thumb|350px|Het begin van de voorrede van Cur deus homo, manuscript uit de twaalfde eeuw. Cur deus homo (Nederlands: Waarom God mens werd) is een theologische en wijsgerige verhandeling van Anselmus van Canterbury (1033-1109). Hij zet in dit werk een verzoeningsleer op basis van voldoening (satisfactio) uiteen.

Anselmus schreef Cur deus homo in de periode tussen 1093 en 1098.Kr. Strijd: Structuur en inhoud van Anselmus' "Cur deus homo", Van Gorcum & Comp. N.V. - G.A. Hak & Dr. H.J. Prakke, Assen 1958p. 2 Het boek is geschreven in de vorm van een tweegesprek tussen Anselmus en een van zijn meest geliefde leerlingen, Boso.IJsseling: "Anselmus kiest voor de uiteenzetting zijner gedachten den vorm die destijds in de scholen zeer geliefd was, dien van een samenspraak (dialoog). Evenals bijv. Plato gedaan had, trachtten de middeleeuwsche geleerden door vragen en antwoorden in de diepten van een onderwerp in te dringen ...", voetnoot 1, p. 3, Over de Menschwording Gods, in het Nederlands vert. en toegelicht door P.C. IJsseling, G.F. Callenbach, Nijkerk 1908 De taak van Boso in het geheel is om met kritische vragen de satisfactie-theorie onderuit te halenIJsseling: "... bezwaren zoekend en wederleggend (dialectiek).", p. 3, voetnoot 1, Over de Menschwording Gods, in het Nederlands vert. en toegelicht door P.C. IJsseling, G.F. Callenbach, Nijkerk 1908, maar hij moet telkens weer toegeven dat de theorie van Anselmus en de wijze waarop deze zijn theorie uiteenzet en verdedigt volstrekt in overeenstemming is met de rede.p. 5

Samenvatting Cur deus homo bestaat uit twee boeken en in totaal 47 hoofdstukken en is geschreven in het Latijn. Op zakelijke wijzeDe reden tot deze zakelijkheid betreft de geringe omvang van zijn boek en het specifieke doel, Voorwoord en I, 1. Daarnaast geeft Anselmus aan geheel in de traditie te willen staan van de kerkelijke schrijvers voor hem en zich onder hun gezag stelt, I, 2; alles wat bij hem (Anselmus) niet kan worden teruggevonden, kan men bij hen zoeken: "hetgeen door de heilige vaderen (dat zijn de kerkvaders) reeds gezegd is voldoende kan worden geacht" (I, 1)p. 118Verg. evenwel D. Bentley Hart: "The rigidity, the dryness ... in the 'Cur Deus Homo' is no aspect of the text itself, I would content; rather it is an expression only, one bred by a largely illusory familiarity with Anselm's argument ... Anselms has often been the victim of his own clarity." Zie D. Bentley Hart: A Gift Exceeding Every Debt, Pro Ecclesia VIII, 3, 1998p. 347 legt Anselmus uit dat de schepping van God gebaseerd is op orde en harmonie. De mens is geschapen als een rationeel wezen met als doel volstrekte - maar wel vrijwillige - gehoorzaamheid aan God (I, 15, I, 11, II, 1). Hierin ligt zijn gelukzaligheid. Deze volstrekte gelukzalig kenmerkte de eerste mens in het paradijs. De mens had de mogelijkheid voor zichzelf onsterfelijkheid te verwerven door af te zien van ongehoorzaamheid aan God (II, 2). God stond toe dat de duivel naar het paradijs ging om de mens te verleiden tot zonde. Had de mens deze verzoeking weerstaan, dan had hij de duivel verslagen (II, 19). De mens plaatste zich echter vrijwillig onder de macht van de duivel (II, 9) en is er wanorde in de schepping geslopen.IJsseling: "De zonde is naar haar wezen het 'onordelijke' in de schepping Gods. Zondigen, dat is Gode de verschuldigde eere niet geven; Hem onthouden, wat het Zijne is, Hem onteren. (I 11)", inleiding, p. v, Over de Menschwording Gods, in het Nederlands vert. en toegelicht door P.C. IJsseling, G.F. Callenbach, Nijkerk 1908 Op indirecte wijze is hierdoor de eer van God gekrenkt, omdat de mens in zijn zondigheid niet meer instaat is om God de verschuldigde eer te geven (I, 15).p. 78v Juist door zich vrijwillig aan de duivel over te geven is de eer Gods gekrenkt. God moet nu eigenlijk de mens straffen - vergeving zonder betaling voor de zonde is bij Anselmus geen optie (I, 12) - voor de verstoring van de orde, maar God heeft grootse plannen met de mens: samen met de mens wil God zijn plannen ten uitvoer brengen. In plaats van de mensen te straffen is het ook mogelijk om de schuld die de mens bij God heeft uitstaan te voldoen. Aangezien de zondige mensen dat niet kunnen, neemt de Zoon van God vlees aan (incarnatio) en verschijnt als Jezus Christus op aarde. De Zoon van God is waarlijk mens, maar anders dan de andere mensen is hij zondeloos. Hij kan daarom de openstaande schuld namens de mensheid aan God voldoen (satisfactio). Tijdens zijn aardse leven is Jezus volstrekt vrijwillig gehoorzaam aan God (II, 18).L. Th. Merton: Reflections on some Recent Studies of St. Anselm, Monastic Studies III, 1965, p. 29 In de gehoorzaamheid van de Zoon van God weerspiegelt zich als het ware