Het Klin-Solnetsjnogorskoffensief was een gevecht aan het oostfront tijdens de Tweede Wereldoorlog van 6 december 1941 tot 25 december 1941. Nadat dat de Duitse aanval op Moskou was vastgelopen, zette het Rode Leger een tegenaanval in. Als onderdeel van het tegenoffensief vielen vier legers van het Westelijk Front de flank van 3e Pantserleger aan. Het doel van het offensief was de vernietiging van de noordelijke vleugel van Heeresgruppe Mitte.
Na een korte strijd braken de Sovjets door de Duitse linie en dreigden ze de terugtocht van de Duitse divisies af te snijden. Ten koste van zware verliezen konden de Duitsers de omsingeling vermijden, maar gedurende hun terugtocht waren ze gedwongen om het grootste deel van hun tanks, voertuigen en artillerie achter te laten. Op 15 december 1941 werd Klin bevrijd en de Duitsers trokken zich terug achter de Lama en de Roeza. Rond 20 december begon het front zich te stabiliseren en maakten de Sovjets zich klaar voor de tweede fase van hun tegenoffensief.
Na het Klin-Solnetsjnogorskoffensief was de val van Moskou definitief afgewend. Het Rode Leger had de noordelijke vleugel van Heeresgruppe Mitte 100 km teruggedreven en de Wehrmacht was in het defensief gedwongen.
Situatie december 1941 Bij de aanvang van Operatie Barbarossa, de inval in de Sovjet-Unie, vormde 3e Pantserleger de noordelijke vleugel van Heeresgruppe Mitte. Aanvankelijk verliep het offensief volgens plan. In de Slag bij Minsk vernietigde Heeresgruppe Mitte drie Sovjetlegers van het Westelijk Front. De Duitse legers rukten verder op naar het oosten en enkele weken later omsingelden ze bij Smolensk opnieuw een deel van het Westelijk Front. Eind juli had de Duitse Wehrmacht 2/3 van de afstand naar Moskou afgelegd, maar ondanks hun succes haperde de Duitse opmars. Omsingelde Sovjets bleven doorvechten in plaats van zich over te geven en de enorme afstanden vormden een zware belasting voor de bevoorradingslijnen van de pantserdivisies.
Op 19 juli 1941 bepaalde Adolf Hitler dat Moskou niet langer het hoofddoel was. In het zuiden blokkeerde het Zuidwestelijk Front de opmars van Heeresgruppe Süd en in het noorden vorderde Heeresgruppe Nord moeizaam in de richting van Leningrad. Het Duitse opperbevel dirigeerde Pantsergroep 3 naar het noorden en de tanks van Pantsergroep 2 zwenkten naar het zuiden. Hoewel de Duitsers bij Kiëv een grote overwinning behaalden en de Duitse legers begin september de rand van Leningrad bereikten, hadden deze gevechten de opmars naar Moskou vertraagd. Op dat moment veranderde Adolf Hitler zijn plannen weer. Moskou werd opnieuw het doel. Beide pantsergroepen werden opnieuw aan Heeresgruppe Mitte toegevoegd en de beslissende aanval op Moskou ging op 5 oktober van start.
Begin oktober leek de overwinning binnen bereik van de Duitse legers. In omsingelingen bij Brjansk en Vazyma verloor het Rode Leger 650.000 soldaten. De verdedigingslinie rond Moskou was ineengestort en georganiseerde tegenstand van de Sovjets was gebroken. Koppig weigerde Stalin zich neer te leggen bij de nederlaag. Hij benoemde generaal Zjoekov tot bevelhebber van het Westelijk Front. Geholpen door de herfstregens en nieuwe versterkingen slaagde hij erin de Duitse opmars te vertragen. De Duitse divisies waren uitgeput. De meeste divisies hadden onafgebroken sinds de start van operatie Barbarossa gevochten. De infanterieregimenten hadden nog slechts de sterkte van een bataljon en bij de pantserdivisies waren meer dan de helft van de voertuigen niet meer operationeel. Voorraden van munitie, kledij en brandstof waren schaars en bereikten niet of nauwelijks de frontlijn. Eind oktober was de Duitse aanval vastgelopen in de modder.
