De Inlichtingendienst Buitenland (IDB) was een Nederlandse geheime dienst die was belast met het verzamelen van inlichtingen in en over het buitenland.
De IDB werd in 1946 opgericht als Buitenlandse Inlichtingendienst (BID), wat op 1 januari 1971 werd gewijzigd in Inlichtingendienst Buitenland (IDB). Deze dienst werd per 1 januari 1994 opgeheven, waarna zijn taken werden overgenomen door de civiele Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en de Militaire Inlichtingendienst (MID).
Er werkten ongeveer 70 mensen bij de IDB, die van 1946 tot 1994 gevestigd was in Villa Maarheeze aan de Rijksstraatweg 675 in Wassenaar.De Groene Amsterdammer nr. 49, Mark van Dongen en René Zwaap, “De tranen van Maarheeze” (2 dec 1998). Gearchiveerd op 7 februari 2023.Villa Maarheeze, de geschiedenis van de inlichtingendienst buitenland, Bob de Graaff en Cees Wiebes, Sdu Uitgevers, januari 1999,
Voorgeschiedenis Bij Koninklijk Besluit van 19 juli 1940 werd door de Nederlandse regering in Londen de Centrale Inlichtingendienst (CID) opgericht, die als civiele "gemengde" dienst (dat wil zeggen zowel inlichtingen- als veiligheidsdienst) ressorteerde onder het Departement van Justitie.
Na een reeks van problemen werd bij KB van 28 november 1942 deze dienst opgesplitst in twee diensten: het "veiligheidsdeel" van de CID bleef als Politie Buitendienst onder Justitie ressorteren; de "inlichtingenkant" werd omgezet in een Bureau Inlichtingen (BI) dat onder het Departement van Oorlog kwam te ressorteren.Inlichtingendiensten.nl, IDB. Gearchiveerd op 22 december 2022.
Na de bevrijding werd besloten het BI op te heffen, maar in juni 1945 besloot de Ministerraad het bureau 'voorlopig in stand' te houden. Op 1 mei 1946 werd het BI alsnog opgeheven, nadat op 16 februari 1946 de Buitenlandse Inlichtingendienst (BID) was opgericht.
Oprichting en taak Naar Brits voorbeeld werden na de bevrijding een civiele inlichtingendienst en een civiele veiligheidsdienst opgericht, beide ressorterend onder de Minister-President: De veiligheidsdienst was de Centrale Veiligheidsdienst (CVD) die in april 1946 opgericht werd en de voorloper van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) was. De inlichtingendienst was de Buitenlandse Inlichtingendienst (BID) die op 16 februari 1946 werd opgericht. De enige overweging bij de oprichting was dat "het noodzakelijk is dat het Koninkrijk beschikt over een buitenlandse inlichtingendienst".
Er werd bepaald, dat het "inwinnen van inlichtingen in het buitenland" uitsluitend was voorbehouden aan de BID. Over de aard en inhoud van de in het buitenland in te winnen gegevens werd geen uitspraak gedaan, slechts van "voor het Koninkrijk gewichtige inlichtingen uit het buitenland".
Een inlichtingendienst als de BID probeert te achterhalen wat van belang is voor het buitenlandbeleid en de nationale veiligheid van het eigen land, ook als andere landen, organisaties en personen dit verborgen willen houden. Het is van belang om over eigen inlichtingen te beschikken. Het is niet wenselijk om afhankelijk te zijn van de informatie van andere landen. De Nederlandse regering moet een eigen afweging kunnen maken op basis van de duiding door een eigen inlichtingendienst.Taken van de AIVD. Gearchiveerd op 10 mei 2023.
