De Slag om Smolensk (Duits: Kesselschlacht bei Smolensk; Russisch: Смоленская стратегическая оборонительная операция, Smolenskaja strategicheskaja oboronitelnaja operatsija) was een onderdeel van Operatie Barbarossa, de Duitse inval in de Sovjet-Unie, die vanuit de Duitse optiek bekend werd als het oostfront.

Na de succesvolle Slag om Białystok-Minsk vervolgde de Heeresgruppe Mitte zijn opmars in de richting van Moskou. Het Westelijk Front, onder leiding van maarschalk Semjon Timosjenko, kreeg de opdracht om de Duitse legers tegen te houden. Hiervoor kreeg het versterking van zes nieuwe legers van het pas opgerichte Reservefront. Na zware gevechten braken de Duitse tanks door de verdediging. Een gedeelte van het Westelijk Front werd omsingeld ten oosten van Smolensk. Na een hevige strijd vernietigde Heeresgruppe Mitte deze omsingelde legers. Alle tegenaanvallen werden afgeslagen en meer dan 300.000 soldaten gaven zich over. Op 3 augustus 1941 gaven de laatste Sovjets zich over. Hoewel de Slag bij Smolensk duidelijk een Duitse overwinning was, had de Wehrmacht meer verliezen geleden dan verwacht. Ook hadden de Sovjets voor het eerst sinds het begin van operatie Barbarossa een poging gedaan om een gecoördineerde tegenaanval op te zetten op verschillende plaatsen langs het front. Tijdens de gevechten om Smolensk begon het Duitse opperbevel te beseffen dat de veldtocht langer zou duren dan enkele weken. Begin augustus 1941 stonden de Duitsers nog steeds op 400 kilometer van Moskou.

Gedurende augustus 1941 zetten de Sovjets met verschillende tegenaanvallen het front onder druk, maar nergens wisten ze meer dan een lokale overwinning te behalen. Adolf Hitler gaf Generalfeldmarschall Von Bock het bevel om de opmars naar Moskou te staken en de aanval van de Heeresgruppe Nord en Heeresgruppe Süd te ondersteunen. Dit bevel zou leiden tot de Slag om Kiev.

Situatie juli 1941 Heeresgruppe Mitte Na de overwinning bij Białystok-Minsk waren de vier legers van Heeresgruppe Mitte verspreid geraakt. Terwijl de beide infanterielegers, het 4e Leger en het 9e Leger, de omsingelde Sovjetlegers vernietigden, richtten de beide Panzergruppen hun aandacht terug naar het oosten. Hun bevelhebbers, Generaloberst Guderian en Generaloberst Hoth, wilden het Rode leger geen kans geven om zich te herstellen. Ze drongen aan op een hervatting van de opmars naar Moskou. Elke dag uitstel verhoogde de kans dat de Sovjets hun verdediging terug konden opbouwen. De Duitse gemotoriseerde eenheden waren echter ver voor hun infanteriedivisies opgerukt, waardoor het moeilijk was om de omsingelde troepen opgesloten te houden. Ook waren de Duitse bevoorradingslinies erg zwaar belast. Brandstof, munitie en reserve-onderdelen bereikten niet of nauwelijks de frontlijneenheden.

De vernietiging van de pocket Białystok-Minsk kostte veel meer tijd dan Generalfeldmarschall von Bock had verwacht, want de omsingelde Sovjetsoldaten bleven doorvechten. Grote groepen Sovjets probeerden door de omsingeling naar het oosten uit te breken en andere groepen verdwenen in de bossen en moerassen, waar ze het begin van de partizanenbrigades zouden vormden. Deze groepen waren eerder een uitzondering, want uiteindelijk gaven 290.000 soldaten zich over.

Het Duitse plan was eenvoudig en eigenlijk een herhaling van de eerdere opmars naar Minsk. Panzerguppe 3, gesteund door het 9e Leger, moest ten noorden van de as Minsk-Smolensk oprukken. Dit gebied bestond echter uit moerasland en bossen. Het was niet geschikt voor de snelle Duitse troepen. De belangrijkste aanval zou daarom in het zuiden plaatsvinden. Panzerguppe 2, gesteund door het 4e Leger, moest de Berezina oversteken en daarna bruggenhoofden over de Dnjepr veroveren. Vanuit deze bruggenhoofden moesten ze naar het noorden aanvallen, Smolensk veroveren en contact maken met Panzergruppe 3. Door deze aanval zou het centrum van het Westelijk Front worden omsingeld.

