Marie-Adélaïde (Adèle) Kindt (Brussel, 19 december 1799Geboorteakte – Schaarbeek, 8 mei 1893"État civil: Bruxelles – Déclarations des 7 et 8 mai". Le Patriote. 12 May 1893. p. 3.) was een Belgisch kunstschilderes. Ze wordt gerekend tot de Belgische romantiek.

Leven en werk Adèle Kindt was de dochter van Charles Kindt, een hooggeplaatste stadsambtenaar, en zijn vrouw Marie-Anne Bultos, die een dochter was van theaterdirecteur Herman Bultos. Haar twee zussen waren eveneens kunstschilder: Laurence Kindt en Claire Kindt, net als haar schoonzus Isabelle Kindt-Van Assche.Creusen, Alexia, "Kindt, Marie-Adélaïde, dite Adèle" in E. Gubin, C. Jacques, V. Piette & J. Puissant (eds), Dictionnaire des femmes belges: XIXe et XXe siècles. Bruxelles: Éditions Racine, 2006.

Adèle kreeg tekenlessen van Antoine Cardon en stelde in 1818 al op veertienjarige leeftijd voor de eerste keer het werk Portrait d'un homme à l'estompe tentoon op de Brusselse salon.Sabine van Cauwenberge: Nieuwe aanwinst. Marie-Adelaide Kindt (Adèle Kind). De Waarzegster. in: Museumkrant, vol. 9, no. 33 (2022). In 1821 begon ze in het atelier van Sophie Rude-Fremiet te werken, vervolgens werkte ze vier jaar bij François-Joseph Navez, beide leerlingen van Jacques-Louis David. Door Rude-Fremiet en Navez werd Kindt opgeleid in een neoklassieke stijl. Haar doorbraak kende ze in 1826 door in het Gentse salon in de categorie 'Vaderlandse geschiedenis' de eerste prijs voor haar schilderij De laatste ogenblikken van de Graaf van Egmont te winnen. In 1828 behaalde ze de bronzen medaille op het Salon van Kamerijk voor haar werk De Waarzegster, een representatief voorbeeld van de genreschilderkunst.

Onder invloed van de door haar bewonderde Gustave Wappers zou ze echter al snel een eigen romantische stijl ontwikkelen en uitgroeien tot de belangrijkste schilderes in het België van de jaren 1830.Cf. De romantiek in België, blz. 61. Ze schilderde vooral historiewerken, portretten en genretaferelen. Haar bekendste werk, De revolutie van 1830, is een allegorie waaruit een zekere hang naar het theatrale blijkt. Het dateert uit 1830 en is te zien in het stadhuis van Brussel. Haar portretten kenmerken zich door een grotere eenvoud.

Als vrouwelijke ambitieuze kunstenaar was ze gedurende haar loopbaan een opmerkelijke figuur in het België van haar tijd. Bijvoorbeeld merkte de criticus Victor Joly bij gelegenheid van de tentoonstelling in het Salon van Antwerpen in 1843 op:"Pour nous l'artiste n'a pas de sexe. Quand une femme renonce à l'ombre du gênée domestique, aux joies tranquilles et pures de la famille; quand elle veut jeter son nom aux vagues de cette mer capricieuse qu'on appelle la Renommée et sur laquelle le flot qui arrive efface celui qui le précède; quand enfin elle aime la gloire avant l'amour, avant la famille, avant la poésie, le soleil et les fleurs, alors nous ne nous informons plus si ces Clorindes et ces Bradamantes sont de force à porter leur armure, et si elles pourront se tirer avec honneur de la lutte. Elles ont comme tous les combattants, la targe et l'épée, la palette et le pinceau, et le juge du camp, après avoir donné le signal du combat, n'a plus qu'à décerner la couronne de chêne ou l'écharpe d'or au plus intrépide et au plus adroit."Victor Joly: Exposition d'Anvers (Librairie Générale, 1843), p. 62-63. Geciteerd in: Elck zijn waerom: vrouwelijke kunstenaars in België en Nederland, 1500-1950 (Ludion, 2000), p. 231.Voor ons heeft de kunstenaar geen geslacht. Wanneer een vrouw afstand doet van de beschutting van het huiselijke leven, van de rustige en pure geneugten van het gezin; wanneer ze haar naam wil werpen in de golven van die grillige zee die we Roem noemen en waarop de volgende golf de vorige uitwist; wanneer ze uiteindelijk de roem boven de liefde, boven het gezin, boven de poëzie, de zon en de bloemen verkiest, dan vragen we ons niet meer af of deze Clorindes en Bradamantes in staat zijn hun wapenrusting te dragen en of ze zich met eer uit de strijd zullen kunnen terugtrekken. Ze hebben, net als alle strijders, een schild en een zwaard, een palet en een penseel, en de scheidsrechter hoeft, nadat hij het startsein voor de strijd heeft gegeven, alleen nog maar de eikenkrans of de gouden sjerp uit te reiken aan de meest onverschrokken en behendige strijder. (vertaalt uit het Frans)Kindt bleef ongehuwd en was een zeer productieve kunstenares en gaf naast haar schilderwerk ook zelf les. Ze had geen vrees voor confrontatie binnen het mannelijk gedomineerde kunstmilieu en haar optreden tegenover tentoonstellingsorganisators was zelfzeker en beslist. Zij was lid van de Koninklijke Academie van België en erelid van de Sociétés des Beaux-Arts van Gent, Amsterdam en Lissabon. Haar latere werk was duidelijk minder ambitieus en ook minder succesvol, hoewel ze tot aan het einde van haar leven bleef exposeren. Haar laatste tentoonstelling op 80-jarige leeftijd vond plaats in 1884 in Brussel. Ze overleed in 1893 in Schaarbeek, waar ze sinds de jaren 1850 woonde.

Een groot deel van haar werk vindt zich vandaag in de Verenigde Staten.Greet Pas/Wim Pas: ARTO. Dictionnaire Biographique Arts Plastiques en Belgique (Gulden Roos - Arto, 2002). p. 231. Werken van haar werden ook bewaard in het Koninklijke Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, in het Koninklijke Museum voor Schone Kunsten in Brussel, in het Museum van de Stadt Brussel, en in musea in Museum voor Schone Kunsten in Gent en Mons.

Galerij

Literatuur en bron De romantiek in België. Tussen werkelijkheid, herinnering en verlangen. Catalogus Koninklijke Musea voor Schone Kunsten Brussel, met essays van diverse auteurs, Lannoo, 2005, blz. 61-62.

Externe links Kindt op Invaluable.com Biografische gegevens en werk

Noot

Categorie:Belgisch kunstschilder Categorie:Belgisch persoon in de 19e eeuw