Organisatie Hoofden van de BID/IDB De hoofden van de Buitenlandse Inlichtingendienst (BID) waren: 16-02-1946 - 01-01-1948: mr. C.L.W. Fock 01-01-1948 - 30-09-1948: R.J.M. Driebeek 30-09-1948 - 01-05-1949: jhr. A.Th. De Muralt (waarnemend) 01-05-1949 - 01-08-1956: jhr. A.Th. De Muralt 01-08-1956 - 01-07-1962: L.B. Labouchère 01-07-1962 - 15-12-1969: Th.W. Crul 15-12-1969 - 01-01-1971: Vadm bd H. Bos (waarnemend) (Bos was de Coördinator Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten)
De hoofden van de Inlichtingendiensten Buitenland (IDB) waren: 01-01-1971 - 01-09-1972: C.J. Hagen (IDB/Defensie) . 01-09-1972 - 01-11-1978: C.J. Hagen (IDB/AZ) 01-11-1978 - 01-04-1980: Vadm bd F.E. Kruimink (waarnemend) (Kruimink was de Coördinator Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten) 01-04-1980 - 26-09-1986: Genm Marns bd A.J. Romijn 26-09-1986 - 01-01-1994: drs. K.M. Meulmeester
Afdelingen De organisatie en taken van de BID werden weergegeven in een uitvoerige notitie van het toenmalige Hoofd BID , getiteld Taak BID van eind jaren ’40: Politieke inlichtingen, hoofdzakelijk betrekking hebbend op Europa economische inlichtingen Militaire inlichtingenMilitaire inlichtingen zoals: militair-strategische inlichtingen; organisatie, slagorde (waar bevinden zich de vijandelijke onderdelen, wat is hun sterkte, zowel in vredes- als in oorlogstijd); (uiterlijke) kenmerken (waaraan zijn eenheden en materieel te herkennen); persoonsgegevens (vooral van hoge officieren); opleidingsgegevens en paraatheid; kenmerken, mogelijkheden en beperkingen van wapens en uitrusting; mobilisatieplannen; overige zaken (bv bijzonderheden over geografie, klimaat, verdedigingswerken, vliegvelden, havens, verbindingen, voorkomende ziektes enz.) Gegevens over contra-spionageContraspionage = “het nemen van defensieve en offensieve maatregelen ter beveiliging van inlichtingen, personeel en materiaal tegen activiteiten zoals spionage, sabotage, terrorisme, propaganda, het omverwerpen van het gezag en andere subversieve activiteiten van een vijand of van (groepen van) personen van wie bekend is of redelijkerwijs kan worden vermoed dat hun activiteit strijdig is met het nationaal belang”. in het buitenland
Corresponderend hiermee had de BID een politieke afdeling, een economische afdeling, een afdeling contra-spionage en een militaire afdeling.
De BID telde in 1948 29 ambtenaren op het hoofdkantoor in Wassenaar. Voorts waren er medewerkers die onder diplomatieke dekmantel gestationeerd waren op de Nederlandse ambassades in Ankara, Berlijn, Bern, Bonn, Brussel, Lissabon, Madrid, Parijs, Stockholm en Wenen. Eind 1956 waren hier nog maar drie medewerkers plus hun secretaresses van over. Daarnaast beschikte de BID nog over enkele (zogeheten niet-legale) medewerkers die zonder diplomatieke dekmantel opereerden, zoals in 1949 in Boedapest.Wiebes, Samen met de CIA, p. 55-58.
Het geheime budget van de BID steeg van 120.000 gulden in 1947 via 320.000 gulden in 1949 en ca. 500.000 gulden in 1952 naar 620.000 gulden in 1960.Wiebes, Samen met de CIA, p. 78.
Naast de BID vestigde zich in 1946 op Villa Maarheeze ook sectie IIIC van de Generale Staf (GS), die door J.M. Somer was opgericht voor het opzetten van een stay-behindorganisatie en het verzamelen van militaire inlichtingen in en over het buitenland. In 1948 werd GS IIIC omgedoopt tot sectie G7 en in 1949 tot Sectie Algemene Zaken (SAZ). Tot in de jaren zestig was het plaatsvervangend hoofd (verantwoordelijk voor inlichtingenoperaties) van IIIC/G7/SAZ tevens het hoofd van de militaire afdeling van de BID, dit omdat formeel alleen de laatstgenoemde organisatie bevoegd was om buitenlandse inlichtingen te verzamelen.
SAZ werd de inlichtingentak van de Nederlandse stay-behindorganisatie Operatiën & Inlichtingen, die later in de media abusievelijk voorgesteld werd als de Nederlandse Gladio. Het militaire en burgerpersoneel van de SAZ was formeel in dienst van het Ministerie van Defensie, terwijl (al dan niet voormalige militaire) medewerkers van Operatiën wel door Defensie betaald werden, maar daar niet in dienst waren.Wiebes, Samen met de CIA, p. 58-60.
