thumb|page=324|Een Oekraïense versie van de vermeende briefwisseling in de Geschiedenis van Oekraïne–Roes (1912) van Mykola Arkas De Correspondentie of Briefwisseling tussen de Ottomaanse sultan en de Kozakken, ook onder meer bekend als de Correspondentie of Briefwisseling tussen de Kozakken en de Ottomaanse/Turkse sultan, is een verzameling apocriefe brieven die zouden zijn geschreven en verzonden door een sultan van het Ottomaanse Rijk (meestal geïdentificeerd als Mehmet IV) en een groep Kozakken die oorspronkelijk met de stad Tsjyhyryn in het huidige Oekraïne werden geassocieerd, maar later met de Oekraïense stad Zaporizja.

Volgens traditionele interpretaties zijn de brief van de sultan en het Kozakse antwoord (ook wel bekend als de Zaporozje/Kozakse brief aan de Turkse sultan; Oekraïens: Лист запорожців турецькому султанові) geschreven tussen 1672 en 1680. De sultan zou hebben geëist dat de Kozakken zich zouden overgeven door op te scheppen over zijn titels en macht, terwijl de Kozakken, naar verluidt aangevoerd door een man genaamd "Ivan Sirko" of "Zaxarcenko", een repliek zouden hebben gestuurd vol met sarcasme en beledigingen waarin zij zwoeren tegen de sultan te zullen vechten.

Hoewel vroege commentatoren nog twijfelden of deze apocriefe brieven mogelijk authentiek waren, zijn moderne wetenschappers het erover eens dat de veronderstelde "correspondentie" een vervalsing is, die moet worden begrepen binnen een groot aantal soortgelijke geschriften als onderdeel van vroegmoderne (Oost-)Europese christelijke anti-Ottomaanse propaganda die opkwam tijdens de Ottomaanse oorlogen in Europa. Het is niet zeker of de originele tekst is geschreven in het Middel-Pools of (minder waarschijnlijk) het Middel-Oekraïens, maar de Russische ("Moskovische") versies zijn vrijwel zeker vertalingen van een niet-Russisch origineel. Het is ook mogelijk dat het Poolse origineel eerst naar het Russisch is vertaald en pas later naar het Oekraïens.

Geschiedenis Onderzoek thumb|Een vergelijkbare nepbrief, gepubliceerd in het Nederlands in 1652, zogenaamd door een ongenaamde 'Turkse' sultan gezonden aan koning Jan II Casimir van Polen. De sultan schept op over zijn militaire macht, beweert dat Jan stiekem met andere christelijke vorsten een anti-Ottomaanse coalitie probeert te smeden en dreigt zijn landen met geweld te veroveren. De tekst is nauw verwant aan het Kurtzer Bericht 1653 in het Duits. thumb|Nederlandse versie uit 1672 (bewaard in ZB Bibliotheek van Zeeland) van de valse dreigbrieven van de Ottomaanse sultan (in dit geval naar verluidt Mehmet IV) aan de koning van Polen (in dit geval naamloos). De inhoud komt in grote lijnen overeen met de Nederlandse versie uit 1652, maar tekstueel staat deze veel dichter bij de Nederlandse versie uit 1621, die klaarblijkelijk uit het Duits is vertaald. Al deze Nederlandse versies zijn geadresseerd aan de Poolse koning, noemen geen Kozakken en bevatten geen antwoord (noch van de Kozakken, noch van anderen). Een van de eerste mensen die probeerde om de briefwisseling tussen de sultan en de Kozakken kritisch te bestuderen was Andrej Popov (1869). Hij legde correct het verband met andere apocriefe brieven die aan de sultan werden toegeschreven in 17e-eeuwse Moskovitische handschriften, maar hij trok de onjuiste conclusie dat al deze brieven door dezelfde Moskovitische auteur moesten zijn geschreven in het laatste kwart van de 17e eeuw. Daaropvolgende studies poogden aan te tonen dat de originele tekst van de sultan-Kozakse correspondentie ofwel in het Pools was geschreven en daarna naar het Oekraïens en Russisch waren vertaald, ofwel dat Oekraïens de brontaal was. Kostiantyn V. Kharlampovych / Xarlampovyč (1923) ondernam de eerste diepgaande tekstologische analyse van verschillende versies die hij tot zijn beschikking had, die hij in twee groepen indeelde: korte Russische versies (waar Popov van wist) die de Kozakken verbonden met Tsjyhyryn en langere Oekraïense versies (samen de "Oekraïense redactie" genoemd) die de Kozakken in verband brachten met Zaporizja en verscheidene andere elementen bevatten die niet in de korte Russische versies te vinden waren. Hoewel Kharlampovych geen toegang had tot enige Poolse versies, overtuigde het interne bewijs hem ervan dat het Pools de oorspronkelijke taal van de tekst moest zijn geweest en dat feitelijke discrepanties in de Oekraïense teksten het extreem onwaarschijnlijk maakten dat ze bij de 17e-eeuwse Kozakken in Oekraïne waren ontstaan.

