie in Sint-Petersburg. 1856-1917". Jelena Sergejevna van Wijngaarden-Xiounina. Faculty of Arts, University of Groningen 2007.

Na zijn vertrek uit Sint-Petersburg woonde Kruys in Amsterdam waar, in 1793, zijn eerste vrouw overleed. In 1795 hertrouwde hij met Maria Johanna Ursinus Grevenstein (1774-1845). In 1799 keerden het gezin terug naar Vriezenveen. Ze kregen zes dochters en vijf zonen, die regelmatig in het dagboek voorkomen.Familiearchief Kruys. Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH).

Dagboekfragmenten miniatuur|alt=Koning Willem I |Koning Willem I. Jan Kruys werd in 1818 door Koning Willem I (afgebeeld) aangesteld als Schout van Vriezenveen. Op 20 september 1818 kreeg Kruys per expres post via Zwolle bericht dat hij door Koning Willem I, de eerste Koning van het Koninkrijk der Nederlanden, was aangesteld als Schout van Vriezenveen. Begin november werd de nieuwe gemeenteraad benoemd. Kruys schreef in zijn dagboek:

Bataafse Republiek Ieder jaar op 18 juni stond Kruys even stil bij de Slag bij Waterloo in 1815, waar Napoleon Bonaparte verslagen werd. Een ‘glorierijke overwinning’ in de woorden van Kruys. In zijn aantekeningen van 19 januari 1823 keek hij terug op de binnenkomst van het Frans revolutionaire huzaren leger in Amsterdam, gevolgd door de uitroeping van de Bataafse Republiek: miniatuur|alt=Vrijheidsboom op de Dam (Jurriaan Andriessen, 1795).|Vrijheidsboom op de Dam (Jurriaan Andriessen, 1795). Mensen dansen rondom de vrijheidsboom in Amsterdam. Tussen hen Franse huzaren met ontbloot zwaard. Links wappert de vlag van het stadhuis (nu het Koninklijk Paleis op de Dam). Bron: Openbaar Stadsachief Amsterdam.

Russisch bezoek Een ongewone situatie deed zich voor op 16 Maart 1823, toen de veldwachter drie Russische arrestanten binnenbracht die door niemand werden verstaan. Met behulp van een Vriezenvener die Russisch sprak (een van de ‘Rusluie’) liet Kruys de arrestanten verhoren. In zijn aantekeningen zette hij de situatie uiteen:

De stormvloed van 1825 Wateroverlast is een terugkerend thema in het dagboek. In februari 1825 vond de grootste natuurramp van de negentiende eeuw plaats in Nederland. De watersnoodramp van 1825 werd veroorzaakt door een noordwesterstorm in combinatie met springtij, hoog binnenwater en verzwakte dijken. Ook de Duitse en Deense Waddenkusten waren zwaar beschadigd.1825: de vergeten watersnood. Frits David Zeiler. Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 16 (2007) 1, 19-26. In februari schreef Kruys:

miniatuur|alt=Zilveren herdenkingspenning ter nagedachtenis van de watersnoodramp van 1825. Bron: Rijksmuseum Amsterdam|Herdenkingspenning uit 1825. Zilveren plaquettepenning ter nagedachtenis van de watersnoodramp van 1825 in Nederland. Bron: Rijksmuseum Amsterdam.

Ook dichter bij huis was Kruys betrokken bij de waterhuishouding en viel de inspectie en reparatie van dijken onder zijn verantwoordelijkheid. Een maand voor de watersnoodramp, op zondag 2 januari 1825, maakte hij de volgende aantekening:

Reis naar Sint-Petersburg De zonen van Kruys werkten in Rusland in de handel. Op 18 mei 1825 vertrok zijn zoon Johannes Kruys (1808-1855) met een gezelschap naar Sint-Petersburg. Johannes ging bij de firma Langhans en Harmsen in dienst. De reis ging van Almelo naar Lübeck aan de Oostzee, waar het gezelschap inscheepte voor de zeereis naar Sint-Petersburg. Het vertrek liep niet vlekkeloos omdat de reispas van Johannes op het laatste moment arriveerde, terwijl paard en wagen al klaar stonden. Het afscheid nemen viel Kruys duidelijk zwaar: miniatuur|alt=Overstroming van Sint-Petersburg in 1824|Bolshoi theater, Sint-Petersburg, 7 November 1824. In December 1824 kreeg Jan Kruys bericht uit Rusland van een van zijn zonen, Claas Kruys, dat de Neva rivier buiten haar oevers was getreden en een overstroming van Sint-Petersburg had veroorzaakt. De overstroming van 1824 staat bekend als de meest dodelijke overstroming in de geschiedenis van de Russische stad.