Interne spanningen Binnen de IDB rees er onenigheid tussen de Directie Verwerving, die bijna uitsluitend uit militair personeel bestond, en de Directie Verwerking die voornamelijk burgerpersoneel in dienst had. Deze waren pas opgelost toen alle medewerkers van Verwerking waren overgeplaatst, waarna de IDB nog meer dan voorheen op de MID steunde, met name door gebruik te maken van de communicatie die werd onderschept en ontcijferd door het Wiskundig Centrum (WKC) van de Marine Inlichtingendienst op het marineterrein in Amsterdam, dat in 1982 werd omgedoopt tot Technisch Informatie Verwerkingscentrum (TIVC).
Samenwerking De IDB beschikte over goede contacten met andere Nederlandse organisaties als de Militaire Inlichtingendienst (MID) en had ook goede banden met buitenlandse zusterdiensten zoals de Amerikaanse CIA. Tijdens een tiendaags bezoek van BID-hoofd De Muralt aan CIA-directeur Walter Bedell Smith in januari 1951 werd waarschijnlijk mondeling afgesproken dat de BID zou meewerken aan geheime CIA-operaties in het Oostblok.Wiebes, Samen met de CIA, p. 80.
De samenwerking met BVD, Militaire Inlichtingendiensten en het Ministerie van Buitenlandse Zaken verliep niet soepel. Dat kwam erop neer dat de departementen en diensten niet aangaven aan welke informatie men behoefte had, zodat de BID inlichtingen verzamelde waar niemand op zat te wachten.
Op 1 januari 1971 werd de dienst in gereorganiseerde vorm als IDB ondergebracht bij het Ministerie van Defensie, maar op 1 september 1972 kwam ze opnieuw onder het Ministerie van Algemene Zaken.De Groene Amsterdammer, Versnipperde geschiedenis. Gearchiveerd op 29 januari 2023.
Activiteiten Conflict met Generale Staf De Generale Staf van de Landmacht kende eind 1946 de Hoofdafdelingen IIIa (verwerking van inlichtingen) en IIIb (beveiliging) en vanaf mei 1946 IIIc (Inlichtingen).Rijksarchiefdienst, De militaire inlichtingendiensten, Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de overheid op het gebied van militaire inlichtingendiensten, 1945-1999. Gearchiveerd op 22 december 2022.. IIIc had 2 onderafdelingen: Afdeling 1 (Operatie), die inlichtingen in het buitenland zou moeten inwinnen, onder meer door het uitzenden van agenten, en Afdeling 2 (Voorbereiding), die een 'stay behind'-organisatie zou moeten opzetten met het oog op een eventuele bezetting (uit Afdeling 2 zou de organisatie voortkomen die bekendstaat als “Gladio”).Inlichtingendiensten.nl, IDB. Gearchiveerd op 22 december 2022.
De Hoofdafdeling IIIc werd in 1948 omgedoopt in "Sectie G7 Algemene Zaken" en op 1 juli 1949 in "Sectie Algemene Zaken" (SAZ).
Afdeling 1 (Operatie) zou inlichtingen in het buitenland moeten inwinnen, onder meer door het uitzenden van agenten, maar het voormalige Hoofd BID, C.L.W. Fock, inmiddels RaadadviseurEen Raadadviseur is een hooggeplaatste ambtenaar die in rang onmiddellijk onder de Secretaris-generaal valt. Taken van een Raadadviseur zijn: het zich wijden aan politiek gevoelige onderwerpen en het aandragen van oplossingen; het bedenken van compromissen voor tegengestelde belangen; algemene secretariaatswerkzaamheden van de minister (en de staatssecretaris); het zich bezighouden met aangelegenheden van geheime en vertrouwelijke aard en die welke op last van de minister bij het kabinet behandeld worden; het adviseren en ondersteunen van de minister bij de uitvoering van diens taken. secretariaatsvoering van de onderraden (Raadsadviseur Ministerie van Algemene Zaken). Raadadviseurs maken onderdeel uit van het Kabinet van de Minister (de persoonlijke medewerkers van de Minister). Een Raadsadviseur kan worden bijgestaan door enkele adviseurs en adjunct-raadadviseurs. van minister-president Louis Beel, belette dat door er in 1948 op te wijzen dat het inwinnen van (militaire) inlichtingen in het buitenland en van de bevoegdheid om agenten naar het buitenland te zenden uitsluitend was voorbehouden aan de Buitenlandse Inlichtingendienst (BID).
Het resultaat was, dat de militaire afdeling van de BID alleen informatie van militaire aard uit de door de BID binnengebrachte berichten sorteerde en doorgaf aan de inlichtingendiensten van land-, zee- en luchtmacht (resp. MID/LAMID, MARID en LUID).