Met haar twee artikelen in de jaren 1950 was Marianna Davidovna Kagan-Tarkovskaia de eerste wetenschapper die vele Russische teksten onderzocht, waarbij ze concludeerde dat ze waarschijnlijk vanuit het Oekraïens naar het Russisch waren vertaald door de Posolskii prikaz (de Moskovitische Ambassade oftewel de Diplomatieke Kanselarij), die destijds de taak had om buitenlandse pamfletten en kranten te vertalen. Nud'ha (1963) bracht een tot dusver onbekende Poolse tekst aan het licht en betoogde dat de briefwisseling een vroeg-17e-eeuwse Oekraïense oorsprong zou hebben gehad, maar zijn conclusies bleken onhoudbaar. In 1966 publiceerden Eustachiewicz en Inglot een aantal Poolse versies van de sultan–Kozakkenbrieven, die – op één uitzondering na – overeen kwamen met de "Oekraïense redactie"; ze beriepen zich ook op een grote hoeveelheid bewijsmateriaal om de correspondentie te plaatsen in een stevig gevestigde 17e-eeuwse literaire traditie in Polen.

Observaties en conclusies thumb|Poolse versie van de Kozakkenbrief aan de sultan uit 1683, ontdekt in 2019 De Amerikaanse historicus Daniel C. Waugh, gespecialiseerd in Slavische en Oost-Europese geschiedenis, merkte in 1978 over de vermeende briefwisseling tussen de sultan en Kozakken het volgende op:

Volgens Oekraïens historicus Volodymyr Pylypenko (2019) is de briefwisseling 'waarschijnlijk de beroemdste vervalsing uit de Oekraïense geschiedenis, een nepdocument met een lange en levendige geschiedenis (...) De tekst heeft talloze vertalingen en bewerkingen ondergaan.' Een Franse en een Duitse vertaling zijn het bekendste geworden omdat deze de tekst toegankelijk maakten voor een groot Europees lezerspubliek. Pylypenko wees erop dat de brief veel stilistische overeenkomsten heeft met andere nepdocumenten en vervalsingen die in de 17e eeuw onder meer in het Pools-Litouwse Gemenebest en het Tsaardom Rusland (Moskovië) opdoken alsof het echte brieven tussen Oost-Europese christelijke vorsten en de Ottomaanse sultan waren, terwijl het in feite politiek-religieuze propagandawerkjes waren. Dit genre bestond uit vier hoofdthema's: Brieven van de sultan aan de koning van het Pools-Litouwse Gemenebest; Nepcorrespondentie tussen de monarchen; Brieven van de sultan aan de Poolse landadel; en Een verzameling van nepakkoorden inzake de vorming van een Europese christelijke anti-Turkse coalitie.

