O.W. Fischer geboren als Otto Wilhelm Fischer (Klosterneuburg, 1 april 1915 - Lugano, 29 januari 2004) was een Oostenrijkse acteur.
Jeugd en opleiding Otto Wilhelm Fischer was de zoon van de jurist Frans Karl Fischer en diens vrouw Maria Schoerg. Hij bezocht de Langstögergassen-Volkschule en het gymnasium Klosterneuburg. Na zijn schoolafsluiting in 1933 studeerde hij meerdere semesters anglistiek, germanistiek en kunstgeschiedenis aan de universiteit van Wenen, voordat hij zich in 1936 aanmeldde bij het Max Reinhardt-seminarie om acteerlessen te volgen.
Carrière Via het Theater in der Josefstadt, de Münchener Kammerspiele en het Deutsche Volkstheater speelde hij zich naar het Burgtheater in Wenen, waarvan hij van 1945 tot 1952 lid was. Filmrollen waarin hij vanaf 1936 optrad, waaronder een sterk antisemitisch gedeelte in Wien 1910, leverden hem in 1944 een vermelding op in Joseph Goebbels Gottbegnadeten-Liste. In 1950 lukte hem de doorbraak in het na-oorlogse bioscoopcircuit met de hoofdrol in Erzherzog Johanns große Liebe. Tijdens het Duitse Wirtschaftswunder groeide hij naast Curd Jürgens uit tot de bestbetaalde Duitstalige bioscoopster. In talrijke films speelde hij een liefdeskoppel met Maria Schell of met Ruth Leuwerik.
Zijn terughoudende speelwijze en zijn uitspraken maakten hen in de eigentijdse Duitstalige filmwereld onmiskenbaar. Zijn voorliefde voor zwartgallige en demonische figuren, zoals de Beierse koning Ludwig II en de helderziende Hanussen, fascineerden bioscoopbezoekers en critici. Twee maal voerde hij zelf de regie. In 1957 zou hij met de film My man Godfrey een Hollywood-carrière startten, maar Fischer kon zich niet vinden met het daar heersende studiosysteem, waardoor hij na enkele draaidagen werd ontslagen en werd vervangen door David Niven. Hij keerde terug naar Duitsland, waar hij direct weer aan zijn vroegere successen kon evenaren.
Privéleven en overlijden In 1942 trouwde Fischer met de uit Praag stammende actrice Anna (Nanni) Usell (1903 – 1985). Van 1949 tot 1952 had hij een verhouding met de actrice Gustl Gerhards (Dreizehn unter einem Hut). Vanaf de jaren 1960 woonde hij in Vernate in het Zwitserse kanton Tessin.
Hij erkende reeds in de jaren 1960, dat zijn glanstijd en die van de na-oorlogse films voorbij was. Desondanks speelde hij tot 1969 meer of minder succesvol in Europese films. Tot 1988 was hij ook te zien in tv-spelen, waaronder Das weite Land (1970, Arthur Schnitzler). In zijn latere jaren wijdde hij zich als privégeleerde en etymoloog aan de filosofie en theologie.
O.W. Fischer overleed op 29 januari 2004 in de leeftijd van 88 jaar in een Zwitsers ziekenhuis in Lugano aan hartfalen. Zijn urn bevindt zich in zijn huis in Vernate. Zijn nalatenschap bevindt zich sinds 2009 in het Oostenrijkse Theatermuseum.