Veenbranden Als het droog genoeg was vond in mei en juni het veenbranden plaats. De toplaag het droge hoogveen werd opzettelijk afgebrand. De vrijkomende as bemestte het land waarna gewassen als boekweit, rogge en haver ingezaaid konden worden. Vooral met noordenwind was de smog van de branden, of zoals Kruys het noemde, de ‘veendampen’, sterk aanwezig in de gemeente. Het veenbranden was ook niet ongevaarlijk, zoals uit de beschrijvingen van Kruys op 19 mei 1826 blijkt:

miniatuur|alt=De veenbrandcultuur|De veenbrandcultuur tussen 1700 en 1900. Hoogveengebieden werden gereed gemaakt voor de verbouw van gewassen zoals boekweit (gravure uit 1878).

Groninger ziekte Op 8 oktober 1826 beschreef Kruys een ernstige ziekte die rondging in de provincies Groningen, Oost Friesland en ‘elders op de kleigronden’ die geplaagd waren door dijkdoorbraken en overstromingen. De sterfte onder de lokale bevolking was hoog, schreef Kruys. miniatuur|alt=Plattegrond van Groningen in 1866.|Stadsplattegrond. De stad Groningen in de negentiende eeuw (1866).

Hoewel Kruys de epidemie niet bij naam noemde, ging het hier waarschijnlijk om de ‘Groninger ziekte’ van 1826, veroorzaakt door een zeldzame uitbraak van malaria tropicana, mogelijk in combinatie met buiktyfus. De warme zomer na de overstromingen vormde de ideale omstandigheid voor de ziekteverwekkers.Epidemieën in Groningen: De Groninger ziekte (1826). Rtvnoord.nl, 22 maart 2020.

Onverwacht overlijden Net voor de kerstdagen van 1826, op 22 december, kreeg Kruys bericht van de veldwachter over een plotseling overlijden. De vrouw, Jennigjen Dakhorst, echtgenote van Hendrik Holleman, wonende in het Westeinde zou doodgebloed zijn. Tijdens het verhoor van Hendrik’s scheper (schaapherder) kreeg Kruys de toedracht te horen:

Kruys rapporteerde de zaak aan de officier van justitie en enige dagen later, op 26 december, werd een lijkschouwing gedaan door twee chirurgijns in aanwezigheid van een rechter, die uit Almelo waren afgereisd.

Drie maanden later rapporteerde Kruys dat Hendrik Holleman en zijn scheper weer op vrije voeten waren gesteld.

De grote brand van Holten miniatuur|alt=Nieuwsprent uit 1829: Lied in 20 coupletten door Jacob Coldewijn over de brand van Holten op 16 Juni 1829. |Nieuwsprent uit 1829. Lied in 20 coupletten door Jacob Coldewijn over de brand van Holten op 16 Juni 1829. Een groot deel van Holten ging in vlammen op, inclusief de kerk, de kerktoren, de school en het meestershuis, de apotheek, en in totaal 52 huizen en 17 schuren. Branden in en om Vriezenveen werden regelmatig door Kruys vastgelegd. Op 5 oktober 1822 beschreef hij het tragische lot van de vrouw van Jan Schot uit Holten. Haar huis stond in brand toen zij weer naar binnen ging om eigendommen te redden. De voorgevel met het dak van stro stortte op dat moment in en de vrouw kwam naar buiten terwijl ze, volgens de beschrijving van Kruys, “in ligte laije vlam stond”. Ze overleed ruim twee weken later aan haar brandwonden. Op 18 juni 1829, stond Kruys zoals gebruikelijk stil bij de herdenking van de slag bij Waterloo. Op die dag noteerde hij echter ook een grote brand, wederom in Holten:

De brand van Holten begon met de vlam in de pan in het huis van de familie Bosschers. Binnen een uur was een groot deel van Holten in vlammen opgegaan. Er waren geen dodelijke slachtoffers.1829 De dorppsbrand. Vuurstorm over Holten Canon van Nederland. Op 24 juni vervolgde Kruys:

miniatuur|center|500px|alt=De 14 delen van het dagboek van Jan Kruys|De 14 delen van het dagboek van Jan Kruys

Referenties

Categorie:Autobiografie Categorie:Geschiedenis van Overijssel Categorie:Nederlands-Russische betrekkingen