thumb Het Munster van Bad Doberan (Duits: Doberaner Münster) was tot het midden van de 16e eeuw de kloosterkerk van een belangrijk cisterciënzer klooster en is tegenwoordig de protestantse kerk van Bad Doberan. Wegens de unieke gotische inrichting zijn er (vergeefse) pogingen ondernomen om het kerkgebouw op de UNESCO-Werelderfgoedlijst te plaatsen (afwijzing in 2014).

Geschiedenis De kloosterkerk Nadat de West-Slavische koning Pribislav zich in 1164 tot het christendom had bekeerd, stond hij Berno, de eerste bisschop van Schwerin, toe een klooster te stichten. In 1171 werd het klooster betrokken door cisterciënzer monniken. Dankzij royale schenkingen wist dit eerste klooster van Mecklenburg al gauw een aanzienlijk grondbezit te verwerven. Na de dood van Pribislav ontbrandde een gewelddadige erfopvolgingskwestie. Tijdens het geweld werd het klooster verwoest, waarbij 78 mensen omkwamen. Van het oude klooster staan nog resten van de kloosterschuur in Althof, destijds een dorp bij Doberan, dat tegenwoordig deel uitmaakt van Bad Doberan. Een nieuwe vestiging volgde in 1186 in Doberan.

In het jaar 1232 stond op het kloosterterrein een kleinere romaanse voorgangerkerk. Deze kerk werd in de 13e eeuw door een nieuwe munsterkerk vervangen. Omstreeks 1280 begon men met de bouw, waarbij delen van de romaanse kerk in de nieuwbouw werden geïntegreerd. Omstreeks 1297 waren de ruwe bouw en het dakwerk van de gotische munster voltooid. De wijding van het nieuwe kerkgebouw vond eerst in 1368 plaats. Vele hertogen en vorsten zouden in deze kerk worden begraven, hetgeen het politieke belang van het gebouw onderstreepte.

Tot de reformatie bezat het klooster veel grond. Vanwege de geïsoleerde ligging en de onbeduidende positie van Bad Doberan gingen vanaf de opheffing van het klooster in 1552 tot in de 19e eeuw nieuwe bouwstijlen van de renaissance, de barok en de rococo aan de munsterkerk voorbij. Ondanks alle verliezen in de afgelopen eeuwen heeft de kerk nog de meest volledige inrichting van alle cisterciënzer kloosterkerken (85%).

Reformatie In het begin van de 16e eeuw kreeg de nieuwe leer van Maarten Luther steeds meer aanhang in Mecklenburg. De meest belangrijke aanhangers van Luther waren de beide hertogen Hendrik V en Albrecht VII. Beide broers waren beïnvloed door de reformatie, maar tussen hen ontstond politieke rivaliteit. Terwijl Hendrik trouw bleef aan het nieuwe geloof, zich aansloot bij de alliantie van Torgau, een verbond van protestantse vorsten, en de reformatie invoerde in zijn landsdeel, keerden Albrecht en zijn vrouw weer terug naar de katholieke moederkerk. Het openlijke conflict tussen de beide broers leidde in 7 mei 1520 tot de deling van Mecklenburg in de landsdelen Schwerin en Güstrow. Na de dood van Albrecht VII werd het gebied waarin het klooster Doberan lag toebedeeld aan Schwerin, hetgeen onder controle stond van Hendrik V. Deze benoemde in 1521 Joachim Slüter als reformator voor Mecklenburg aan de universiteit van Rostock. Tijdens een in 1535 georganiseerde visitatie in het gebied van Schwerin werd ook het klooster van Doberan bezocht. Het klooster stond evenwel nog onder de bescherming van de hertog, die zich uit politieke overwegingen bij de invoering van de reformatie op de achtergrond hield. Hierdoor trad Mecklenburg, ondanks dat de meerderheid van de bevolking zich al protestants noemde, officieel pas relatief laat toe tot de nieuwe leer (1549). Een nieuwe kerkorde regelde de secularisatie van de kloosters en op 7 maart 1552 kwam het tot een vergelijk tussen de abt van klooster Doberan en de hertog, waarin de abt verklaarde dat hij het klooster en de bezittingen ganns freywiligk, ungezwungenn unnd ungedrungenn over had gedragen. Overigens kan op grond van geschriften worden vastgesteld dat de abt al na de eerste visitatie van 1535 ernstig rekening hield met de neergang van zijn klooster. Na de opheffing trokken de abt met zijn medebroeders zich in het dochterklooster Pelplin terug. In Doberan werd een hertogelijk ambt ingericht en het klooster met de bezittingen werden door de hertogelijke hoofdman Jürgen Rathenow in bezit genomen. Uit de kloosterkerk werden de relieken verwijderd en het plan was om het complex als steengroeve te gebruiken. Omdat Ulrich van Mecklenburg-Güstrow de kloosterkerk als grafkerk van het vorstenhuis wilde behouden, werd na de eerste afbraak van delen van de kloostergebouwen voorkomen dat ook het munster steen voor steen werd afgebroken. Al snel daarna begon op initiatief van zijn vrouw Elisabeth een grondige renovatie van de inmiddels bouwvallig geworden kerk. Met de benoeming van een predikant in 1564 werd het munster een parochiekerk.

