De Militaire Inlichtingendienst (MID) was een Nederlandse inlichtingendienst, die onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Defensie onderzoek deed naar de veiligheid van de krijgsmacht en die militaire inlichtingen uit en over het buitenland verzamelde. De civiele tegenhanger van de MID was de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD).
De MID ontstond in 1986 door een fusie van de Landmacht Inlichtingendienst (LAMID) van de Landmacht, de Luchtmacht Inlichtingendienst (LUID), van de Luchtmacht en de Marine Inlichtingendienst (MARID) van de Marine. De MID was gevestigd op het terrein van de Frederikkazerne in Den Haag.
Met de invoering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 werd de MID omgedoopt tot Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).
Voorgeschiedenis 1914-1940: GS III De voorloper van alle Nederlandse inlichtingendiensten is de 3e sectie van de Generale Staf (GS III genoemd), die kort voor de Eerste Wereldoorlog werd opgericht. Generale Staf III bestond o.a. uit de volgende afdelingen: GS IIIA - inlichtingen over het buitenland GS IIIB - inlichtingen over het binnenland GS IIIC - contraspionageContra-inlichtingen (CI) = “het nemen van defensieve en offensieve maatregelen ter beveiliging van inlichtingen, personeel en materiaal tegen activiteiten zoals spionage, sabotage, terrorisme, propaganda, het omverwerpen van het gezag en andere subversieve activiteiten van een vijand of van (groepen van) personen van wie bekend is of redelijkerwijs kan worden vermoed dat hun activiteit strijdig is met het nationaal belang”.
1940-1945 Eind 1941/begin 1942 had de marine een Marine Inlichtingsdienst (MID) die onder deze naam slechts een halfjaar heeft bestaan. Bij de overgang naar het Departement van Oorlog werd de naam Militaire Inlichtingendienst (MID), met behoud van de oorspronkelijke afkorting. Deze dienst werd eind augustus 1944 opgehevenRijksarchiefdienst, De militaire inlichtingendiensten, Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de overheid op het gebied van militaire inlichtingendiensten, 1945-1999. Gearchiveerd op 8 december 2024..
Medio 1942 was onder het Departement van Oorlog het bureau Militaire Voorbereiding Terugkeer (MVT) opgericht. Dit bureau had zowel een inlichtingen- als een actietaak. De actietaak sloot aan op die van de Britse sabotagedienst Special Operations Executive (SOE) en werd in maart 1944 overgenomen door het nieuw opgerichte Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO). De inlichtingentaak van MVT werd omschreven als “het inwinnen van inlichtingen op alle daarvoor in aanmerking komende wijzen” omtrent “de toestand in Nederland”. Het bureau MVT werd op 6 september 1944 omgevormd tot het bureau Militair Gezag, dat in maart 1946 werd opgeheven.Hoogenboezem, J., “H.J. Kruls. Een politieke generaal” (2010), Amsterdam, Boom, 2010,
In 1942 werd in Australië de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS) opgericht, die in 1948 zou overgaan in de Centrale Militaire Inlichtingendienst (CMI) in Nederlands-Indië. De CMI werd in 1950 opgeheven na de soevereiniteitsoverdracht.
1945-1950: BNV en Afdeling III Inlichtingen Onder het Militair Gezag, dat evenals het hoofdkwartier van de generale staf werd geleid door luitenant-generaal mr. H.J. Kruis, was het Bureau Nationale Veiligheid (BNV) de centrale veiligheidsinstantie. Ook de screening op politieke betrouwbaarheid van de naar Nederlands-Indië uit te zenden militairen geschiedde door een afdeling van het BNV. Die afdeling functioneerde in feite als militaire veiligheidsdienst en stond onder leiding van een militair. Toen in maart 1946 het Militair Gezag werd opgeheven kwam het BNV onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Per 31 december 1946 werd het BNV opgeheven. De activiteiten van de BNV werden voortgezet door de civiele Centrale Veiligheidsdienst (CVD), voorloper van de Nederlandse Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). De generale staf onder het Militair Gezag kende geen afdeling veiligheid, want daarvoor was het BNV. De generale staf kende alleen een Afdeling III Inlichtingen. die bestond uit de Afdeling A Buitenland en de Afdeling B Binnenland. In 1948 werd de afdeling omgedoopt in “Sectie G3 Inlichtingen”. De Generale Staf van de Landmacht kende eind 1946 de Hoofdafdelingen IIIa (verwerking van inlichtingen) en IIIb (beveiliging) en vanaf mei 1946 IIIc. IIIc had 2 onderafdelingen: Afdeling 1 (Operatie), die inlichtingen in het buitenland zou moeten inwinnen, onder meer door het uitzenden van agenten, en Afdeling 2 (Voorbereiding), die een 'stay behind'-organisatie zou moeten opzetten met het oog op een eventuele bezetting. Uit de Afdeling 2 zou de organisatie voortkomen die in de volksmond zou worden aangeduid als “Gladio”.Inlichtingendiensten.nl, IDB. Gearchiveerd op 8 december 2024. Deze afdeling IIIc werd in 1948 omgedoopt in "Sectie G7 Algemene Zaken" en op 1 juli 1949 in "Sectie Algemene Zaken" (SAZ).
