Esher Surrey is een naam die door ten minste drie generaties van de familie Bignell gebruikt is voor respectievelijk een villa, hun verschillende galerieën en diverse ondernemingen in de kunsthandel. De naam is ontleend aan de herkomst van de familie; de plaats Esher in het Engelse graafschap Surrey.
Familie Bignell Betovergrootvader John Bignell sr. en betovergrootmoeder Mary Ann Witle zijn afkomstig uit Esher in het Engelse graafschap Surrey. Vermoedelijk hebben zij al kinderen als zij zich vóór 1850 in Den Haag vestigen. Daar trouwt overgrootvader John Bignell jr.In het Haags Gemeentearchief bevinden zich alleen overlijdensaktes van John Bignell sr. 50 jaar oud overleden op 1848-01-18, Mary Ann Witle overleden 47 jaar oud op 1849-10-09 en hun zoon John Bignell jr. 47 jaar oud overleden op 1880-01-031 (beroep op dat moment rijknecht) 22 oktober 1856 met Paulina Catharina de Ruijter.Haags Gemeentearchief Van dit echtpaar stammen vervolgens drie generaties Bignell af die een rol spelen in de Nederlandse kunstwereld en de kunsthandel. Grootvader John Charles Bignell sr. is de grondlegger van het bescheiden kunstimperium van de familie Bignell dat een kleine driekwart eeuw bestaat. Vader Charles John Robert Bignell speelt een aantal verschillende rollen in de Nederlandse kunstwereld en in de kunsthandel tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw. Hij is zowel "beschermheer van de kunsten"Mogelijk was hij de eigenaar van de Haagse kunstuitgeverij "C.V. de Protector", zeker was hij een tijd directeur en mogelijk eigenaar van de Rotterdamse kunsthandel "Kunsthandel de Protector", die als "beschermer van de kunsten" wilde optreden. en medeoprichter van zowel de Eerste Nederlandse Vrije Studio - een voorloper van de Vrije Academie in Den Haag - als van het veilinghuis Van Marle en Bignell, waar in de Tweede Wereldoorlog roofkunst wordt geveild. Zoon John Charles Bignell jr. zet de galerie van zijn grootvader en vader nog tot omstreeks 1966 voort en houdt de kunsthandel van zijn vader nog tot eind 1977 in bezit. miniatuur|Helmstraat 2, anno 2025 Helmstraat 2D-2G te Den Haag, aquarel van architect Hendrik Jacob Dammerman Jr. uit 1903
Villa "Esher Surrey" miniatuur|Helmstraat 2, anno 2025 Helmstraat 2D-2G te Den Haag, aquarel van architect Hendrik Jacob Dammerman Jr. uit 1903 Rond 1900 doet J.C. Bignell sr. meerdere grondtransacties met de gemeente. Het lijkt er op dat hij daarmee een zeker fortuin verdient, hoe is niet helemaal duidelijk, mogelijk door speculatie of als projectontwikkelaar. Zo wordt in de raadsvergadering van 3 oktober 1904 een verkoop van gemeentegrond aan de Helmstraat goedgekeurd."Vergadering van den Gmeenteraad", Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage, 1 oktober 1904. In 1903 ontwierp de architect Hendrik Jacob Dammerman Jr. een villa voor Bignell, die in 1904, nog zonder adres, in de telefoongids wordt vermeld.2097 Bignell, Joh. C., Particulier, Villa “Esher Surrey”, Helmstraat hoek Scheveningscheweg, Scheveningen. "Rijksgids voor den telefoondienst", Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie, December 1904. De villa krijgt adres Helmstraat 2 en onderging na de bouw grote veranderingen. In 1911 kocht Bignell grond aan achter de villa en vroeg de architecten Hoek en Wouters een kunstgalerij toe te voegen. De villa blijft waarschijnlijk tot het overlijden van Bignell, een paar jaar na dat van zijn vrouw,Scheveningen, 26 Juli 1919. Helmstraat 2. Villa "Esher Surrey". Familiebericht, Haagsche courant, 29 juli 1919. in familiebezit. Volgens advertenties wordt de villa een paar keer geveild, voor het laatst in 1923.Bericht van Inzet. Bij de op 4 december 1923 door notaris N.S. Arriens te 's-Gravenhage gehouden veiling is het hoogst in bod gebracht: “A. De Villa “Esher Surrey”, met erf en tuin a/d Helmstraat no.2 te Scheveningen gem. 's-Gravenhage, op f 21.20,–. Verkooping van Huizen, enz. Gunning dd. 11 December, Notaris N.S. Arriëns, Villa “Esher Surrey” Helmstraat 2, K.L.A. Weimar f 26.000 "Verkooping van Huizen, enz. Gunning dd. 11 December", Het Vaderland, 12 december 1923; "BILLIJK TE KOOP Aan de HELMSTRAAT 2 a .. MODERN HEERENHUIS", Nieuwe Rotterdamsche Courant, 12 oktober 1924. De villa werd aangekocht door A.J. van Poeteren, die de tuin van de villa, die zich uitstrekte van de serre tot aan de Villa Weltevreden aan de Scheveningseweg, verkavelde. Op deze kavels werden de huisnummers 2, 2A en 2B gebouwd. Een jaar later werd de kunstgalerij uitgebreid en opgehoogd en werd de bestaande villa opgedeeld in 3 delen: 2C ter plaatse van de voormalige serre, 2D ter plaatse van het linkerdeel van de villa en anno 2025 2E, 2F en 2G als het rechterdeel van de villa.
