thumb|Situatie tot 2008, het verlaten tunneltraject van lijn 12 in Ludwigshafen tussen Hauptbahnhof en Rathaus zichtbaar als het middelste gedeelte van de donkergroene lijn thumb|In 2008 ontmanteld station Hauptbahnhof Ostausgang miniatuur|Netkaart Mannheim en Ludwigshafen (2016) thumb|Eindpunt Kirchheim met als een van de weinige ook een eindlus miniatuur|Netkaart Heidelberg (2023) miniatuur|Variobahn tram in de kleuren van de RNV. miniatuur|Düwag GT8, met lagevloer middenbak. miniatuur|Rhein Haardt Bahn "ET12" Het tramnetwerk van de Metropoolregio Rijn-Neckar vormt de ruggengraat van het stedelijke openbaar vervoer van de Duitse Metropoolregio Rijn-Neckar. Deze regio ligt in drie Duitse deelstaten, Baden-Württemberg (rechter Rijnoever), Hessen (Viernheim) en Rijnland-Palts (linker Rijnoever). Het omvat de steden Mannheim, Weinheim, Heidelberg en Ludwigshafen met de omliggende dorpen. Het metersporige net met een lengte van ruim 301 kilometer wordt door de Rhein-Neckar-Verkehr GmbH (RNW) geëxploiteerd.
Het deel van het net op de rechter Rijnoever heeft als basis een driehoek tussen de grootste stad Mannheim en de derde stad Heidelberg, het derde punt wordt gevormd door het noordelijker gelegen Weinheim. Deze interlokale lijnen vallen in Duitsland onder de spoorwegwetgeving maar worden met trams bereden. Elk van de drie grote steden heeft daarnaast een eigen stadsnet, waarbij de netten van Mannheim en Ludwigshafen (met slechts een eigen tramlijn) direct met elkaar verbonden zijn. Ook is er een lange interlokale uitloper naar Bad Dürkheim. De eerste paardentrams reden al in 1878 in Mannheim en Ludwigshafen.
Geschiedenis De eerste lijnen, met paardentrams, reden op normaalspoor. Tussen 1900 en 1902 werden deze vervangen door elektrische metersporige lijnen. Ondertussen was in 1884 de eerste stoomtramlijn geopend, van Mannheim naar Feudenheim. Meerdere lijnen volgden en vanaf 1890 kon ook in Ludwigshafen en Heidelberg op de stoomtram worden gestapt. Paardentrams reden vanaf 1885 in Heidelberg en 1901 werd de elektrische tramlijn van Heidelberg naar Wiesloch geopend. Elektrische stadstrams gingen al snel in 1902 rijden. In 1913 opende de Rhein Haardtbahn, een 16 kilometer lange elektrische lijn van Bad Dürkheim naar Ludwigshafen-Oggersheim en Mannheim, zonder lijnaanduiding. Vanaf 1914 werden de stoomtramlijnen van de Oberrheinische Eisenbahn-Gesellschaft geleidelijk in elektrische lijnen omgezet. De lijnen begonnen in Station Mannheim OEG (Lijn A Weinheim-Heidelberg en lijn C Heddesheim) en in Station Mannheim-Kurpfalzbrücke (Lijn B rechtstreeks naar Heidelberg) maar werden na 1973 geïntegreerd in het tramnet van Mannheim.
In Mannheim kwamen er verlengingen in Feudenheim naar Schönau en werd de in 1964 gebouwde wijk Vogelstang in het oosten van de stad in 1969 aangesloten op een nieuwe tramlijn, die vrijwel geheel op een eigen baan rijdt waarbij de halte Vogelstang Zentrum werd geïntegreerd in het winkelcentrum van de wijk, waar de tram doorheen rijdt. In Mannheim en Ludwigshafen werden enkele minder belangrijke trajecten onder meer naar de haven stilgelegd en in Heidelberg verdwenen een aantal interlokale uitlopers.
Vanaf 1969 werden enkele trajecten, eerst in Ludwigshafen en sinds 1971 in Mannheim, bij een lijn die aantakking kreeg op het nieuwe traject over de Kurt Schumacherbrug, op een hoger plan getild door de aanleg van een ondergrondse semi-metrotraject met slechts het ondergrondse station Dalbergstraße waar de Neckar wordt gekruist. Speciaal ontwikkelde Stadtbahn-trams hebben hier echter nooit gereden.
Op 23 september 1995 werd de zg. "B-lijn" geopend naar Neckarau West via Lindenhof, grotendeels via enkelsporige trajecten gezien de beschikbare ruimte. Uiteindelijk volgde nog een verlenging naar de Rheingoldhalle.
