Giulio Cesare Andrea Evola (Rome, 19 mei 1898 – aldaar, 11 juni 1974), beter bekend als Julius Evola, was een Italiaans filosoof en esotericus. Evola beschouwde zijn perspectieven en spirituele waarden als aristocratisch, mannelijk, traditionalistisch, heldhaftig, en reactionair.
In zijn jonge jaren was hij een futuristisch en dadaïstisch schilder en dichter. Hij was een criticus van de moderniteit en in Rivolta contro il mondo moderno ("Opstand tegen de moderne wereld") bestreed hij het liberale en democratische ideeëngoed en pleitte hij voor een terugkeer naar een Traditionele (met hoofdletter) samenleving gebaseerd op hiërarchie en geleid door een transcendente aristocratie met bovennatuurlijke krachten. In zijn boek Imperialismo pagano (''Heidens imperialisme'') meende hij dat de Westerse beschaving door het christendom was gedegenereerd in een zwak en materialistisch gelijkheidsdenken. Later bekende Evola dat dit een van de weinige werken was waar hij spijt van had.
De denkbeelden van Evola worden doorgaans als controversieel bestempeld. Hij was uitgesproken racistisch en antisemitisch. Hij behoorde tot de radicale factie van het Italiaanse fascisme en steunde het regime van Benito Mussolini, hoewel hij zich nooit committeerde in partij- of staatsfuncties en kritiek leverde op wat hij beschouwde als een gebrek aan radicalisme.Aaron Gillette, "Julius Evola and spiritual Nordicism, 1941–1943" in: Racial Theories in Fascist Italy, 2002, p. 158 Nog gunstiger stond hij tegenover het naziregime, waarvoor hij in 1943-1945 geheim agent was. Evola voerde het woord boreaal in als benaming voor de noordelijke oorsprong van de blanke Ariërs.Bijvoorbeeld in Julius Evola, Il mistero del Graal (1937), p. 47. 7. Il tema iperborea. La localizzazione, in una regione boreale, o nordico-boreale, divenuta inabitabile, del centre o sede originaria della civiltà 'olimpica' del ciclo aurea è un altro insegnamento tradizionale fondamentale, da noi altrove esposta con correspondenti argomentazioni. Una tradizione di origine iperborea nella sua forma originaria olimpica o in sue emergenze di tipo 'eroico', sta alla basi di azioni civizzilatrici svolte da razze che nel periodo estendentesi tra la fine dell età glaciale e il neolitico si irradiano nel continente euraziatico.books.google.nl Julius Evola tema iperborea thule. Geraadpleegd 5 februari 2020.A. James Gregor, Mussolini's Intellectuals: Fascist Social and Political Thought, 2009, p. 206
Leven Jonge jaren Evola werd geboren in Rome uit Siciliaanse ouders (beiden waren afkomstig uit Cinisi). Hoewel katholiek opgevoed, keerde hij zich op jonge leeftijd tegen deze religie onder invloed van denkers als Friedrich Nietzsche, Otto Weininger en Carlo Michelstaedter. Aangesproken door de antibourgeois retoriek van de futuristen Giovanni Papini en Filippo Tommaso Marinetti, begon hij in 1915 te schilderen. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog diende hij in de artillerie. In 1919 brak hij met het futurisme en associeerde hij zich met het dadaïsme. Hij was bevriend met Tristan Tzara, nam een dandy-pose aan en voerde zijn poëzie op bij de avant-garde. Op 22-jarige leeftijd stopte hij met schilderen en dichten. Ook zijn ingenieursopleiding maakte hij niet af.