Kunst in de villa thumbnail|upright|right|alt=A Advertentie Kunstzaal Panorama 1916|Advertentie Kunstzaal Panorama 1916 Naast woonhuis is de villa vanaf omstreeks 1911 tot eind 1918 galerie en onderkomen van respectievelijk de kunsthandel "Esher Surrey" en korte tijd ook het veilinghuis Van Marle en Bignell. Nadat C.J.R. Bignell ook directeur van Kunsthandel De Protector wordt exposeert hij daar en ten minste een keer met beide ondernemingen in Amsterdam. Onder meer de volgende kunstenaars worden in de villa getoond: Cornelis Kuypers in oktober - november 1911, mogelijk de eerste tentoonstelling in de galerie aangezien de kranten "Esher Surrey" als nieuw beschrijven en de villa en werkwijze van Bignell beschrijvenDeze nieuw-gevestigde kunsthandel heeft de opening van en ingebruik-stelling van zijne goed-verlichte expositie-zalen, wenschen in te luiden met een overzicht van liet werk van Cornelis Kuypers, .. "KUNSTZAAL „ESHER SURREY”, SCHEVENINGEN", Het vaderland, 23 oktober 1911; In de sierlijke villa Esher Surrey heeft de heer Bignell eene tentoonstelling gearrangeerd van het werk van C. Kuypers. De bedoeling van den eigenaar is bet werk van jonge meesters tentoon te stellen en te verkoopen Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage 1911-11-16 (“citaat” C. Kuypers in Esher Surrey.. "Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage". 's-Gravenhage, 1911-11-16, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 2022-10-09 Charles Dankmeijer exposeert meermaals, Bignell toont in december 1911 werken van deze kunstenaar uit zijn privécollectieIn 1911 bezit hij nog steeds werk van Charles Dankmeijer als hij het tentoonstelt in villa Esher Surrey "KUNST", De nieuwe courant, 15 december 1911. Jacques Zon maart 1912Zelfs de laatste dag nog aanbevolen: "KUNST", Algemeen Handelsblad, 30 maart 1912. en ten minste één werk wordt door een museum aangekocht: "KUNST- en LETTERNIEUWS „SOLIDARITEIT". Het vaderland, 1 april 1912. Anton Dirckx, meermaals waaronder juli 1913"Kunst In Den Haag", Algemeen Handelsblad, 30 juli 1913. Ben Viegers - waarschijnlijk al met anderen in 1914,Dit wordt genoemd in een bespreking van een expositie in Kunsthandel de Protector in 1915 De kunst; een algemeen geïllustreerd en artistiek weekblad jrg 7, 1914/1915, no 368, 13-02-1915 zeker in 1916Advertentie "De nieuwe courant". 's-Gravenhage, 1916v23, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-13 en een tekening van hem siert decennialang de advertenties van Van Marle en BignellDe voorgevel van Lange Voorhout 58, gesigneerd B Viegers, zie omslag en advertentie achter in de catalogus van de inboedelveiling Amaliastraat 10, 4 november 1941 Universitätsbibliothek Heidelberg Suze Bisschop-Robertson november 1914SUZE BISSCHOP—ROBERTSON. (Esher Surrey).. "Het vaderland". 's-Gravenhage, 1914-03-19. Geraadpleegd op Delpher op 2022-12-09 Arnold Willem Kort december 1915"KUNST- EN LETTERNIEUWS", Het vaderland, 24 december 1915. Cornelis Jan Mension juli 1916 en september 1918"KUNST", De nieuwe courant, 24 juli 1916; "Kunst in Den Haag", Algemeen Handelsblad, 5 september 1918. Paul Arntzenius juni 1917"KUNST", De avondpost, 1 juni 1916. Pieter Cornelis de Moor juni 1918"KUNST..", De nieuwe courant, 5 juni 1918.