Door de opening van station Ludwigshafen Mitte in 2003 verloor het Hauptbahnhof veel reizigers. De tunnel tussen Hauptbahnhof en Rathaus lag bovendien ongunstig ten noorden van het centrum. In 2005 werd de door de tunnel rijdende lijn 12 beperkt tot een spitsuurlijn. In 2008 bij reorganisatie van het tramnet werd wegens de hoge exploitatiekosten en gering reizigersaanbod de lijn zonder vervanging opgeheven en werd de tunnel overbodig, pas sinds 1976 volledig in gebruik en maar 32 jaar gebruikt. Het ondergrondse station Danziger Platz en de bovengrondse halte Hauptbahnhof Ostausgang zijn sinds 2008 afgesloten en spookstations. In Ludwigshaven resteren nog slechts twee ondergrondse stations, Rathaus, dat voor de helft een spookstation is omdat de perrons op de onderste verdieping zijn afgesloten en de sporen verwijderd en op de bovenste verdieping de buitenzijden van de perrons zijn afgesloten met hekken en de sporen ook verwijderd, en Hauptbahnhof. Bouwplannen maken dat de ongebruikte tunnel deels moet verdwijnen.
In Heidelberg werd in 2006 een nieuw traject geopend naar het in 1920 door Heidelberg geannexeerde Kirchheim, lijn 26 en thans lijn 22 met in de dorpskern enkelspoor door de beschikbare ruimte. De tram reed hier al eerder als lijn 6 tussen 1910 en 1972 zij het grotendeels volgens een andere route. De woonwijk Bahnstad bij Heidelberg Hauptbahnhof op een voormalig rangeerterrein wordt ook bediend.
In 2008 werd lijn 6 in Mannheim gesplitst in lijn 6 naar Neuostheim en lijn 6A naar Neuhermsheim en de SAP Arena waarbij beide eindpunten met de halve frequentie worden bediend. Er bestaat een verbindingsspoor tussen beide eindpunten maar dat wordt alleen gebruikt op bepaalde tijdstippen en tijdens evenementen in de SAP Arena wanneer lijn 6 doorrijdt naar het eindpunt van lijn 6A.
In 2016 werd de laatste grote uitbreiding in Mannheim gerealiseerd, de "Stadtbahn Nord" met gedeeltelijk enkelspoor in verband met de beschikbare ruimte naar Gartenstadt met twee eindpunten Waldfriedhof en Käfertaler Wald, die afwisselend met de halve frequentie worden bediend door lijn 4 en 4A. In de stille uren bij lagere frequentie wordt eerst naar Käfertaler Wald en daarna naar Waldfriedhof gereden. Het traject van lijn 4 naar Heddesheim werd verdubbeld en overgenomen door lijn 5A, tot Wallstadt Ost, waar een keerlus werd aangelegd, in de brede spits versterkt met lijn 15.
Fusie Mannheim en Ludwigshafen hadden vanaf 1878 een net, zowel de paardentram als diens elektrische opvolger. De exploitatie werd per 1 januari 1965 tussen de twee steden gesplitst om politieke, financiële en belastingtechnische reden, beide steden liggen in een andere deelstaat. Wel bleef er gezamenlijk tramverkeer gehandhaafd.
Het huidige vervoerbedrijf is een fusie van maar liefst vijf trambedrijven, na jarenlange voorbereiding werd deze op 1 oktober 2003 afgerond. Bij de fusie werden de volgende vijf bedrijven samengevoegd tot de RNV: MVV: trambedrijf van Mannheim VBL: trambedrijf van Ludwigshafen HSB: trambedrijf van Heidelberg OEG: interlokale tram tussen Mannheim, Heidelberg en Weinheim RHB: interlokale tram tussen Bad Dürkheim en Ludwigshafen
Netwerk Het totale netwerk bestaat (in 2025) uit 17 tramlijnen: te weten 1-7, 8X, 9X, 10, 15, 16, 21-24 en 26. Lijn 8X en 9X zijn expresdiensten en slaan haltes over zodat de rit sneller gaat. tijdens de langdurige afsluiting van de Konrad Adenauerbrug wordt lijn 4/4A omgeleid over de Kurt Schumacherbrug, is lijn 7 gesplitst in een deel in Mannheim en een deel in Ludwigshafen en rijden de lijnen 8X en 9X niet. Lijn 1-3, 6/6A, 7, 15 en 16 zijn stadslijnen in Mannheim waarbij lijn 15 een kort traject en versterkingslijn is van lijn 5A. Lijn 16 bestaat sinds 17 december 2023 en is een korte pendellijn naar de nieuwbouwwijk Franklin met een rijtijd van slechts 4 minuten. De lijn staat geheel los van de andere lijnen en heeft aansluiting op lijn 5 bij de Bensheimer Straße maar wordt in een later stadium naar het centrum en verder doorgetrokken. Lijn 6 en 7 rijden ook in Ludwigshafen die als enige eigen stadslijn 10 heeft. Lijn 21-24 en 26 zijn stadslijnen in Heidelberg en de lijnen 4, 4A, 5 en 5A interlokale lijnen, die in de steden ook stadslijn zijn waarbij een A staat voor een routevariant. Lijn 4/4A vanuit Bad Dürkheim rijdt tussen Oggersheim en Mannheim een kort trajectdienst en heeft in Mannheim 2 eindpunten die om en om worden bediend. Lijn 5 rijdt een lus in twee richtingen tussen Mannheim, Weinheim, Heidelberg en Mannheim met een rijtijd van ca. 2 uur en 20 minuten. Lijn 5A is een aftakking van lijn 5 naar Heddesheim.
