thumb|300x300px|Cantino-planisfeer (1502), de oudste bekende nautische kaart uit Portugal, waarop de reizen van Vasco da Gama naar India, Columbus naar Centraal-Amerika, Gaspar Corte Real naar Newfoundland en Pedro Álvares Cabral naar Brazilië worden weergegeven. De scheidingslijn van Tordesillas wordt ook weergegeven (links) De ontdekkingsreizen van Portugal waren een verzameling veroveringen gemaakt door de Portugezen tijdens reizen en ontdekkingstochten over zee tussen 1415 en 1543 die begonnen met de slag bij Ceuta in Afrika. De ontdekkingsreizen leidden tot de Portugese expansie en droegen voor een belangrijk deel bij aan het creëren van de wereldkaart. De ontdekkingsreizen begonnen met de Reconquista en werden gemotiveerd door de zoektocht naar alternatieve routes voor de handel in het Middellandse Zeegebied. Met de ontdekkingstochten luidden de Portugezen het tijdperk van de grote ontdekkingen in Europa in, dat duurde van de 15e tot de 17e eeuw. Daarnaast werd er met de reizen een grote vooruitgang geboekt in de nautische technologie en wetenschap, cartografie en astronomie. In dit tijdperk werden de eerste schepen ontworpen die veilig op open zee konden varen in de Atlantische Oceaan.
Al tijdens de regeerperiode van koning Dionysius (1279) en de expedities naar de Canarische Eilanden tijdens de periode van koning Alfons IV werden er ontdekkingstochten gemaakt, maar pas na de verovering van Ceuta in 1415 begon Portugal met een nationaal project van systematische zeetochten: de Portugese ontdekkingsreizen.
Na afloop van de Reconquista leefde de wens voort om islamitische volkeren te veroveren en te kerstenen. De Portugezen richtten zich daarom op Noord-Afrika, waar de Moren die zich op het Iberisch Schiereiland hadden gevestigd vandaan waren gekomen. Ze voeren gestaag langs de kust van het Afrikaanse continent, passeerden de Kaap de Goede Hoop en voeren de Indische Oceaan op in de hoop nieuwe handelsroutes te ontdekken. In 1498 arriveerden de Portugezen in India. Ongeveer tegelijkertijd exploreerden ze de andere kant van de Atlantische oceaan en Brazilië werd in 1500 ontdekt. Onderweg naar het uiteinde van Azië arriveerden ze in 1513 in China en in Japan in 1543.
De expedities vonden plaats gedurende de regeerperiodes van meerdere koningen, beginnend met de exploraties van de Afrikaanse en Amerikaanse kust in opdracht van Peter, hertog van Coimbra en Hendrik de Zeevaarder, de zoons van koning Johan I en zijn neefje Ferdinand, hertog van Viseu, en lopend tot de ontdekking van een alternatieve zeeroute naar India tijdens de regeerperiode van koning Johan II. Het hoogtepunt lag in de periode van Emanuel I, toen het overzeese rijk van Portugal werd versterkt.
Vooraf Met het verdrag van Alcañices (1297) legde koning Dionysius I van Portugal de grenzen van Portugal vast. Onder zijn bewind kwam de maritieme handel op gang voornamelijk naar de West- en Noord-Europese landen. In 1293 stelde hij de Bolsa dos Mercadores (letterlijk Handelaarsbeurs) in, wat een soort verzekering was voor de Portugese handelaars die in het graafschap Vlaanderen woonden. Wijn en gedroogde vruchten uit de Algarve werden in Vlaanderen en Engeland verkocht, zout uit de gebieden rond Lissabon, Setúbal en Aveiro werden naar Noord-Europa geëxporteerd, naast leer en kermes, een scharlaken kleurstof. De Portugezen importeerden harnassen en wapens, dure kleren en verschillende producten uit Vlaanderen en Italië.
left|thumb|Royal charter van koning Dionysius, gedateerd op 1 februari 1317, waarmee Emanuele Pessagno uit Genua als eerste admiraal van Portugal werd aangesteld In 1317 sloot koning Dionysius een akkoord met Emanuele Pessagno uit Genua, waarin hij als admiraal van de koninklijke vloot werd uitgeroepen met handelsrechten voor zijn eigen land, in ruil voor twintig schepen met bijbehorende bemanning en met als doel om de kusten van het land te beschermen tegen de piraterij (vaak door moslims). Aangezien ze gedwongen waren hun activiteiten op de Zwarte Zee terug te brengen, richtten de handelaars uit de Republiek Genua zich op de handel met Noord-Afrika in tarwe, olijfolie en goud. Ze verhandelden dit tot in de havens van Brugge en Engeland. In datzelfde jaar stichtte hij de ridderorde van Christus.