Auteur en journalist onder Mussolini In een hang naar spiritualiteit en esoterie begon Evola oosterse teksten te bestuderen. Zijn filosofische geschriften uit deze periode gaven blijk van grote belangstelling voor de hiërarchie van het Indische kastenstelsel, waarbinnen hij zich identificeerde met de krijgerskaste kshatriya. Vervolgens hield hij zich bezig met alchemie en paganisme. Met Arturo Reghini richtte hij in 1927 de "Groep van Ur" op, een organisatie van geïnitieerden die tot doel had het fascistische regime van Benito Mussolini op magische wijze te beïnvloeden. Dit mislukte en de groep werd in 1929 opgedoekt. Ondertussen was Evola in ruzie gekomen met zijn mentor Reghini, die zijn boek Imperialismo pagano (1928) als plagiaat afdeed en een proces aanspande. De negatieve receptie van het boek in de fascistische pers was een onaangename verrassing voor Evola en de schandalen brachten zijn reputatie blijvende schade toe.Richard Drake, "Julius Evola, Radical Fascism, and the Lateran Accords" in: The Catholic Historical Review, 1988, nr. 3, p. 413
Reghini had Evola in contact gebracht met René Guénon, wiens idee van "integrale traditie" hij overnam, zij het met een activistische draai. Evola wilde invloed hebben op de praktische politiek. Hij ontwikkelde ideeën over gehoorzaamheid aan en verering van een priester-koning. In 1925 publiceerde hij een eerste politiek stuk in Lo Stato democratico, waarin hij de democratie over de hekel haalde. Nog in dat jaar verscheen La donna come cosa ("De vrouw als ding"), een artikel waarin hij stelde dat vrouwen alleen door passie werden bewogen en een inherent gebrek aan initiatief vertonen, wat zich uitte in hun absolute mediocriteit op het gebied van wetenschap en filosofie. Hij droeg vanaf 1927 bij aan de Critica fascista van Giuseppe Bottai en begon in 1930 zelf het blad La Torre (De Toren), dat het fascisme wilde bijsturen in radicale zin (wat hij zelf noemde zuiverder en meer compromisloos).Richard Drake, "The Children of the Sun", in: Fascism. Post-war fascisms, eds. Roger Griffin en Matthew Feldman, 2004, p. 222 Zijn elitaire kritiek op het fascisme viseerde onder meer de cultus rond de Duce en het beroep op de massa.Aaron Gillette, "Julius Evola and spiritual Nordicism, 1941–1943" in: Racial Theories in Fascist Italy, 2002, p. 156 Ook deze vorm van kritiek werd niet geduld en na vijf maanden stopte het blad.
Evola genoot echter de aandacht van de fascistische pers. In 1931 mocht hij beginnen schrijven voor La Vita Italiana van Giovanni Preziosi en ook Lo Stato van Carlo Costamagna publiceerde zijn stukken. Voor de krant Il Regime Fascista van Roberto Farinacci verzorgde hij van 1934 tot 1943 de culturele pagina. Hij gebruikte deze Diorama filosofico om een stem te geven aan Duitse intellectuelen die het naziregime steunden en ging hen ook opzoeken in hun thuisland. In 1934 hield hij een aantal voordrachten aan Duitse universiteiten. Ook werd hij uitgenodigd door de Herrenklub, een organisatie binnen de Conservatieve Revolutie waaraan hij veel waarde hechtte. Hij ontmoette rechts-radicale figuren als Corneliu Codreanu, Mircea Eliade, Carl Schmitt en Gottfried Benn. Zijn toenadering tot het Duitse nationaalsocialisme hield ook een "bijna serviele bewondering" in voor Heinrich Himmler. Hij liet zich in met de Ahnenerbe, een nazi-instelling die op pseudowetenschappelijke gronden theorieën over het Arische ras ontwikkelde. In de Schutzstaffel zag hij een spirituele leiderskaste, maar de bewondering was niet helemaal wederzijds. Een SS-rapport uit 1938 noemde hem een reactionaire fantast.
Oorlogsjaren Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Evola politiek actief. In Italië wilde Mussolini de rassenleer van Evola als officiële doctrine aannemen, in een poging de brug te slaan naar het eerder biologische racisme van de nazi's. De Duce gaf zijn steun aan Evola's plan voor een Duits-Italiaans blad Sangue e spirito / Blut und Geist, en liet hem een commissie oprichten om onderzoek te doen naar de raciale samenstelling van Italië. Het Ministerie van Populaire Cultuur betaalde hem voortaan een maandsalaris van 2000 lire,Peter Staudenmaier, "Racial Ideology between Fascist Italy and Nazi Germany: Julius Evola and the Aryan Myth, 1933–43", in: Journal of Contemporary History, 2019, p. 477-478. maar deze projecten bleven uiteindelijk steken in de voorbereidingsfase.