Oorspronkelijk waren de tramlijnen genummerd oplopend vanaf '1' per stad maar van 1985-1995 in Mannheim en Ludwigshafen oplopend vanaf '30' ('40' voor versterkingslijnen) omdat er een nieuw tramnet was ingevoerd en om geen verwarring met de oude lijnnummers te krijgen. Na de fusie kregen de stadslijnen in Heidelberg de lijnnummers 21-24 en 26, de interlokale OEG lijnen kort de lijnnummers 61-63 en daarna 5/5A en de RHB kreeg het lijnnummer 14 en daarna 4/4A.
Materieel In de Rijn-Neckar regio was het meestal gebruikelijk elk nieuw tramtype aan te duiden met de typenaam die de fabrikant hanteerde. Het type dat vanaf 2021 rijdt is RNT 2020 (Rhein-Neckar-Tram 2020) gedoopt. Het meeste materieel zijn eenrichtingwagens maar de oorspronkelijk aan de OEG geleverde wagens zijn tweerichtingwagens evenals al het materieel in Heidelberg. De nieuwste Skoda wagens zijn tweerichting maar de 30 en 40 meter wagens alleen indien rug aan rug gekoppeld wordt gereden en hebben slechts een bestuurderscabine. Op de lijnen 4/4A, 6/6A en 7 wordt zowel materieel uit Mannheim als uit Ludwigshafen ingezet.
Huidig M8C In 1985 werden in Heidelberg van Duewag 8 gelede trams van het type M8C (251-258, na fusie 3251-3258) in dienst gesteld. De trams zijn van het type tram met jacobsdraaistel en 26,6 m lang en kregen tussen 2010 en 2013 bij grote revisie een lagevloermiddenbak. xMGT In 1994 en 1995 werden in totaal 64 Duewag lagevloertrams van het type 6MGT aangeschaft, voor Mannheim 50 stuks (601-650, na fusie 5601-5650) en voor Ludwigshafen 14 stuks (201-214, na fusie 2201-2214) en 5 van het type 8MGT in dienst gesteld. De trams zijn van het type tram met zwevende bak en 29,2 m. De RHB bestelde 6 stuks (1031-1033, 1041-1043) zevendelige achtassers van 40,9 m. MGT6D In 1994 en 1995 werden van Duewag voor Heidelberg 12 lagevloertrams van het type MGT6D in dienst gesteld (265-268, 273-280, na fusie 3265-3268). De trams zijn van het type tram met opgelegde bak en 28,3 m lang. Variobahn In 1996 werden voor de OEG van Adtranz 6 lagevloertrams (van het type Variobahn in dienst gesteld (118-123, na fusie 4118-4123). De trams zijn van het type tram met zwevende bak en 32,2 m lang. Rhein-Neckar-Variobahn Tussen 2002 en 2013 werden van Bombardier 83 lagevloertrams van het type Rhein-Neckar-Variobahn in dienst gesteld (voor Mannheim 701-716, na fusie 5701-5716 en 5761-5763, voor Ludwigshafen 215-222, na fusie 2215-2222, voor de OEG 123-142, na fusie 4123-4142), voor Heidelberg 3281-3288 en voor de RHB 6. Deze trams zijn een doorontwikkeling van de Variobahn trams van ADtranz. De trams zijn van het type tram met zwevende bak en 30,5 m (Heidelberg), 39,4 m en 42,8 m (RHB) lang. Rhein-Neckar-Tram 2020 Sinds 2021 levert Škoda, deels ter vervanging, ten minste 80 lagevloertrams van het type Škoda ForCity Smart (series 1401-1431, 1500-1524 en 1800-1874). Deze trams zijn een doorontwikkeling van de Artic trams van Transtech. De trams zijn van het type tram met opgelegde bak en circa 30 m, 40 m en 59 m lang.Wie viele Bahnen werden beschafft und wo werden die neuen Bahnen fahren?, geraadpleegd op 2021-01-26. Het daadwerkelijke vervoer ging geleidelijk van start in april 2023.Skoda’s new Rhein-Neckar-Tram starts passenger service, geraadpleegd op 2023-04-20.Van het type RNT 2020 heeft de RNV ook enkele 58,7 meter lange versies besteld, wederom twaalfassers.World’s longest tram is produced by Škoda Group in Pilsen, geraadpleegd op 2025-06-17. Deze namen in 2025 het wereldrecord over van de Urbos trams in Boedapest waar trams tot wel 56 meter rijden.
Voormalig