Koning Alfons IV (1325-1357) zette met publieke financiering een commerciële vloot op en gaf opdracht voor de eerste maritieme ontdekkingstochten, onder andere met de hulp van Genuees, Emanuele Pessagno. Officieel werden de Canarische eilanden, herontdekt in 1312 door de Genuees Lancelotto Malocello. Koning Alfons IV zond in 1341 een expeditie vloot om de eilanden in kaart te brengen. Dit kwam ter ore aan prins Luís de la Cerda, die hulp vroeg aan paus Clemens VI om de eilanden te kerstenen. Daarna claimde Alfons XI van Castilië op basis van oude documenten de eilanden voor zich.Manuel Lopes de Almeida, Idalino Ferreira da Costa Brochado & Antonio Joaquim Dias Dinis, editors, Monumenta Henricina, Coimbra 1960, volume I In 1402 veroverde de Fransman Jean de Béthencourt de Canarische eilanden voor Hendrik III van Castilië. De Canarische Eilanden riepen vanaf het begin de aandacht van zowel de Portugezen als de Spanjaarden; ze lagen namelijk dicht bij de Afrikaanse kust en hadden grote economische en strategische waarde. Onenigheid over de eilanden leidde tot het eerste Iberische conflict ten gevolge van de expansie. Er kwam een einde aan met het verdrag van Alcáçovas-Toledo in 1479.
In de tweede helft van de 14e eeuw leidden meerdere plagen van de builenpest tot een ernstige bevolkingskrimp: de economie was extreem geregionaliseerd in een paar steden en de migratie vanaf het platteland leidde tot een verwaarlozing van de landbouw en tot een toename van werkloosheid in de nederzettingen. Alleen de zee bood alternatieve mogelijkheden, aangezien het grootste deel van de bevolking zich in de kustgebieden bevond vanwege de visserij en de handel.
In 1353 werd er een handelsverdrag getekend met Engeland waarin werd bepaald dat Portugese vissers voor de kust van Engeland mochten vissen. Hiermee werd de basis gelegd voor het latere Verdrag van Windsor in 1386. In 1395 stelde koning Johan I een wet in om de handel van buitenlandse handelaars te reguleren.
Historici zijn het er over eens dat de Portugese verovering op Ceuta het begin van de Portugese expansie inluidde. Ceuta werd in 1415 relatief gemakkelijk ingenomen door een expeditie onder bevel van koning Johan I. De overzeese tochten zouden een grote impuls krijgen door Hendrik de Zeevaarder, die wereldwijd bekend zou komen te staan als drijvende kracht achter de Portugese ontdekkingsreizen. Ferdinand, hertog van Beja en Viseu, neef van Hendrik de Zeevaarder, zou dit later voortzetten.
Redenen thumb|Weergave van Pape Jan op de troon. Kaart van Oost-Afrika in Queen Mary's Atlas, Diogo Homem, 1558, British Museum Tot aan de 19e eeuw werd als enige reden voor de veroveringen in Marokko door het Portugese koninkrijk als een onderdeel van de Reconquista opgegeven. Kroniekschrijver Gomes Eanes de Zurara schreef dat de zeevaarders hun redenen en de geleerden hun eigen redenen hadden, maar dat de beslissing viel bij koning Johan I. Hij schreef: Ik zou het niet als overwinning beschouwen, en ik eerlijk gezegd zou het ook niet doen, zelfs als ik de hele wereld van mij zou kunnen maken, als ik niet zou denken dat het op de een of andere manier een dienst van God is. De religieuze motivatie was dominant over andere en werd ook aangewezen als belangrijkste reden voor de ontdekkingstochten door onder anderen João de Barros, Luís de Camões en Gil Vicente. De paus gaf zijn zegen om de Moorse kapers te bevechten en om interventies te mogen doen in het ongelovige gebied in Noord-Afrika.
De moslims hadden de straat van Gibraltar in handen en hadden de macht in Granada. Vanwege de geografische positie kon Ceuta als basis fungeren voor de zeetochten tussen het Apennijns Schiereiland en Portugal en waarmee de piraterij van de Moren langs de Atlantische kusten ook kon worden gehinderd.
