miniatuur| De Brexit is het proces van uittreden van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) dat op 31 januari 2020 in werking trad. Daarmee kwam na 47 jaar een einde aan het lidmaatschap van het VK van de EU en haar voorgangers, de Europese Gemeenschappen. Het was de eerste keer in de geschiedenis van de EU dat een lidstaat vrijwillig terugtrad uit de Unie. Het woord Brexit is ontstaan in het gewone taalgebruik als samenvoeging van de woorden 'British' en 'exit' (Brits vertrek).

De aanleiding voor de Brexit was een raadgevend referendum onder de Britse bevolking dat op 23 juni 2016 werd gehouden. Bij dat referendum, een verkiezingsbelofte van de Conservatieve premier David Cameron, koos 51,9% van de stemmers voor een vertrek uit de EU. Cameron, die zelf campagne had gevoerd om in de EU te blijven, trad direct daarna af. Hij werd opgevolgd door Theresa May. De Britse regering gaf de EU op 29 maart 2017 formeel kennis van het voornemen tot uittreden, en kreeg volgens de regels van het Verdrag van Lissabon vervolgens twee jaar de tijd om tot een uittredingsakkoord te komen.

Vanaf het begin was het een moeizaam onderhandelingsproces. De Britten die waren opgekomen in het referendum hadden zich, met een krappe meerderheid, vóór een vertrek uitgesproken, maar over de invulling daarvan liepen de meningen uiteen, van een nauwe samenwerking binnen de Europese Vrijhandelsassociatie tot een harde breuk met tal van Europese gemeenschappelijke regelingen en markten. Het onderwerp leidde tot grote spanningen binnen de Britse samenleving en binnen politieke partijen. Die spanningen gingen niet aan Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland, de vier landen die deel uitmaken van het Verenigd Koninkrijk, voorbij. Ook de mogelijke gevolgen voor het Goedevrijdagakkoord en het Noord-Ierse vredesproces bleven een punt van zorg, net als de verdeling van de kosten van een 'scheidingsrekening'. De 27 overgebleven lidstaten van de EU moesten ondertussen eenstemmig besluiten, en hadden geen ervaring met onderhandelingen over een uittredingsakkoord.

De beoogde uittredingsdatum op 29 maart 2019, twee jaar na de formele aankondiging, werd niet gehaald. May moest om uitstel vragen nadat het uittredingsakkoord dat ze bijeen had onderhandeld keer op keer werd weggestemd door haar eigen parlement. Na de derde nee-stem maakte May haar vertrek bekend. Ze trad diezelfde zomer af, op 24 juli 2019. Ze werd opgevolgd door Boris Johnson, die op 17 oktober 2019 een nieuw akkoord met de Europese Unie tot stand bracht. Op 12 december 2019, bij de vervroegde Lagerhuisverkiezingen, wonnen de Conservatieven zoveel zetels in het Britse parlement dat Johnson een stabiele meerderheid kreeg voor zijn uittredingsakkoord. Het akkoord werd op 9 januari 2020 goedgekeurd door het Britse Lagerhuis, op 22 januari door het Britse Hogerhuis en op 29 januari door het Europees Parlement.De brexit is nu echt een feit, Europees parlement stemt in met vertrek, RTL Z, 29 januari 2020. Gearchiveerd op 30 januari 2020. Daarmee was na drie keer uitstel de weg definitief vrij voor Brits vertrek uit de EU per 31 januari 2020 om klokslag 24:00 (Midden-Europese Tijd).

De Britse regering koos voor een 'harde' Brexit: het land trok zich terug uit de Europese douane-unie en uit de Europese interne markt. Na een overgangsperiode, van 31 januari 2020 tot 1 januari 2021, wordt de verhouding tussen de Britten en de EU vormgegeven door een handels- en samenwerkingsakkoord.

Achtergrond

Op 1 januari 1973 trad het Verenigd Koninkrijk toe tot de Europese Gemeenschappen (EG). Het Britse lidmaatschap bleef echter vanaf het begin een omstreden kwestie in het Verenigd Koninkrijk zelf. Vanaf de toetreding bleef het land stelselmatig voor zichzelf uitzonderingen bedingen op Europese regelgeving. In 1975 werd er al een eerste referendum gehouden over dit lidmaatschap. Een meerderheid van het Britse volk steunde toen de continuering van het lidmaatschap. The case for Brexit: lessons from the 1960s and 1970s, Adrian Williamson, History and Policy, 2015. Gearchiveerd op 29 mei 2023.