Onderscheidingen 1950, 1951: Donauweibchen 1953–1956: Bambi 1955: Silbernen Filmband (beste hoofdrolvertolker) voor Ludwig II. 1956: Filmfestival San Sebastian: Silberne Muschel (regie, vertolker) voor Ich suche Dich 1956: Prijs der Spaanse filmjournalisten (beste draaiboek) voor Ich suche Dich 1958–1961: Bambi 1958–1963: Bravo-Otto 1959: Goldenes Filmband (beste hoofdrolvertolker) voor Helden 1960: Österreichisches Ehrenkreuz für Wissenschaft und Kunst 1e Klasse 1961: Europa-Prijs voor Das Riesenrad 1961: Erelidmaatschap van de Vereniging der Spaanse filmjournalisten 1970: Benoeming tot professor 1977: Goldenes Filmband voor langjarig en voortreffelijk werk in de Duitse film 1987: Cordon Bleu du Saint Esprit 1987, 1990: Bambi 1996: Großes Goldenes Ehrenzeichen für Verdienste um die Republik Österreich 1996: Ere-Romy voor het levenswerk Großes Verdienstkreuz van de Bondsrepubliek Duitsland
Filmografie (selectie)
1936: Burgtheater 1939: Anton, der Letzte 1940: Meine Tochter lebt in Wien 1941: Der Meineidbauer 1942: Wien 1910 1942: Sommerliebe 1943: Die beiden Schwestern 1943: Sieben Briefe 1943: Glück unterwegs 1944: Spiel 1944: Leuchtende Schatten (onvoltooid) 1947: Triumph der Liebe 1947: Das unsterbliche Antlitz 1949: Liebling der Welt 1950: Erzherzog Johanns große Liebe 1950: Verträumte Tage / L'Aiguille rouge 1951: Heidelberger Romanze 1951: Das letzte Rezept 1952: Bis wir uns wiederseh'n 1952: Cuba Cabana
1952: Tausend rote Rosen blühn 1953: Der träumende Mund 1953: Ein Herz spielt falsch 1953: Solange Du da bist 1953: Tagebuch einer Verliebten 1954: Bildnis einer Unbekannten 1954: Ludwig II. – Glanz und Elend eines Königs 1954: Napoléon 1955: Hanussen (ook regie) 1955: Ich suche Dich (ook regie) 1956: Mein Vater, der Schauspieler 1957: Herrscher ohne Krone 1957: El Hakim 1957: Skandal in Ischl 1958: ... und nichts als die Wahrheit 1958: Peter Voss, der Millionendieb 1958: Il bacio del sole 1958: Helden 1959: Whirlpool 1959: Abschied von den Wolken
1959: Menschen im Hotel 1959: Peter Voss – der Held des Tages 1959: Und das am Montagmorgen 1960: Mit Himbeergeist geht alles besser 1960: Scheidungsgrund: Liebe 1961: Es muß nicht immer Kaviar sein 1961: Diesmal muß es Kaviar sein 1961: Das Riesenrad 1962: Axel Munthe – Der Arzt von San Michele 1963: Frühstück im Doppelbett 1963: Das Geheimnis der schwarzen Witwe 1964: Onkel Toms Hütte 1965: El marques 1966: Non faccio la guerra, faccio l‘amore 1969: Lovebirds 1970: Das weite Land 1970: Die Fliege und der Frosch 1986: Auferstehung in Lugano 1987: Herbst in Lugano
Portretten en interviews Das Künstlerporträt (1959; NWDR) Die Rückkehr des O.W. Fischer (1968; ZDF) Auferstehung in Lugano (1986; ZDF) Ich möchte noch erwachsen werden (1990; BR) Liebe, Tod und Teufel (1997; ORF) Wortwechsel (1998; SWF) O.W. Fischer im Gespräch mit Jürgen Fliege (2002; BR) Spiegel der Gedanken (2004; ORF)
Theaterrollen Fritz in Liebelei van Arthur Schnitzler, debuut bij het Theater in der Josefstadt (1936) Kosinski in Die Räuber van Friedrich Schiller, Regie: Walter Bruno Iltz, Deutsches Volkstheater Wien Demetrius in Ein Sommernachtstraum van William Shakespeare Deutsches Volkstheater Wien (1938) Trenck in Baron Trenck der Pandur van Otto Emmerich Groh, Deutsches Volkstheater Wien (1940) Otto von Meran in Ein treuer Diener seines Herrn van Franz Grillparzer, Deutsches Volkstheater Wien Lionel in Die Jungfrau von Orleans van Friedrich Schiller, Deutsches Volkstheater Wien (1942) Rosenberg in König Ottokars Glück und Ende van Franz Grillparzer, Regie: Walter Bruno Iltz, Deutsches Volkstheater Wien (1942) Titelrol in Demetrius van Friedrich Hebbel; Regie: Walter Ullmann, Deutsches Volkstheater Wien Anatol in Frage an das Schicksal van Arthur Schnitzler (1946) Oswald in Gespenster van Henrik Ibsen Akademietheater Wien (1946) Saint Just in Dantons Tod van Georg Büchner (1947) Titelrol in Der Schwierige van Hugo von Hofmannsthal, 1967 bij de Salzburger Festspielen
Externe link
Categorie:Duits acteur