Na de reformatie Tijdens de Dertigjarige Oorlog werden het munster en het kloosterterrein geplunderd en vernield. Al na een jaar begon het herstel van de kerk. Tegen het einde van de oorlog werden nog enkele kloostergebouwen gesloopt. Tijdens de Franse bezetting van Mecklenburg door de troepen van Napoleon van 1806 tot 1813 liepen de overgebleven gebouwen opnieuw schade op. De voormalige kloosterkerk werd nu als magazijn in gebruik genomen.

In de 19e eeuw werden grootschalige renovaties aan de kerk uitgevoerd.

De Tweede Wereldoorlog en de DDR-periode wist de kerk goed te doorstaan. Ook de atheïstische overheid van de DDR zag het belang in van het behoud van dit fraaie monument van Duitse baksteengotiek. Het munster werd op de derde plaats van de lijst van nationale monumenten met internationale allure geplaatst.

Vanaf 2002 werd een meerjarig restauratieprogramma uitgevoerd. In 2009 sloot men de renovatie van het Schuke-orgel af. Het munster wordt tegenwoordig gebruikt voor de erediensten, maar ook voor concerten. Jaarlijks bezoeken circa 200.000 toeristen de kerk.

Interieur thumb|Hoogaltaar en sacramentstoren thumb|Kruisaltaar thumb|Marialuchter thumb|Kast voor het vaatwerk (1310) thumb|Praalgraf Monument graaf Samuel von Behr thumb|Octogon-Kapel (circa 1370) thumb|Grafmonument Adolf Frederik I en Anna Maria van Oost-Friesland thumb|Bülow-kapel, neogotische beschildering

Hoofdaltaar Het hoofdaltaar (circa 1300) is een vroeg voorbeeld van een vleugelaltaar. Zonder de pinakels is het hoogaltaar vier meter hoog; het werd in de 19e eeuw gerestaureerd. De zeven nissen met wimpergen in het centrale deel boden ooit plaats aan relikwieën. Boven het middendeel verheffen zich drie sierlijke pinakels, waarvan de middelste tot een hoogte van zes meter reikt. Op de vleugels staan in de beide bovenste beeldenrijen scènes uit het Oude en Nieuwe Testament. De beelden van de onderste rij zijn van iets jongere datum en onderscheiden zich niet alleen stilistisch maar ook inhoudelijk (het betreffen de 12 apostelen, de beschermheiligen tegen de pest,paus Fabianus en Sint-Sebastiaan en de kroning van Maria).

Kruisaltaar Het dubbelzijdige kruisaltaar bevindt zich tegenwoordig weer op de oorspronkelijke plek tussen het voormalige monnikenkoor en het koor van de lekenbroeders. Het verenigt een tweezijdig vleugelaltaar met een eveneens tweezijdig, 15 meter hoog monumentaal triomfkruis en dateert uit 1360-1370. Tijdens de wijding van de kerk in het jaar 1368 was het al grotendeels gereed. Het betreft in zijn soort en periode het meest monumentale werk in heel Europa. Het kunstwerk is aan beide zijden met meer dan 30 Bijbelse voorstellingen voorzien. Aan de westelijke zijde is het werk opgebouwd met een predella, retabel en triomfkruis, terwijl de oostelijke zijde is opgebouwd met een reliekschrijn, retabel en "de Goede Boom van Maria" in kruisvorm. Het kruis kreeg de vorm van een levensboom, in overeenstemming met Christus' woorden: "Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken" (Johannes 15:5).

