Dit is een verklarende lijst van termen die gebezigd worden in het Domesday Book van 1086. De meeste begrippen zijn langere tijd (in de Middeleeuwen) in gebruik geweest, vóór en na dat jaar.

Latijn of Angelsaksisch (Oud)engels Nederlands Verklaring Acra acre verwant aan 'akker' De hoeveelheid land die met een ploeg met 1 os in 1 werkdag geploegd kon worden: 4840 vierkante yard, of 0,4 hectare. Bordarium* bordar** kleine boer Lid van de middenklasse van de boeren, bezat of pachtte doorgaans 4-8 ha en verrichtte herendiensten Burus boor Landarbeider, soms een vrijgemaakte slaaf, pachtte soms wat land van de heer in ruil voor werk Caruca, carruca plough, plough team ploeg Een ploeg met 8 ossen. In de context van land geeft het de afmeting aan. Lord 1 plough, bordars 3 ploughs betekent dat het land van het demesne door een ploeg met 8 ossen in 1 dag geploegd kon worden, het land van de boeren in 3 Carucata carucate Oppervlaktemaat in het gebied Danelaw, ruwweg hetzelfde als een hide. De hoeveelheid land die door 1 ploegspan in 1 dag geploegd kon worden Colibertus, quolibertus* freedman vrijgemaakte man Lage klasse van boeren/landarbeiders, met name in het gebied Danelaw, vergelijkbaar met boor Comitatu county, shire graafschap Engeland was in die tijd verdeeld in graafschappen Cotarius* cottar, cottager** keuterboer Laagste klasse van boeren. Pachtte slechts een klein stukje land, verrichtte herendiensten en werkte als landarbeider. Het onderscheid met de bordar kan soms onduidelijk zijn Denarius penny penning 1/12 van een shilling, 1/240 van een pond Dominio demesne domein Het deel van de manor dat de heer voor eigen gebruik liet bewerken Foras forest Niet altijd een bos, maar meer ongecultiveerd land. Voor de jacht, een populair tijdverdrijf van de Normandische adelLandscape, website National Archives, geraadpleegd 18 augustus 2014. Geldum geld belasting (rekeneenheid) Oorspronkelijk van Danegeld, in Engeland geheven belasting om de Vikingen te bestrijden of af te kopen. Gerekend in een x-aantal pennies per hide of carucate Hida, mansus, mansa hide Rekeneenheid van inkomen of bezit, meestal in hoeveelheid land. In dat geval 40 tot 120 acres, afhankelijk van de productiviteit van de grond.Onder historici wordt reeds geruime tijd een discussie gevoerd of de feitelijke grootte wel te benoemen is en zo ja, hoe. Zie bijvoorbeeld het lemma in de Britannica van 1911, geraadpleegd 14 augustus 2014hide, sizes.com, geraadpleegd 17 augustus 2014. Van origine voldoende om een gezin te onderhouden, later in gebruik als basis voor het vaststellen van belasting Hundredum hundred district Onderverdeling van een graafschap, met voldoende inkomen om 100 gewapende mannen te onderhouden (boeren en horigen niet meegeteld), ofwel 100 gezinshoofden met hun gezinnen.De precieze betekenis is onduidelijk daar ze in beide betekenissen gebruikt werden. Zie: The Wirral Hundred, lokale geschiedenissite, geraadpleegd 17 augustus 2014. Gearchiveerd op 19 augustus 2014. Verwant aan Herred. In Danelaw heette dit wapentake Manerium, mansio manor landgoed (niet: landhuis) Het gehele bezit (leen) van de heer, inclusief eigen grond, verhuurd akkerland en gemeenschappelijke common Molendinum mill watermolen De windmolen zou in Engeland pas 100 jaar later voorkomen Pastura pasture weiland Voor begrazing door vee. Lager in waarde dan meadow. In Essex werd het gemeten in het aantal schapen dat ervan kon levenLife in the 11th Century, domesdaybook.co.uk, geraadpleegd 18 augustus 2014. Pratum meadow weiland Grasland voor begrazing door vee en voor de productie van hooi Presbyter priest priester Van de priester (in dienst van de kerk) wordt soms vermeld hoeveel land hij bezat of pachtte Servus* serf slaaf Ontving voedsel, kleding en onderdak van de heer, maar mocht het landgoed niet verlaten Silva woodland ruigte Ongecultiveerd land, vaak gemeten in het aantal varkens die ervan konden leven, maar ook bedoeld voor het sprokkelen van hout Solidus shilling shilling Rekeneenheid (niet feitelijk een munt): 12 pennies, ofwel 1/20 van een pond Tenens in capite tenant-in-chief kroonvazal Leenman die zijn landgoederen direct van de koning in leen had gekregen en op zijn beurt leenheer was van lagere vazallen TRE - tempore regis Edwardii In de tijd van koning Eduard Afkorting die werd gebruikt bij het duiden van status en bezit vóór de Normandische verovering van Engeland þegn thegn, thane Kroonvazal Leenman die zijn landgoed direct van de koning in leen had gekregen, in ruil voor bewezen (militaire) diensten. Ten tijde van het Domesday Book waren de meeste thegns Angelsaksen die na de Normandische verovering hun bezittingen konden houden Villanus* villein, villager boer Lid van de hoogste boerenklasse (met het meeste land), bezat doorgaans 8-16 ha, maar verrichtte ook nog herendiensten Virgata virgate Een kwart van een hide

*Het Domesday Book vermeldt geen inwonertallen, maar slechts de gezinshoofden. Waar bijvoorbeeld "3 villeins, 4 bordars" staat, moeten hun gezinnen er in gedachten bijgeteld worden om een schatting te kunnen maken van het aantal inwoners. **Sommige Engelstalige bronnen vermelden een aantal "smallholders". Dit zijn de kleine pachters, ofwel de cottars en bordars samen.

Categorie:Geschiedenis van Engeland Categorie:11e-eeuws boek