Begin 21e eeuw werd de controverse verscherpt door de uitbreiding van de EU met een aantal Oost-Europese staten in 2004. Deze zorgde voor een toename in de immigratie naar het VK, mede omdat de Britse regering besloot zonder de optionele transitieperiode arbeidsmigratie uit deze landen toe te staan. In april 2016 stond de teller op drie miljoen immigranten vanuit EU-landen (nog steeds minder dan de helft van de allochtone bevolking), gemiddeld veel hoger opgeleid dan de autochtone bevolking. Hoewel ze werd verdedigd met een liberaal-kosmopolitisch beroep op het "Europese ideaal", was de beslissing om immigratie maximaal toe te staan tevens ingegeven door het gebrek aan een hoogopgeleide beroepsbevolking (door jarenlange onderinvestering in onderwijs) en de wens om zo "competitiever" te worden

Dit leidde tot een anti-immigratiesentiment onder de Britse arbeidersklasse, dat tijdens en na het referendum duidelijk (soms met geweld) geuit werd. Dit ongenoegen werd al eerder expliciet gemaakt in het verkiezingsprogramma van de UK Independence Party (UKIP), die in 2014 in het VK ruim een kwart van de stemmen kreeg bij de Europese verkiezingen.

Referendum over lidmaatschap (2016)

Aanloop Na de Lagerhuisverkiezingen van 2015 beloofde de herkozen premier David Cameron een bindend referendum te houden over het Britse lidmaatschap van de EU. Hiermee willigde hij een belofte in uit het verkiezingsprogramma van zijn Conservatieve Partij. Bovendien poogde Cameron zo het politieke succes van UKIP af te snijden. Het referendum werd officieel aangekondigd tijdens de Queen's Speech op 27 mei 2015. Queen's Speech 2015: EU referendum, tax freeze and right-to-buy, BBC, 27 mei 2015 Premier Cameron gaf aan voor een continuerend lidmaatschap te zijn, mits er werd tegemoetgekomen aan zijn onderhandelingsvoorwaarden. Na overleg daarover met vertegenwoordigers van de EU in Brussel gaf hij aan tevreden te zijn. Op 20 februari 2016 kondigde hij aan dat het referendum plaats zou vinden op 23 juni 2016.

Cameron liet leden van het kabinet vrij om te kiezen of ze zich bij de voor- of de tegenstanders van het officiële kabinetsstandpunt wilden aansluiten. Zestien van hen, onder wie naast Cameron zelf ook George Osborne en Theresa May, waren voor 'remain' (in de EU blijven). De vijf die kozen voor 'leave' (uit de EU stappen) waren Michael Gove, Iain Duncan Smith, John Whittingdale, Theresa Villiers en Chris Grayling. De campagne werd geleid door twee onafhankelijke organisaties: Britain Stronger in Europe en Vote Leave.

In oktober 2015 werd Dominic Cummings campagnedirecteur van de net opgerichte organisatie Vote Leave. Hij zou de slogan "Take Back Control" bedacht hebben en hij was verantwoordelijk voor de algemene campagnestrategie. Begin 2016 verlieten Cummings en CEO Matthew Elliott de organisatie vanwege onderlinge twisten.Bron: Wiki-artikel Dominic Cummingszie bij documentaires "Gewonnen en alles kwijt" (afl. 9 van In Europa: De geschiedenis op heterdaad betrapt)