In september 1943 was Evola deel van het welkomstcomité dat Mussolini – die door de Duitsers uit de gevangenis was bevrijd – ontving in Hitlers hoofdkwartier.Elisabetta Cassina Wolff, "Evola's Interpretation of Fascism and Moral Responsibility" in: Patterns of Prejudice, 2016, nr. 4-5, p. 484. In Rastenburg tolkte hij tijdens de gesprekken tussen Hitler en Mussolini waaruit de Salò-republiek ontstond. Evola keerde op 18 september terug naar deze marionettenstaat. Hij richtte er de Movimento per la Rinascita dell'Italia op ("Beweging voor de wedergeboorte van Italië") en werkte er voor de Duitse inlichtingendienst SD.Dana Lloyd Thomas, Julius Evola e la tentazione razzista, 2000, p. 230-233 Na de instorting van het regime vluchtte hij van Rome naar Berlijn en vervolgens naar Wenen, waar hij in januari 1945 verlamd raakte in een geallieerd luchtbombardement. De rest van zijn leven was hij aangewezen op een rolstoel.
Naoorlogse activiteiten Na jaren in ziekenhuizen en sanatoria keerde Evola in 1951 terug naar Rome. Hij kreeg een uitkering van de Opera Nazionale Invalidi di Guerra en vulde zijn inkomen aan met schrijf- en vertaalwerk.Gianfranco de Turris, Julius Evola. The Philosopher and Magician in War, 1943-1945, 2020, p. 132 Datzelfde jaar werd hij vervolgd als intellectuele instigator en apologeet van het fascisme, in verband met de FAR-aanslagen. Hij zat zes maanden in voorhechtenis maar werd op 20 november vrijgesproken door het Hof van Assisen van Rome. Ter verdediging had hij aangevoerd dat hij geen fascist was maar een superfascist. Hij had potentie gezien in de fascistische beweging en haar fouten willen hervormen.
In het naoorlogse Italië bleek de onvatbare en vrijblijvende filosoof (hij had geen ambten opgenomen en zich nooit lid gemaakt van de Partito Nazionale Fascista) een geschikte figuur om rechtsextremistische intellectuelen te verzamelen.Richard Drake, "The Children of the Sun", in: Fascism. Post-war fascisms, eds. Roger Griffin en Matthew Feldman, 2004, p. 227-228 Zijn latere geschriften werden het ideologische startpunt voor het neofascisme en radicaal-rechts.Elisabetta Cassina Wolff, "Evola's Interpretation of Fascism and Moral Responsibility" in: Patterns of Prejudice, 2016, nr. 4-5, p. 480.
Hij cultiveerde wat ambiguïteit en zei hij dat hij "fascist noch antifascist" was geweest. Ook schreef hij dat het fascisme niet echt traditionalistisch was, en dus niet wezenlijk anti-modern. Een holocaustontkenner werd hij niet, maar op een vraag over die genocide antwoordde hij dat geen prijs te hoog zou zijn geweest voor een overwinning van de Asmogendheden.Nigel Copsey, "Neo-Fascism: A Footnote to the Fascist Epoch?" in: Beyond the Fascist Century. Essays in Honour of Roger Griffin, eds. Constantin Iordachi en Aristotle Kallis, 2020, p. 123
Racisme en antisemitisme Evola ontwikkelde een rassenleer die in zijn eigen woorden 'totalitair' was en die een biologisch-anthropologische component cumuleerde met een 'spirituele' component. Vanaf 1934 construeerde hij een raciale hiërarchie gebaseerd op erfelijkheid, maar met verwerping van de evolutietheorie en delen van de genetica die niet in zijn kraam pasten. Hij ontwikkelde zijn zienswijze verder in Drie aspecten van het joodse probleem (1936) en De mythe van het bloed (1937). Hoewel de Italiaanse rassenwetten van oktober 1938 vooral biologisch geïnspireerd waren, bleef de racistische variant van Evola niet zonder invloed. Zijn ideeën kregen definitief vorm in Synthese van de rassendoctrine, verschenen in januari 1941. Mussolini las het in augustus en was er zo enthousiast over dat de auteur in de titel van de tweede druk mocht spreken over de fascistische rassendoctrine.Richard Drake, "The Children of the Sun", in: Fascism. Post-war fascisms, eds. Roger Griffin en Matthew Feldman, 2004, p. 225