De Russische historicus Ivan Poliakov publiceerde in 2018 de oudstbekende kopie van de sultan–Kozakse briefwisseling zoals die werd aangetroffen in een archief van het adelsgeslacht Romodanovski uit de jaren 1670; deze vondst is zeer belangrijk om te begrijpen hoe deze teksten zijn ontstaan. Volgens Russisch historicus Stepan Mikhailovich Shamin (2020) geeft het bewijs aan dat de tekst onder Poolse edelen als een simpele grap begon in de vorm van een pamflet, waarin de Tsjyhyrynse Kozakken de titels en dreigementen van de sultan met humor naast zich neerlegden. Grigory Romodanovski vond deze tekst interessant en grappig, liet deze naar het Russisch vertalen en gaf een kopie ervan aan zijn neefje S. V. Romodanovski, in wiens archief deze oudstbekende versie van de briefwisseling is gevonden. Shamin stelde dat de oorspronkelijke Poolse tekst waarschijnlijk op deze manier via de familie Romodanovski zijn weg vond naar de Russische taal en het Tsaardom Rusland (Moskovië). Tegen het einde van de 17e en begin van de 18e eeuw dook het pamflet iedere keer dat er een nieuwe oorlog met de Ottomanen uitbrak steeds in een iets gewijzigde vorm opnieuw op. Vanaf de 18e eeuw (vooral vanaf het midden) verschijnen er ook vele Oekraïense versies van de briefwisseling tussen de sultan en de Kozakken. Het feit dat de stad Tsjyhyryn (hoofdstad van het Kozakken-Hetmanaat in de jaren 1648–1676) tijdens de oorlog van de jaren 1670 werd verwoest en de herinnering aan haar rol in het tegengaan van de Ottomaanse expansie in de loop der tijd verwaterde, is waarschijnlijk de reden waarom de "Tsjyhyrynse Kozakken" uiteindelijk in de meeste 18e-eeuwse versies van de tekst werden vervangen door de Zaporozje-Kozakken (die veel bekender waren in latere tijden).

De Oekraïense historicus Taras Tjoehlib (2020) zette de belangrijkste twee redenen uiteen om alle bekende versies van de briefwisseling tussen de sultan en de Kozakken als literaire verzinsels te beschouwen in plaats van authentieke historische documenten: De originele tekst is nooit gevonden, maar de talloze versies die wel zijn overgeleverd spreken elkaar allemaal tegen: De brieven zijn gedateerd op verschillende jaren, inclusief 1600, 1619, 1620, 1667, 1672, 1677, 1683 et cetera. De ondertekening in de Kozakse brief verschilt sterk per versie, inclusief "grassroots Kozakken", "Otaman Zakharchenko" en "Ivan Sirko". De geadresseerde in de Kozakse brief verschilt sterk per versie in het identificeren van welke Ottomaanse sultan men beantwoordt, inclusief "Osman", "Mehmet IV", "Ahmed III", enzovoort. De Ottomaanse sultan spreekt de Kozakken op veel verschillende manieren aan, inclusief door ze met ofwel Tsjyhyryn ofwel Zaporizja te associëren. De stijl van de Kozakse brief is historisch gezien niet geloofwaardig: 'Het is namelijk bekend dat de diplomatieke correspondentie van de Kozakse heersers met die van andere landen, inclusief de Turkse sultan (...) een compleet ander karakter had en nooit de destijds gangbare etiquette schond om een persoon met deze status aan te spreken.'

Versies Oudstbekende versie van Romodanovski (jaren 1670)

In 2018 publiceerde Ivan Anatol'evich Poliakov een gedetailleerd onderzoek van wat misschien wel de oudste nog bestaande kopie is van een correspondentie tussen de Tsjyhyrynse Kozakken en de Ottomaanse sultan. De kopie werd gevonden tussen een verzameling geschriften in de archieven van de Rurikse prins S.V. Romodanovski. Hoewel de laatste datum in de collectie 25 augustus 1678 is, meende Poliakov de meest waarschijnlijke datum van samenstelling voor de sultan-Kozakkenbrieven in 1673 te zijn vanwege de historische context van de Pools-Ottomaanse oorlog (1672–1676). Desalniettemin vertoonde de tekst, zoals veel andere geleerden al eerder hadden opgemerkt, talloze overeenkomsten met eerdere dergelijke anti-Turkse pamfletten die meer dan een eeuw eerder in het Pools, Duits, Nederlands en andere Europese talen verschenen, terug te voeren tot wel 1518. Deze pamfletten werden vaak gepubliceerd toen een nieuwe oorlog tussen een Europese christelijke staat en het Ottomaanse Rijk was uitgebroken; sommige details werden gewijzigd, bijgewerkt of toegevoegd om van toepassing te zijn op de nieuwe situatie, en vervolgens werd het pamflet over Europa verspreid en in andere talen vertaald. Wat betreft de sultan-Kozakkencorrespondentie ondersteunt het bewijsmateriaal een Pools origineel, dat volgens Poliakov wellicht is geïnspireerd door – en geschreven kort na – de Kozakse verovering van het Ottomaanse fort Azov in 1637.

Versies uit Wenen 1683 (Duits en Pools)