In de 20e eeuw waren er historici die dachten dat het voornaamste belang bij de verovering op Ceuta van economische aard was: om directe toegang te vinden tot de bronnen van tarwe, goud of slaven in Noord-Afrika. Deze hypothese werd door anderen weerlegd.
De veroveringen in Marokko baanden echter de weg voor de ontdekkingsreizen. Volgens Gomes Eanes de Zurara hadden de expedities, onder leiding van Hendrik de Zeevaarder vijf redenen: het land voorbij de Canarische Eilanden en kaap Bojador verkennen; handel naar het koninkrijk brengen; leren tot waar de macht van de moslims reikte; bondgenoten vinden die konden helpen in de oorlog die al 31 jaar duurde; het christelijk geloof te brengen naar elke ziel die gered wilde worden. In 1453, nadat de Ottomanen Constantinopel in hadden genomen, zakte de handel in het Middellandse Zeegebied van Venetië en Genua in elkaar. Het vinden van een alternatieve route werd van groot belang. Portugal ging op zoek naar een directe verbinding tussen de specerijproducenten en de markt in Europa. Hierna was de reden voor de Portugese expansie niet meer uitsluitend religieus, maar speelden ook commerciële overwegingen een grote rol.
Periode Hendrik de Zeevaarder (1420-1460) thumb|Hendrik de Zeevaarder De overwinning op Ceuta in 1415 wordt meestal als beginpunt van de Portugese ontdekkingsreizen beschouwd. Hendrik de Zeevaarder begon daarna met expedities langs de Atlantische kust, met de financiële steun van het Koninkrijk Portugal, zijn eigen persoonlijke kapitaal en van de Orde van Christus, waarvan hij sinds 1420 grootmeester was. De eerste tochten vertrokken vanuit de haven van Castro Marim, in het zuiden van Portugal. Hij richtte ook havens op in Lagos en Sagres, beiden in het zuiden van het land. Hij werd bijgestaan door cartografen, astronomen en piloten. Prins Hendrik wilde ook een bondgenootschap opzetten met Pape Jan, een fictieve christelijke prins die heerste over Ethiopië. Met hulp van dit bondgenootschap, hoopte hij Kruistochten op wereldwijde schaal op te zetten, het Paradijs te bereiken (het Hof van Eden), waar Pape Jan heerser over was, en de moslims te verjagen uit het Heilige Land. Na de verovering op Ceuta werden de prinsen uitgeroepen tot ridder. left|thumb|Hendriks routes (ca. 1430-1460): windrichtingen (groen), zeestromen (blauwl) en routes (rood). Hoe verder naar het zuiden hij voer, hoe groter de volta die nodig was om terug te keren
Madeira In 1418, nog tijdens de regeerperiode van koning Johan I en onder leiding van Hendrik de Zeevaarder werd het eiland Porto Santo ontdekt, door João Gonçalves Zarco en later ook het eiland Madeira door Tristão Vaz Teixeira. Het gaat om een herontdekking, aangezien het bestaan van de eilanden al bekend was in de 14e eeuw, zoals te zien is op Italiaanse en Catalaanse kaarten uit die periode. De eilanden waren onbewoond, maar vanwege het gunstige klimaat konden de Portugezen de eilanden bevolken en er landbouw opzetten.
De Azoren In 1427 werd het eerste contact gelegd met de archipel van de Azoren door Diogo de Silves. In datzelfde jaar werd de oostelijke groep eilanden van de Azoren ontdekt: São Miguel en Santa Maria. Daarna werd de centrale groep ontdekt, bestaande uit Terceira, Graciosa, São Jorge, Pico en Faial. In 1452 werd de westelijke groep (Flores en Corvo) ontdekt door Diogo de Teive.
Westkust van Afrika In 1434 voer Gil Eanes om de kaap Bojador, waarvan de Portugezen vreesden dat er zeemonsters leefden. Het jaar daarop kwamen Eanes en Afonso Gonçalves Baldaia tot aan de Río de Oro, in de Westelijke Sahara. Koning Eduard van Portugal (1433-1438) steunde zijn oom Hendrik in zijn ontdekkingsreizen, maar niet zijn onderneming om Tanger, Noord-Afrika te veroveren.
left|thumb|De belangrijke specerij- en zijderoutes werden geblokkeerd door de Ottomanen in 1453 na de Val van Constantinopel. Hierdoor gingen de Portugezen op zoek naar alternatieve, overzeese routes