Het Corpus-Christi-altaar Het Corpus-Christi-altaar met een avondmaalspaneel (1330) toont een van de oudste paneelschilderijen van Mecklenburg. In de periode van het klooster stond het vermoedelijk in een kapel van het westelijke poortgebouw en het wordt in verband gebracht met een Heilig-Bloed-relikwie. Het geschilderde schrift dateert uit het tweede kwart van de 14e eeuw. Sinds 1700 ontbreekt een altaarvleugel op de linker kant.

Marialuchter Een van de mooiste kunstwerken in de munsterkerk is de luchter met een Mariabeeld. De luchter in de huidige vorm ontstond in twee stijlperiodes. Het oudste deel van de luchter is het Mariabeeld met het Christuskind en betreft een van de vroegste voorbeelden van een madonna staande op de maansikkel in Duitsland. Oorspronkelijk stond dit eikenhouten beeld uit circa 1300 in de middelste nis van het hoogaltaar. Door een verbouwing aan het altaar kon het beeld niet terug worden geplaatst en in het jaar 1400 werd de madonna onderdeel van de nieuw vervaardigde luchter. Naar de Openbaringen van Johannes 12:1: "Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd" wordt de hemelkoningin met baldakijn, sterrenkroon, zon en maansikkel als een apocalyptische madonna voorgesteld.

Sacramentstoren De sacramentstoren werd na de slotwijding van de kerk in 1368 voltooid. Het 11,60 meter hoge kunstwerk werd in de vorm van een reusachtige gotische monstrans gebouwd. Het van eikenhout vervaardigde kunstwerk is het oudste tabernakel van zijn soort in Duitsland. De verwerkte beelden hebben allen een relatie tot de viering van de heilige mis.

Vaatwerkkast Links naast de sacramentstoren staat een kast uit het jaar 1310. In de twintig vakken werd het liturgisch vaatwerk voor de twee hoofd- en 18 nevenaltaren bewaard. Het is het oudste voorwerp van de munsterkerk en het werd speciaal voor de nieuwe gotische munster gemaakt. Het is een uiterst zeldzaam stuk kerkmeubilair, waarvan er nog slechts één bestaat in een Deens klooster. Op de binnenzijde van de deuren zijn twee oudtestamentische figuren geschilderd: Melchizedek met de kelk en Abel met het lam. Zij bieden hun gaven aan een buste van een zegenende Christus aan. Christus houdt een opengeslagen boek voor, waar vroeger een oudtestamentische tekst stond om de priesters tot zorgvuldigheid in de omgang met het sacrale vaatwerk te manen. Van de oorspronkelijk zestien reliëfbeelden op de buitenkant van de deuren zijn er slechts vier bewaard gebleven.

Credenskast Rechts naast het hoogaltaar staat een gotische credenskast uit circa 1300.

Lessenaar De lessenaar in het koor werd in de 19e eeuw gemaakt door de uit Doberan gevestigde kopersmid Steusloff. Het betreft een imitatie van de lessenaar in de dom van Hildesheim. De adelaar is hier het symbool van Christus en het geloof, dat het kwaad overwint. De lessenaar werd in 2002 gerestaureerd.

Mühlenaltaar Het Mühlenaltar is een altaar uit circa 1410-1420 en werd waarschijnlijk geschonken door Albrecht III van Mecklenburg en zijn tweede vrouw Agnes. Het staat in het noordelijke deel van de kapellenkrans. Het centrale paneel toont "Het vleesgeworden Woord" naar het evangelie van Johannes op een zeer beeldende wijze. Boven gieten de vier evangelisten het Woord Gods in de molentrechter. De molen in kruisvorm symboliseert Christus. De twaalf apostelen drijven de molen aan en de vier kerkvaders vangen onder de spijzen in de kelk op en rijken ze aan de gelovigen uit.

Levietenstoel Het levietengestoelte dateert gedeeltelijk uit de 14e eeuw. Het originele baldakijn bevindt zich boven het altaar van de Sint-Helena en Andreaskerk te Ludwigslust. Het baldakijn boven het levietengestoelte is een reconstructie uit de 19e eeuw.

Astronomisch uurwerk Boven de westelijke ingang hangt het cijferblad van het in de Dertigjarige Oorlog verwoeste astronomische uurwerk. Het uurwerk met een calendarium werd omstreeks 1390 gemaakt. In de vier hoeken zijn beroemde filosofen en astronomen aangebracht.

Koorgestoelte monniken en kansel