Kunsthandel "Esher Surrey" thumbnail|upright|right|alt=A Advertentie Esher Surrey 1916|Advertentie Esher Surrey 1916 Op 11 november 1913 wordt de N.V. Kunsthandel "Esher Surrey" opgericht, met als directeur (zoon) C.J.R. Bignell en commissaris (vader) J.C. Bignell."Naamlooze Vennootschappen.", Algemeen Handelsblad, 11 november 1913. In de jaren daarvoor wordt al gesproken over een "kunsthandel", wellicht viel die onder een andere rechtspersoon. In 1941 wordt besloten om de N.V. op te heffen en wordt deze omgezet in een C.V.."LIQUIDATIEVOORSTEL ESHER SURREY", Het Vaderland, 10 oktober 1941; "NAAMLOOZE VENNOOTSCHAPPEN, ENZ. Naamlooze Vennootschap Fabriek van Melkproducten „Moba", te Baambrugge.", Nederlandsche Staatscourant, 22 januari 1942. Na de oorlog is de C.V. - volgens de literatuur - na de arrestatie van C.J.R. Bignell onder bewind geplaatst en in 1958 opgeheven. Door J.C. Bignell, zoon van Charles Bignell wordt het bedrijf voortgezet onder de naam 'Kunsthandel Esher Surrey, waarin opgenomen het veilingbedrijf Van Marle & Bignell'. In 1968 werd Kunsthandel Esher Surrey omgezet in een naamloze vennootschap 'Van Marle & Bignell N.V.' In 1977 werd Van Marle & Bignell N.V. omgezet in een besloten vennootschap Van Marle & Bignell BV.
Galerie "Esher Surrey" Vanaf het moment dat J.C. Bignell sr. omstreeks 1911 begint met het exposeren van kunst wordt de naam "Esher Surrey" in verschillende varianten gebruikt. Naast "villa -" of "huize -" worden ook "kunsthandel -" en "kunstzaal Esher Surrey" gebruikt voor de tentoonstellingen in de galerie. Na de verhuizing naar het Lange Voorhout 58Positief ontvangen door de pers "N.V. Kunsthandel Esher Surrey", Nieuwe Rotterdamsche Courant, 1 augustus 1919; "Kunst in Den Haag", Algemeen Handelsblad, 21 augustus 1919. staat lange tijd "N.V. Esher Surrey Fine Art Gallery" of een variant daarop in het bovenlicht van de ingang.In 1950 heeft C.J.R. Bignell de twee Louis XIV-lantaarns laten aanbrengen die nog altijd de ingang sieren. In zijn verzoek aan B & W vraagt hij bovendien om de tekst "Esher Surrey" in het bovenlicht te mogen aanbrengen - mogelijk heeft die tekst daar nog een of twee decennia gestaan. Haags Gemeentearchief en wordt in advertenties en aankondigingen wel "Esher Surrey Art Galleries" al dan niet met de toevoeging "Ltd." gebruikt. Voor zover valt na te gaan is er nooit een aparte rechtspersoon voor deze activiteiten geweest maar vielen ze altijd onder de kunsthandel "Esher Surrey" om welke rechtsvorm dan ook. Volgens de literatuur is die kunsthandel in 1958 opgeheven terwijl de galerie tot omstreeks 1966 exposities blijft organiseren, mogelijk als activiteit van het veilingbedrijf Van Marle en Bignell. Dat vóór die tijd beide bedrijven op het zelfde adres gevestigd zijn werkt ook in de tijd zelf verwarrend, zo schrijft het Algemeen Handelsblad over een veiling bij "Esher Surrey" terwijl die, uiteraard, onder de noemer van "Van Marle en Bignell" ging."KUNST IN DEN HAAG Rembrandt en Frans Hals ter veiling", Algemeen Handelsblad, 29 januari 1939; advertentie van die veiling bij "Van Marle en Bignel" "BELANGRIJKE OPENBARE VERKOOPING", De Maasbode, 24 januari 1939.
De galerie kent een vooroorlogse bloeiperiode onder leiding van C.J.R. Bignell en een tweede na de oorlog onder leiding van J.C. Bignell. Overigens wordt niet uitsluitend beeldende kunst geëxposeerd, naast solo- en groepstentoonstellingen van beeldend kunstenaars wordt ook kunstnijverheid getoond. Zo is in 1932 een gedekte kersttafel te zien met damast ontworpen door Chris Lebeau, tafelzilver ontworpen door Christa Ehrlich en met meubilair van Gispen, het geheel verlucht door schilderingen van Lebeau en C.J. Maks.KUNST. KUNSTNIJVERHEID EN SCHILDERIJEN. In de tentoonstellingszaal van Esther Surrey te Den Haag wordt een moderne Kersttafel geëxposeerd. PICTURALE OPLUISTERING, De Telegraaf, 24 december 1932; "KUNST EN LETTEREN. Uitwisseling van kunst", Haagsche courant, 8 december 1932.
Exposities tijdens het interbellum thumbnail|upright|right|Affiche ca. 1933