de onbaatzuchtige liefde van God, maar diens majesteit en schoonheid.R. Williams: God met ons. De betekenis van kruis en opstanding - toen en nu, (uit het Engels vert. door M. van Ham,) Berne Media, Heeswijk 2018, pp. 37-38 De zondige mens wil van de Zoon echter niets weten en kruisigt Hem. Anselmus legt op cryptische (of spitsvondige) wijze uit waarom God de dood van de Zoon niet heeft gewild, maar God daar toch een welbehagen in heeft, omdat Hij in zijn gehoorzaamheid toch bereid was om aan het kruis te sterven (II, 11 en II, 18).II, 18: "... want het was zijn eigen keus te lijden of niet te lijden - moest Hij doen wat Hij deed, omdat, wat Hij wilde, geschieden moest; en toch moest Hij het niet doen, omdat Hij er niet toe was verplicht." Jezus heeft door zijn menswording, leven en sterven voldoening (satisfactio) gebrachtp. 171 aan de eer van God: Hij heeft de schuld ingelost. Maar Jezus heeft meer gedaan, door zijn vrijwillige kruisdood heeft hij een bepaalde verdienste behaald en daarom heeft God Hem beloond door Hem de mensen die zijn verzoeningsdood aanvaarden en Hem willen navolgen, en daarom zalig zullen worden, te schenken (II, 20).II, 20: "Aan wie zal Hij met meer gepastheid de vrucht en het loon van zijn dood toekennen dan aan hen, tot wier redding Hij zich, zoals het redelijk inzicht in de waarheid ons leerde, tot mens maakte en aan wie Hij, zoals we reeds zeiden, door te sterven een voorbeeld gaf van wat het is: om der gerechtigheid wil te sterven? Tevergeefs zullen zij zijn navolgers zijn, als zij niet aan zijn verdiensten zullen deelhebben."Hoewel het lijkt alsof navolging van Christus bij Anselmus op de achtergrond is geraakt, blijkt uit alles dat zij wel wordt verondersteld. Er is bij Anselmus geen sprake van een passief christen-zijn.Verg. IJsseling: "Waarin bestaat het werk van Christus? Dat hij het verschuldigde doet en bovendien nog meer dan dat. Het verschuldigde, dat hij deed, bestond hierin, dat hij als mensch onwankelbaar de gerechtigheid heeft gehandhaafd en zoo den dood vond. En het meerdere, dat hij deed, was, dat hij zich dooden liet. De dood was geen moeten, maar een daad," inleiding, p. vii, Over de Menschwording Gods, in het Nederlands vert. en toegelicht door P.C. IJsseling, G.F. Callenbach, Nijkerk 1908 God kan dankzij het werk van de Zoon zijn plannen met de mensen volvoeren. Het subjectieve lijkt bij Anselmus in Cur deus homo wat op de achtergrond te raken, maar wie goed leest ziet dat zijn bij Anselmus toch wordt veronderstelt: door het verzoeningswerk van Christus te aanvaarden, krijgt men deel aan zijn werk.Anselmus: Over de Menschwording Gods, in het Nederlands vert. en toegelicht door P.C. IJsseling, G.F. Callenbach, Nijkerk 1908, inleiding, p. ixHet ontbreken van het subjectieve was de voornaamste kritiek van Thomas van Aquino, zie P. Tillich, Systematic Theology II, University of Chicago, Chicago, Ill. 1957. Verg. echter de opmerking van Bentley Hart, A Gift etc., p. 345: "It might be observed that Anselm already writes from within the precincts of the church's pneumatological life ... [T]he newly refashioned human nature established in the Incarnation is found nowhere (this side of the eschaton) but in the social reality of the church, whose practices of love and discipline of forgiveness already constitutes the new life of the sanctified. This may not, in itself, prove a sufficient retort to the criticism offered, but again, given the very specific limits Anselm has set to his inquiry, it should at least render that criticism somewhat less devastating." Men leze bij Anselmus in zijn voorwoord: "Ik heb mij gedrongen gezien het haastiger dan mij geschikt scheen en dus ook korter dan ik gewild had, zo goed ik kon tot een einde te brengen. Want vele dingen, die ik stilzwijgend ben voorbijgegaan zou ik hebben ingeschoven en toegevoegd, wanneer het mij had vrijgestaan het rustig en in een behoorlijke tijdruimte had kunnen afwerken." Ten slotte dient te worden opgemerkt dat de titel, de De Menswording Gods, reeds wijst op datgeen Anselmus voor ogen had, continuïteit met de aloude Kerkleer dat verzoening en verlossing niet alleen door Christus werden bewerkt aan het Kruis, maar door zijn gehele levenswandel in gehoorzaamheid aan God, culminerende in de dood aan het Kruis. Deze kruisdood verschaft niet alleen verlossing, maar maakt het de mens ook mogelijk om deel te krijgen aan het Goddelijke leven. Dat schijnt bij Anselmus niet anders te zijn. Het is goed mogelijk De Menswording Gods te zien in continuïteit met een langere rij boeken die de incarnatie als onderwerp hebben en zijn geschreven door de kerkvaders, men denke in het bijzonder aan de Menswoording van het Woord Gods van Athanasius van Alexandrië.