thumb|Wapenschild van de familie de Longrée De Longrée is een geslacht waarvan leden sinds 1817 tot de Belgische adel worden gerekend.

Geschiedenis De bewezen stamreeks begint met Gilles-Joseph Longrée (1707-1780) die op 3 mei 1707 te Fallais werd gedoopt, eerste vermelding van een telg uit dit geslacht. Zijn zoon Charles de Longrée (1737-1818) werd in 1783 door Karel Theodoor van Beieren, in zijn hoedanigheid van keurvorst van Beieren, verheven tot ridder van het Heilige Roomse Rijk, titel overgaande op al zijn mannelijke afstammingen; de rechtsgeldigheid van de door deze keurvorst verleende adelsbrieven wordt betwist. In het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd voor hem in 1817, zes maanden voor zijn dood, de titel van ridder erkend, blijkens de eerste adelslijst overgaande op alle mannelijke afstammelingen.

Wapenbeschrijvingen 1783: In cuius argenteo scuto seu campo cum modum latinae literae 'X' formatum mensae fulcrum nigri coloris, in medio cum apertura quadrata tesselatum adparet, exsurgente ex tesserae superiori apice viridi arbore. Scuto ipsi corona comitis distincta unionibus imposita, et laciniarum loco binis leonibus subflari coloris cauda retro in altum iacta et lingua rubra exserta scutum utrimque tenentibus. 1817: Van zilver, beladen met een op een molenijzer van sabel staande willigen boom in deszelfs natuurlijke kleur. Het schild gedekt met de Nederlandsche ridderkroon, en ter wederzijden vastgehouden door een klimmenden leeuw in zijne natuurlijke kleur.

Genealogie Charles ridder de Longrée (1737-1818), advocaat, schepen van de soevereine rechtbank in Luik en raadsheer van de prins-bisschop van Luik, trouwde in 1774 in Luik met Marie-Hélène de Macar (1748-1775), dochter van Guillaume-François de Macar, heer van Brouck. Ze kregen een zoon die na enkele dagen overleed. Hij hertrouwde in 1776 in Luik met Marie-Jeanne Bourguignon (1754-1790), dochter van François-Guillaume Bourguignon, burgemeester van Luik. Ze kregen vier zoons en vier dochters. Joséphine de Longrée (1781-1855), trouwde in 1803 in Seny met Arsène Fabri (1777-1851), burgemeester van Seny, arrondissementsraadslid van Hoei, lid van de Provinciale Staten van Luik en lid van de Tweede Kamer. Ze kregen vijf zoons en twee dochters, met afstammelingen tot heden. Antoine de Longrée (1782-1871), procureur-generaal in het groothertogdom Luxemburg, trouwde in 1831 in Luik met Joséphine de Theux de Meylandt (1787-1848), zus van graaf Barthélemy de Theux de Meylandt, lid van het Nationaal Congres, volksvertegenwoordiger, minister, premier en minister van Staat. Het huwelijk bleef kinderloos. Hij hertrouwde in 1849 in Luik met barones Caroline de Lamberts-Cortenbach (1822-1906), dochter van baron Werner de Lamberts-Cortenbach, lid van de Provinciale Staten van Limburg en gouverneur van Oost-Vlaanderen en Limburg. Ze kregen een zoon, met afstammelingen tot heden. Auguste ridder de Longrée (1852-1928) Raymond ridder de Longrée (1885-1966), advocaat-generaal bij het hof van beroep in Luik, dertien dagen na de moord op zijn vrouw teruggevonden in de Maas, trouwde in 1913 in Luik met barones Juliette Sloet van Oldruitenborgh (1884-1966), op 81-jarige leeftijd vermoord door haar echtgenoot door drie messtekenMarguerite Yourcenar informeerde naar deze tragedie bij een vriendin en haar neef in Brussel, en betuigde onmiddellijk haar deelneming aan haar verwante en goede vriendin Loulou barones de Borchgrave-barones Sloet van Oldruitenborgh (1886-1986), zus van de overledene; zie: Marguerite Yourcenar, Lettres à ses amis et quelques autres. [Paris], 1995, p. 246-249 [daar door haar gespeld als de Langrée]. Yourcenar liet doorschijnen dat de lange ziekte van mevrouw de Longrée en vermeende geldzorgen hem tot de moord en zelfmoord zouden hebben gebracht, en hekelde de (volgens haar onjuiste en roddelachtige) artikelen in de pers. Emmanuel ridder de Longrée (1892-1956), artilleriemajoor Dominique ridder de Longrée (1927-2006) Alain ridder de Longrée (1953), adjunct-commissaris van politie in Sint-Gillis en chef de famille Michel ridder de Longrée (1982), vermoedelijke opvolger als chef de famille Nicolas de Longrée (1784-1875), volksvertegenwoordiger], trouwde in 1817 met Marie-Sophie Thönissen (1796-1873). Ze kregen negen kinderen, met afstammelingen tot heden. Charles Léopold Joseph Eugène ridder de Longrée (1834-1885), ontvanger der registraties, trowde met Valentine Virginie Marie Verbeke Neotère Eugène Adolphe Marie Joseph Ghislain ridder de Longrée (1873-1948), werknemer, trowde in 1907 met Antoinette Van Gyseghem (1847-?) René Joseph François ridder de Longrée (1896-1972), wisselagent in Brussel, in 1948 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens oplichting met valse documenten. Eugène Gilbert Marcel de Longrée (1898 -?) Jacques de Longrée (1790-1859), advocaat en stafhouder in Luik en voorzitter van de provincieraad van Namen, trouwde in 1819 in Luik met Léopoldine Verdbois (1797-1868). Hun twee kinderen stierven heel jong.

Adellijke allianties De Macar (1774), De Theux de Meylandt et Montjardin (1831), De Wilde d'Estmael (1907), Sloet van Oldruitenborgh (1913), Del Marmol (1921, 1979)

Literatuur Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 1993, Brussel, 1993, 85-92. Paul JANSSENS en Luc DUERLOO, Armorial de la noblesse belge, vol. 2, Brussel, Gemeentekrediet van België, 1992, 627. Jean-François HOUTART, Anciennes familles de Belgique, Brussel, 2008, 501-502. État présent de la noblesse belge, 2009, 233-238

Categorie:Belgisch adellijk huis