Slagorde Wehrmacht thumb|400px|rechts|Situatie aan het Oostfront juni-augustus 1941 Heeresgruppe Mitte (Generalfeldmarschall Fedor von Bock) 4e Leger (Generalfeldmarschall Günther von Kluge) 7e Legerkorps (General der Artillerie Wilhelm Fahrmbacher) 9e Legerkorps (General der Infanterie Hermann Geyer) 12e Legerkorps (General der Infanterie Walter Schroth) 13e Legerkorps (General der Infanterie Hans Felber) 43e Legerkorps (General der Infanterie Gotthard Heinrici) 9e Leger (Generaloberst Adolf Strauß) 5e Legerkorps (General der Infanterie Richard Ruoff) 6e Legerkorps (General der Pioniere Otto-Wilhelm Förster) 8e Legerkorps (Generaloberst Walter Heitz) 20e Legerkorps (General der Artillerie Friedrich Materna) 42e Legerkorps (General der Pioniere Walter Kuntze) Panzergruppe 2 (Generaloberst Heinz Guderian) 24e Gemotoriseerde Korps (General der Panzertruppe Leo Geyr von Schweppenburg) 46e Gemotoriseerde Korps (General der Panzertruppe Heinrich von Vietinghoff) 47e Gemotoriseerde Korps (General der Panzertruppe Joachim Lemelsen) Panzergruppe 3 (Generaloberst Hermann Hoth) 39e Gemotoriseerde Korps (General der Panzertruppe Rudolf Schmidt) 57e Gemotoriseerde Korps (General der Panzertruppe Adolf Kuntzen)

Westelijk Front Na de vernietiging van de legers van het Westelijk Front van het Rode Leger in de Slag om Białystok-Minsk gaapte er een enorme opening in het centrale gedeelte van de Sovjetverdediging. Het 10e Leger en het 3e Leger waren vernietigd en het 4e Leger was zwaar gehavend. De weg naar Moskou was nagenoeg onverdedigd. Stalin hield generaal Dmitri Pavlov verantwoordelijk voor de nederlaag. Samen met de rest van zijn staf werd de generaal naar Moskou ontboden. Onmiddellijk na zijn aankomst werd hij gearresteerd door de NKVD, berecht en veroordeeld tot het vuurpeloton.

Stalin benoemde maarschalk Timosjenko tot de nieuwe bevelhebber van het Westelijk Front. Stavka stuurde onmiddellijk alle beschikbare legers vanuit het Reservefront naar Smolensk. Deze uit Siberië en de Kaukasus afkomstige legers waren echter nog ongetraind. Doordat de Luftwaffe zich tijdens de begindagen van Operatie Barbarossa voornamelijk had geconcentreerd op vliegvelden en tactische luchtsteun aan hun grondtroepen, was het spoorwegnet ten oosten van Smolensk relatief licht beschadigd. De verplaatsing van deze legers belastte het netwerk tot het uiterste, maar de opening in het front werd afgesloten voordat de Duitsers hun opmars hervattenGlantz (1995), blz.58Ziemke (1987) blz.29–30

Op 3 juli 1941 stonden zes nieuwe legers ter beschikking van het Westelijk Front om de Duitse aanvallen te blokkeren. In het noorden nam het 22e Leger posities in achter de Dvina, waarbij het zwaartepunt van de verdediging zich rond Vitebsk bevond. Tevens beschermde dit leger de linkerflank van het naburige Noordwestelijk Front. Het gebied tussen de Dvina en de Dnjepr, de zogenaamde landbrug van Smolensk, werd verdedigd door het 19e Leger en het 20e Leger. Maarschalk Timosjenko verwachtte hier de voornaamste Duitse aanval en hij had zijn beste eenheden in deze sector geconcentreerd. Ten zuiden van deze beide legers bevond zich het 13e Leger, dat zich had ingegraven op de oostelijke oever van de Berezina. Dit leger werd versterkt met de restanten van het 4e Leger, dat zwaar gehavend was tijdens de gevechten rond Minsk. De uiterste linkerflank van het Westelijk Front werd gevormd door het 21e Leger. Dit leger concentreerde zich aan de Dnjepr in de buurt van Rogatsjev en het vormde de verbinding met het Zuidwestelijk Front.

