Koerta (Georgisch: ; Ossetisch: ; Russisch: ) was een dorp in het centrale noorden van Georgië, in de afscheidingsregio Zuid-Ossetië. Het door etnisch Georgiërs bewoonde dorp werd tijdens en na de Russisch-Georgische Oorlog van 2008 ontvolkt, in brand gestoken en vernietigd. Het was het centrum van de gelijknamige gemeente.

Ligging Koerta lag ruim vijf kilometer ten noorden van de Zuid-Osseetse hoofdstad Tschinvali, op de rechteroever van de Didi Liachvi. Voor de Georgische autoriteiten lag het dorp in de regio Sjida Kartli en was sinds 2006 bestuurlijk centrum van de gemeente Koerta, een bijzondere gemeente in de door Georgië ingestelde Provisionele Territoriale Eenheid Zuid-Ossetië. Koerta was tevens bestuurscentrum van deze territoriale eenheid. Voor de separatistische Zuid-Osseetse autoriteiten lag het dorp bestuurlijk in het district Tschinvali.

Geschiedenis Koerta was een vrij onopvallend door Georgiërs bevolkt dorp in de vallei van de Liachvi. Tot 1801 was het dorp eigendom van de Matsjabeli-dynastie, die heerste over de streek Samatsjablo binnen het koninkrijk Kartlië. De Matsjabeli's hadden een paleis in het dorp. De familie trok zich na de Russische annexatie van het koninkrijk Kartli-Kachetië terug in het nabijgelegen Tamarasjeni. In 2006 werd Koerta een centrum van het oplaaien van het Georgisch-Ossetisch conflict door pogingen van de regering van president Saakasjvili om het separatistische bestuur te passeren met een door Georgië erkend bestuur over Zuid-Ossetië dat zetelde in Koerta.

Opname in de Zuid-Ossetische Autonome Oblast Tijdens de vorming van de Zuid-Ossetische Autonome Oblast in 1921-1922 door de nieuwe Sovjet-autoriteten en het bepalen van de grens van de beoogde autonome regio protesteerden tientallen door Georgiërs bevolkte dorpen, waaronder Koerta, en de Georgiërs in de stad Tschinvali tegen de voorgenomen inclusie in Zuid-Ossetië. De vallei van de Liachvi ten noorden van Tschinvali kende voornamelijk Georgisch bewoonde dorpen. Het protest mocht niet baten: de meeste dorpen belandden toch in de autonome regio, inclusief Koerta. Door de ligging aan de noordelijke toegangsweg voor Tschinvali, de latere Transkam, en de hoofdweg naar Oni in Ratsja groeide Koerta uit tot een van de grotere dorpen in Zuid-Ossetië, met een betrekkelijk gemengde bevolking.

Conflict Zuid-Ossetië Na het opheffen van de Zuid-Ossetische autonomie in december 1990 werd het district Tschinvali, waar Koerta, onder viel in april 1991 opgeheven en aan Gori toegevoegd. Tijdens de Zuid-Osseetse oorlog van 1991-1992 vonden in het gebied etnische zuiveringen plaats en was het dorp doelwit van beschietingen. Met de inwerkingstelling van de door Rusland geleide vredesmacht in 1992, kwam het dorp onder Georgische controle te staan. In 2004 vonden rond het dorp geregeld aanslagen en gewapende schermutselingen plaats tussen Georgische vredestroepen en Zuid-Osseetse milities.

Koerta werd in december 2006 de zetel van de alternatieve regering van Zuid-Ossetië, nadat de Zuid-Osseetse oppositie tijdens de Zuid-Osseetse presidentsverkiezingen een alternatieve leiderschapsverkiezing organiseerde, die voormalig premier Dmitri Sanakojev won. De Georgische regering erkende deze regering in mei 2007 als Zuid-Ossetische Administratie, die het mandaat kreeg als tijdelijk bestuur over de 'Provisionele Territoriale Eenheid Zuid-Ossetië'. Koerta werd in deze periode ook het centrum van de nieuwe Georgische gemeente Koerta.

Oorlog 2008

In de periode voorafgaand aan de oorlog in 2008 waren de Georgische dorpen rond Tschinvali, waaronder Koerta, geregeld doelwit van Osseetse beschietingen en wegblokkades. Het dorp was op 8 en 9 augustus 2008 ook doelwit van Russische bombardementen. Onderzoekers van Human Rights Watch constateerden ter plekke op 12 augustus 2008 plunderingen en brandstichting in Koerta en andere etnisch Georgische dorpen langs de weg naar Dzjava.

Tussen 10 en 22 augustus 2008 werden op basis van satelliet-analyses naar schatting 144 gebouwen in Koerta in brand gestoken en vernield, wat op meer dan de helft van het dorp neerkwam. Aanklagers van het Internationaal Strafhof documenteerden de stelselmatige vernietiging van huizen in Koerta en elders, en stelden dat dit gebeurde "met als doel de etnische Georgiërs met geweld van het grondgebied van Zuid-Ossetië te verdrijven". In de periode 2017-2020 werden alle restanten van Koerta verwijderd.

Als gevolg van de oorlog verloor Tbilisi de controle over Zuid-Ossetië en dus ook over Koerta. De Zuid-Ossetische Administratie zetelde sindsdien in ballingschap in Tbilisi, tot ze per 2026 werd opgeheven, en behartigde voornamelijk de belangen van de Georgische vluchtelingen die in enkele tientallen speciale nederzettingen in de omgeving van Zuid-Ossetië en andere delen van Georgië wonen. Deze dorpen liggen weliswaar in andere Georgisch bestuurde gemeenten maar vallen formeel de verantwoordelijkheid van de Tijdelijke Administratief-Territoriale Eenheden.

Demografie Volgens de (Georgische) volkstelling van 2002 woonden in Koerta 960 mensen waarvan 91% Georgisch. Het dorp is in 2008 vernietigd en feitelijk opgehouden te bestaan en werd derhalve niet opgenomen in de Zuid-Osseetse volkstelling van 2015. Bevolking van Koerta Jaar 1886 1923 1939 1970 1979 1989 2002 2008 Aantal 421 488 690 1.054 1.189 1.102 1.124 0 Georgiërs 99 % 96 % - n.b. n.b. 78 % 93 % Osseten 0 % 4 % - n.b. n.b. 20 % Verantwoording data: 1886, 1923, 1939-1989, volkstelling 2002.

Zie ook Koerta (gemeente) Provisionele Territoriale Eenheid Zuid-Ossetië

Referenties

Categorie:Sjida Kartli Categorie:Dorp in Georgië Categorie:Plaats in Zuid-Ossetië