1950-1986 BI en Stafsectie 2 Bij de marinestaf stelde Minister van Marine op 27 november 1945 een Bureau Inlichtingen in. De naam “Bureau Inlichtingen” werd in december 1978 gewijzigd in “Afdeling inlichtingen en veiligheid” en in 1988 in “Afdeling Inlichtingen”. Deze had dezelfde rol als de Stafsecties 2 bij Landmacht en Luchtmacht eenheden. Vanaf ca. 1949 nam de Koninklijke Landmacht de organisatie over van de Amerikaanse leger, en kreeg iedere eenheid van bataljonsniveau en hoger een staf met de secties S1 t/m S4. Stafsectie 2 (inlichtingen en veiligheid) waardoor iedere commandant zijn eigen “inlichtingendienst” had. Op bataljonsniveau bestaat de Sectie 2 net als de andere secties slechts uit enkele militairen, maar hoe hoger het organisatieniveau, hoe groter de Sectie 2 en de andere secties.
MID/LAMID, MARID en LUID Op 9 augustus 1949 werd bij de Marine de Marine Inlichtingendienst (MARID) en bij de Landmacht de Militaire Inlichtingendienst (MID) opgericht. Omdat de diensten van de Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marine óók militaire inlichtingendiensten waren, werd de naam MID op 1 september 1972 gewijzigd in Landmacht Inlichtingendienst (LAMID). Op 25 augustus 1951 werd de Luchtmacht Inlichtingendienst (LUID) opgericht.Tot 1953 maakte de luchtmacht als Luchtvaartafdeling onderdeel uit van de Koninklijke Landmacht. In 1953 werd de Koninklijke Luchtmacht (KLu) officieel een autonoom krijgsmachtdeel.
De LAMID, LUID en MARID vielen onder het Ministerie van Defensie. Het hoofd van deze diensten was tevens het hoofd van de Stafsectie 2 (Inlichtingen en Veiligheid) bij de Landmachtstaf en Luchtmachtstaf resp. van Bureau Inlichtingen van de Marinestaf. Veel medewerkers werkten zowel voor de inlichtingendienst als voor de stafsectie Inlichtingen en Veiligheid.
1986: centralisatie In 1986 startte een centralisatieoperatie die tot doel had om de inlichtingendiensten van de drie krijgmachtdelen samen te voegen en waardoor ze efficiënter zouden kunnen werken en hoogwaardiger inlichtingen zouden afleveren. Het resultaat was een fusie van de afzonderlijke diensten tot de Militaire Inlichtingendienst (MID).Het geheim van de MIVD, 6 april 2011. Gearchiveerd op 27 juni 2022.De Groene Amsterdammer, Joeri Boom, “Botte Bijl” (21 juli 1999). Gearchiveerd op 28 november 2022.
De nieuwe MID was initieel vooral een koepel boven de MARID, LAMID en LUID die van naam veranderden en resp. MID/KM, MID/KL en MID/KLu werden. Wel werden er daarnaast twee gezamenlijke afdelingen opgericht, de Afdeling Inlichtingen en de Afdeling Contra-Inlichtingen en Veiligheid die grotendeels gevuld werden met personeel uit de drie diensten van de krijgsmachtdelen. De leiding en centrale afdelingen van de MID omvatten in 1989 ongeveer 60 personen.Militaire Inlichtingendienst (MID) 1988-2002. Gearchiveerd op 25 februari 2024.