Peilingen die werden gehouden vanaf 2010 lieten zien dat het Britse volk verdeeld was over de kwestie. In november 2012 was een meerderheid voor uittreding, terwijl in juni 2015 een meerderheid aangaf voor continuering van het EU-lidmaatschap te zijn. 56% of Britons would vote to quit EU in referendum, poll finds, The Guardian, 17 november 2012. Gearchiveerd op 19 april 2023. YouGov Survery Poll (pdf), 11 juni 2015. Gearchiveerd op 14 april 2023. Een peiling met het grootste aantal respondenten ooit in het Verenigd Koninkrijk gehouden over het onderwerp (20.000 in maart 2014) had als uitslag dat 41% voor terugtreding was, 41% voor lidmaatschap en dat 18% het niet wist. Europe on Trial, Lord Ashcroft Polls. 22 maart 2014 Als het Verenigd Koninkrijk echter betere voorwaarden zou weten te onderhandelen, zou meer dan 50% voor continuering van het EU-lidmaatschap stemmen. YouGov / The Sun Survey Results (pdf), yougov.com. Gearchiveerd op 4 juli 2022.

In de maanden voorafgaand aan het referendum verschenen er namens grote (bedrijfs)organisaties en andere sectoren van de samenleving paginagrote advertenties in de kranten met een oproep om voor of tegen het referendum te stemmen. Diverse 'celebrities' uitten zich eveneens publiekelijk als voor- of tegenstander.

Uitslag en aanvechtingen miniatuur| Referendumuitslag per district. Man en de Kanaaleilanden behoren niet tot het Verenigd Koninkrijk (en zijn geen lid van de EU); Gibraltar wel. De ochtend na het referendum bleek het brexitkamp te hebben gewonnen met 51,9% van de stemmen bij een opkomst van 72,2% (33,5 miljoen stemmers); 48,1% stemde voor blijven.

Opvallend bij deze uitslag is het verschil tussen Engeland en Wales enerzijds, waar telkens een meerderheid van ongeveer 53% voor de brexit koos en Schotland en Noord-Ierland anderzijds, waar het "remain"-kamp een meerderheid behaalde (in Schotland zelfs in alle kiesdistricten). Ook Londen, een financieel centrum dat een groot deel van zijn omzet uit continentaal Europa haalt, stemde in meerderheid ervoor om in de EU te blijven.

Meer dan vier miljoen mensen tekenden in de eerste dagen na het referendum een petitie voor een nieuw referendum. Zij waren van mening dat bij het vorige referendum te weinig mensen gestemd hadden en er te weinig echte voorstanders waren van een vertrek uit de EU om de uitslag geldig te verklaren. Zij vonden dat er een nieuw referendum gehouden moest worden waar minstens 75% kiesgerechtigden aan mee moesten doen en minimaal 60% van de kiezers voor of tegen gestemd moest hebben om de uitslag geldig te verklaren. Over 2 million people have signed petition to UK-govt demanding a redo on Brexit-vote, mediaite.com, 25 juni 2016. Gearchiveerd op 16 juni 2019.Hele wereld, Vaticaanstad op kop, ondertekent Britse petitie voor nieuw referendum, Het Laatste Nieuws, 26 juni 2016.

De petitie werd, zoals wettelijk vereist, door het parlement behandeld, maar de Britse overheid gaf al binnen enkele dagen aan dat van een tweede referendum geen sprake zou zijn. Daarna ging het verzet niet liggen. Op 20 oktober 2018 liepen in Londen ca. 700.000 mensen, met name jongeren, mee met de "People's Vote March", een protestmars tegen de brexit. Zij eisten een tweede referendum over de brexit, hoewel May al had aangegeven dat dit was uitgesloten. Een nieuwe petitie haalde in 2019 meer dan 6 miljoen handtekeningen, maar bleef opnieuw zonder politieke gevolgen.

Op 14 september 2018 besliste het hooggerechtshof in het Verenigd Koninkrijk dat de kiescommissie, die moest toezien op het eerlijk verloop van het referendum, beslissingen had genomen ten faveure van de Vote Leave-campagne. De Vote Leave-beweging had de maximaal toelaatbare hoeveelheid campagnegeld al uitgegeven, maar kreeg onterecht, zo was gebleken, toestemming om onder meer £ 620.000 door te schuiven naar pressiegroepen die ook voorstanders van Brexit waren, en nu dus konden adverteren. Now the judges agree – the vote for Brexit was clearly tainted, Jolyon Maugham, The Guardian, 14 september 2018. Gearchiveerd op 17 mei 2023.

Directe politieke gevolgen in het Verenigd Koninkrijk