Ten slotte bevond het 16e Leger zich als reserve ten zuiden van Smolensk. Behalve deze legers rekende maarschalk Timosjenko ook op de Stalinlinie om de Duitse opmars te blokkeren. De Stalinlinie bestond uit een reeks van bunkers, kazematten en loopgraven, die waren aangelegd in de jaren 30. De linie was niet afgewerkt en de meeste kanonnen waren uit de bunkers verwijderd. Toch bleven de bunkers, bezet met troepen van het Westelijk Front, sterke fortificaties. Maarschalk Timosjenko hoopte dat de Stalin-linie de oprukkende Duitse troepen kon tegenhouden, of ten minste vertragen.Glantz (1995), blz. 58-59Ziemke, blz. 29–30

Stavka besefte dat als de Duitsers zouden doorbreken, ze Moskou konden bedreigen en daarom werden er nog twee extra legers gestuurd. Het 24e Leger werd gelegerd bij Vjazma, ten oosten van Smolensk op de weg naar Moskou en het 28e Leger nam posities in ten noorden van Brjansk. Zodra de opstelling van de legers van het Westelijk Front was voltooid, ging maarschalk Timosjenko in de aanval. Volgens de orders van Stavka moest hij de flanken van de Duitse Heeresgruppe Mitte aanvallen, Minsk heroveren en de beide Panzergruppen omsingelen en vernietigen. In het noorden plande hij een aanval van het 20e Leger, versterkt door twee mechanische korpsen en in het zuiden moest het 21e Leger, gesteund door de restanten van het 4e en 13e Leger, de flank van Panzergruppe 2 aanvallen.

Slagorde Rode Leger Westelijk Front (maarschalk Semjon Timosjenko) 13de Leger (luitenant-generaal F.N.Remesov) 45e Fuselierskorps 61e Fuselierskorps 16e Leger (generaal M.F.Loekin) 19e Leger (generaal Ivan Konev) 25e Fuselierskorps 34e Fuselierskorps 20e Leger (generaal P.A.Koerotsjkin) 69e Fuselierskorps 22e Leger (luitenant-generaal F.A.Jersjakov) 51e Fuselierskorps 62e Fuselierskorps 21e Leger (generaal V.I.Koeznetszov) 63e Fuselierskorps 6e Fuselierskorps 67e Fuselierskorps Reservefront (generaal G.K.Zjoekov) Het Reservefront werd op 30 juli 1941 gevormd uit het Front van Reservelegers. 24e Leger (generaal-majoor S.A.Kalinin) 28e Leger (luitenant-generaal V.I.Kachalov) 29e Leger (luitenant-generaal I.I.Maslennikov) 30e Leger (generaal-majoor V.A.Chomenko) 31e Leger (generaal-majoor V.N.Dolmatov) 32e Leger (luitenant-generaal N.K.Klykov)

Duitse opmars naar Smolensk : juli 1941 Lepel-offensief (5-7 juli) Terwijl het 9e Leger de laatste verzetshaarden ten westen van Minsk opruimde, hervatte Hoth met zijn Panzergruppe 3 zijn opmars naar het oosten. Het 57e Gemotoriseerd Korps stak op 3 juli 1941 de Dysna over, maar het kwam tot zware gevechten met het 22e Leger. De talrijke moerassen en bossen verplichtten de Duitsers om de hoofdwegen te gebruiken en de Sovjets concentreerden hun verdediging langs deze wegen. De Duitse tanks waren verplicht om de Sovjets frontaal aan te aanvallen. Het 22e Leger trok zich slechts langzaam terug en pas op 8 juli 1941 bereikte het 57e Gemotoriseerde Korps de Dvina ten noorden van Polotsk.

Gesterkt door de koppige verdediging van zijn 22e Leger probeerde maarschalk Timosjenko het initiatief naar zich toe te trekken. Doordat het 57e Gemotoriseerde Korps werd opgehouden, was zijn rechterbuur, het 39e Gemotoriseerfde Korps, sneller opgerukt en zijn linkerflank was ongedekt. Maarschalk Timosjenko gaf bevel tot een tegenaanval op de noordelijke flank van dit korps. In overeenstemming met de Sovjetdoctrine wierp hij zijn strategische reserve in de strijd om de doorgebroken aanvallers af te stoppen, terug te drijven en te vernietigen. Het was de bedoeling om Panzergruppe 3 ten westen van de Dvina te vernietigen. Het 5e Gemechaniseerde Korps en het 7e Gemechaniseerde Korps vormden met 2000 tanks de belangrijkste reserve van het Rode Leger. Op 6 juli gingen ze tussen Lepel en Orsja in de aanval. thumb|Panzer IV blokkeert brug nabij Lepel