Begin november begon de temperatuur te dalen, maar pas nadat de grond bevroor, was het mogelijk om de opmars te hervatten. Op 15 november 1941 ging Heeresgruppe Mitte opnieuw in de aanval. Op 24 november 1941 veroverde Pantsergroep 3 Klin en een dag later viel ook Solnetsjnogorsk in Duitse handen. De Sovjets boden hevige weerstand, maar ze lieten zich niet meer omsingelen. Indien het gevaar voor omsingeling dreigde, trokken ze zich terug naar een nieuwe verdedigingslinie. De Duitsers moesten hun laatste reserves inzetten om de opmars gaande te houden. Het tempo daalde tot enkele kilometers per dag. Sneeuw en ijs vertraagden de opmars nog meer. De 7de pantserdivisie stak op 28 november het Moskou-Volga Kanaal over. Op 5 december 1941 bereikte een verkenningspeloton van de 2e pantserdivisie Khimki, 8 km van Moskou. Met hun verrekijkers konden de Duitsers de torens van het Kremlin zien.
Slagorde Rode Leger Westelijk Front (generaal G.K. Zjoekov) 30e Leger (generaal-majoor D.D. Leljoesjenko) 5e Divisie 46e Cavaleriedivisie 107e Gemotoriseerde Divisie 185e Divisie 82e Cavaleriedivisie 365e Divisie 371e Divisie 8e Tankbrigade 21e Tankbrigade 24e Cavaleriedivisie 18e Cavaleriedivisie 348e Divisie 379e Divisie 1e Stoottroepenleger (luitenant-generaal V.I. Koeznetsov) 55e Brigade 66e Brigade 44e Brigade 50e Brigade 29e Brigade 16e Leger (luitenant-generaal K.K. Rokossovski) 1e Tankbrigade 18e Divisie 9e Divisie 36e Brigade 17e Tankbrigade 40e Brigade 20e Leger (generaal-majoor A.A Vlasov) 133e Divisie 126e Divisie 54e Brigade 24e Tankbrigade 31e Tankbrigade 35e Brigade 352e Divisie 331e Divisie
Slagorde Wehrmacht Pantsergroep 3 Pantsergroep 3 (generaal der Pantsertroepen Georg-Hans Reinhardt) 56e Gemotoriseerde Korps (generaal der Pantsertroepen Ferdinand Schaal) 36e Gemotoriseerde Divisie 14e Gemotoriseerde Divisie 7e Pantserdivisie 41e Gemotoriseerde Korps (generaal der Pantsertroepen Walter Model) 6e Pantserdivisie 1e Pantserdivisie 161e Infanteriedivisie
Klin-offensief Noordelijke flank : aanval op Klin Op vrijdag 5 december 1941 zette het Kalininfront het offensief in. Het 29ste leger en het 31e Leger staken de bevroren Wolga over en ze vielen het Duitse 9e Leger aan. Hun aanval concentreerde zich tegen de stellingen rond Kalinin. Meer naar het oosten bleef het gedurende de ganse dag rustig aan het front van Pantsergroep 3, maar generaal Reinhardt bracht zijn troepen in hoogste staat van paraatheid. Hij bereidde zich voor om zijn meest vooruitgeschoven spitsen terug te trekken. Delen van de 7de pantserdivisie bevonden zich op de oostelijke oever van het Moskou-Volgakanaal en de 2e Pantserdivisie had Krasnaja Poljana bereikt.
Op zaterdag 6 december wierp generaal Zjoekov de rechtervleugel van het Westelijk Front in de strijd. Bij een temperatuur van -26°C vielen de Sovjets aan. Het 30ste leger viel de linkerflank en achterhoede van Pantsergroep 3 aan. De eerste doelwitten van het 30ste leger waren het strategische kruispunt van Rogatsjevo, het stadje Klin en de spoorweg Moskou-Kalinin. Als de Sovjets deze knooppunten in handen kregen, dan sneden ze de terugtocht van de 14de gemotoriseerde divisie, 36ste gemotoriseerde divisie de 23ste infanteriedivisie, 6de pantserdivisie en de 7de pantserdivisie af.
De linkerflank van het 30e Leger, bestaande uit 348ste divisie en de 18e Cavaleriedivisie, brak onmiddellijk door de dunne verdedigingslinie van de 36e Gemotoriseerde Divisie. Onmiddellijk wierp generaal Leljoesjenko zijn reserves in de strijd om de doorbraak uit te buiten. Het 923e Regiment en het 215e Regiment stormden door de bres naar Rogatsjev. De centrale aanvalsmacht van het 30e Leger werd gevormd door de 24e Cavaleriedivisie, de 371e Divisie en de 365e Divisie. Gesteund door de tanks van de 8e Tankbrigade liepen ze eveneens de Duitse verdediging onder de voet. De snelheid van de opmars verraste de Duitsers, want ze hadden verwacht dat de Sovjets ook last zouden hebben van het winterse weer. De cavaleristen hadden echter weinig last van de sneeuw en ze waren niet gebonden aan de wegen. Ook de brede rupsbanden van de T-34’s zorgden ervoor dat de tanks minder last hadden van de sneeuw. Veel infanteristen reden mee op de tanks. Bij het invallen van de duisternis waren de Sovjets meer dan 15 km opgerukt en hun voorhoede bevond zich op minder dan 10 km van Klin.