De met de uitvoering van de contra-inlichtingen (CI)-activiteiten belaste eenheden (de bureaus Cl-Operatiën en de Cl-detachementen) werden (vooralsnog) niet ingebed in de centrale organisatie, maar bleven per krijgsmachtdeel (MID/KM, MID/KL en MID/KLu) georganiseerd.
Medio 1996 werden de functies van Hoofd Stafsectie 2 (Inlichtingen en Veiligheid) en Hoofd LAMID/LUID/MARID losgekoppeld, en kwamen de bij de krijgsmachtdelen ingedeelde MID afdelingen onder de eenhoofdige leiding van het Hoofd MID (HMID).
In totaal telde de MID in 1992 ca. 450 medewerkers, inclusief MID/KL, MID/KLu en MID/KM. In de loop van 1997 liep dit aantal op tot 849.
Organisatie De MID was een 'Bijzondere Organisatie Eenheid' (BOE) van het Ministerie van Defensie en ressorteerde tot ca. 1993 administratief onder de Defensiestaf. Vanaf ca. 1993 viel de MID rechtstreeks onder de Secretaris-generaal van het Ministerie van Defensie en is verantwoordelijk aan de Minister van Defensie.
Dienstleiding De leiding van de MID was in handen van het Hoofd MID (HMID) die werd bijgestaan door een plaatsvervangend hoofd. Vanaf 1 augustust 1999 werd het hoofd MID “directeur MID” (DMID) genoemd. Deze werd bijgestaan door een Chef Staf, tevens plaatsvervangend Hoofd MID (PHMID). Bij afwezigheid van HMID was deze in alle aangelegenheden diens vervanger.
Het PHMID was belast met de coördinatie en voorbereiding van de strategische besluitvorming van de dienst, de bewaking op hoofdlijnen van het uitvoeringsbeleid en met de coördinatie en sturing van de centrale processen en taken.
De hoofden van de MID waren: Periode Naam Rang Krijgsmachtdeel 1986 – 1990 C. Dekker Brigadegeneraal Koninklijke Landmacht 1990 – 1993 P.J. DuijnNIOD, B.G.J. de Graaff, “Defensie in een veranderende wereld” (2002), p30De Graaff, B., Wiebes, C., “In Hare Majesteits Geheime Dienst; Commodore P.J. Duijn neemt na 23 jaar afscheid van de Militaire Inlichtingendienst” (5 februari 1994)De Militaire Inlichtingendienst; Neerlands minst gecontroleerde dienst (24-6-1995). Gearchiveerd op 10 februari 2025. Commodore Koninklijke Luchtmacht 1994 – 1995 P.C. KokDe Volkskrant, Hans Moleman, “Inlichtingendienst wilde geen militair als opvolger van Docters van Leeuwen. BVD’ers hadden weerzin tegen benoeming Buis” (10 februari 1997). Gearchiveerd op 5 december 2022. Commandeur Koninklijke Marine 1995 – 1996 J.C.F. KnappDe Groene Amsterdammer, Maurice Wesseling, “Raspoetin in Wassenaar” (6 december 1995). Gearchiveerd op 5 december 2022. Brigadegeneraal Koninklijke Landmacht 1997 – 1999 H.J. (Jo) Vandeweijer.NRC, “Geen Verrassingen” (21-7-1999)De Nederlandse Krijgsmacht, Vandeweijer, Jo. Gearchiveerd op 10 juni 2023. Commodore Koninklijke Luchtmacht 1999 – 2002 J.A. (Joop) van ReijnMID magazine, Maart 2000, p6-7”Genoeg werk aan de winkel”. Gearchiveerd op 25 februari 2024. generaal-majoor Korps Mariniers
Afdelingen De Militaire Inlichtingendienst kende de volgende afdelingen:
De Afdeling Inlichtingen en de Bureaus Inlichtingen van de MID afdelingen van de krijgsmachtdelen (MID/KL, MID/KM en MID/KLu). Deze afdelingen vervaardigden inlichtingenproducten met betrekking tot regio's waarvan de politieke en economische stabiliteit niet bij voorbaat was gegarandeerd, zoals het Midden-Oosten, de voormalige Sovjet-Unie en centraal Afrika. Daarbij nam de Afdeling Inlichtingen de rapportage op politiek, economisch en strategisch terrein voor zijn rekening, terwijl de Bureaus Inlichtingen van de krijgsmachtdelen (MID/KL, MID/KM en MID/KLu) inlichtingen produceerden op technisch, tactisch en operationeel gebied.