Meer naar het westen verliep de aanval van de rechtervleugel van het 30e Leger, bestaande uit drie infanterie- en twee cavaleriedivisies, minder vlot. De Duitse infanteristen van de 86ste infanteriedivisie hadden zich ingegraven en ze beschikten over voldoende artillerie. De aanvallers leden zware verliezen bij het oversteken van de Wolga ten noorden van het stuwmeer. Na zware gevechten veroverden de Sovjets Radchenko, maar de Duitse vuurkracht bracht hun opmars tot stilstand. Stevig verschanst in hun houten bunkers sloeg de Duitse soldaten aanval na aanval af. Generaal Leljoesjenko verlegde de aanval naar de zuidelijke oever van het stuwmeer en hij zette zijn reserves in om het offensief weer op gang te brengen. Hoewel de 379ste divisie en de 107de brigade verschillende posities onder de voet liepen, bleef de Duitse verdediging intact.
Op dezelfde dag brak generaal Koeznetsovs 1e Stoottroepenleger uit het bruggenhoofd ten westen van het Moskou-Wolgakanaal. Over een breedte van 25 km tussen Ignatov en Dmitrov vielen vijf brigades de Duitse 7e Pantserdivisie aan. De brigades waren samengesteld uit mariniers van de Pacifische Vloot (Rusland). De geharde en goed bewapende mariniers waren gewend aan de barre omstandigheden. Met behulp van een ferry staken ze het kanaal over. Hun eerste doel was Jachroma, waar zich het bevoorradingsdepot van de 7e Pantserdivisie bevond. Ze veroverden enkele huizen aan de zuidelijke rand en het kwam tot hevige gevechten. Generaal Koeznetsov stuurde meer troepen over het kanaal, maar ze konden geen doorbraak forceren.
Op het einde van de eerste dag was de Duitse verdediging op verschillende plaatsen doorbroken. Het 30ste leger naderde Klin vanuit het noorden, waardoor de achterhoede van Pantsergroep 3 werd bedreigd. Tijdens de opmars naar Moskou had generaal Reinhardt zijn infanteriedivisies achtergelaten bij Kalinin zodat ze geen vertraging zouden veroorzaken. De tank- en gemotoriseerde divisies beschikten over te weinig mankracht om een ononderbroken verdedigingslinie te bemannen in de Klin-saillant. Onder dekking van de sneeuwbuien glipten Sovjeteenheden tussen de versterkte posities.
Gedurende de nacht gaf generaal Reinhardt zijn divisies opdracht om zich terug te trekken. De 1e Pantserdivisie, die onderweg was naar Krasnaja Poljana, kreeg bevel om zich om te keren en naar Klin op te rukken. De weg naar Klin was spoedig gevuld met vrachtwagens, tanks en gemechaniseerd geschut. De colonne strekte zich over een lengte van meer dan 30 km uit. Ook vroeg hij veldmaarschalk Von Bock, bevelhebber van Heeresgruppe Mitte, om versterkingen, maar er was geen enkel bataljon beschikbaar. Hij gaf de 7e Pantserdivisie opdracht om zich los te maken uit het gevecht en ook naar Klin terug te trekken. Ondertussen begonnen ook delen van de 14e Gemotoriseerde Divisie en de 36e Gemotoriseerde Divisie zich terug te trekken naar het westen.
Op zondag 7 december daalde de temperatuur nog verder en begon het te sneeuwen. Generaal Zjoekov breidde zijn offensief nog verder uit. Het 20ste leger, onder leiding van generaal Andrej Vlasov, viel Krasnaja Poljana aan en het 16de leger, onder leiding van generaal Rokossovski, viel aan in de richting van Volokolamsk. Beide legers moesten de Duitse troepen in de punt van de Klin saillant vernietigen en daarna naar het westen oprukken. Solnetsjnogorsk moest door het 20e Leger worden veroverd terwijl Istra het doel van het het 16e Leger vormde. Beide legers vorderden langzaam. De frontale aanvallen op de Duitse posities veroorzaakten zware verliezen bij beide legers. In de loop van de dag begon generaal Reinhardt het zuidelijk deel van de saillant te ontruimen.