Sophie is een Belgische stripreeks van de hand van tekenaar Jidéhem (Jean De Mesmaeker) waarbij hij vaak werd bijgestaan door scenarist Vicq (Antoine Raymond). De reeks draait rond het jonge meisje Sophie Karapolie (Frans: Sophie Karamazout). Vaak verzeilt ze in avonturen waarbij criminele figuren uit zijn op het stelen van de uitvindingen van haar vader.

Achtergrond Jidéhem was reeds enkele jaren actief als medewerker van André Franquin bij de reeks Guust. Vanaf 1957 kreeg hij ook de leiding over de autorubriek Starter die wekelijks in weekblad Robbedoes verscheen. Starter werd het hoofdpersonage van Jidéhems eerste eigen stripreeks waarvan in 1959 (La Révolte des Autos) en 1960 (De Geschiedenis van de Auto) twee korte verhalen verschenen. Het eerste lange Starterverhaal Starter tegen de Brokkemakers werd in Robbedoes nr. 1208-1234 (1961) gepubliceerd. Dit werd gevolgd door Het huis aan de overkant gepubliceerd in Robbedoes nr. 1297-1318 (1963). Ondertussen groeide bij Jidéhem de wens om een vrouwelijk hoofdpersonage bij weekblad Robbedoes te introduceren. Toen hij de eerste schetsen van een 17- à 18-jarig aantrekkelijk meisje met een duidelijke boezem voorlegde aan uitgever Dupuis stuitte hij op verzet van deze laatste. Dupuis was ervan overtuigd dat een vrouwelijk hoofdpersonage niet zou aanspreken bij een weekblad dat bedoeld was voor jongens. Bovendien was er in die tijd nog veel censuur (tekenen van sexy vrouwen was in die tijd uit den boze). Jidéhem kreeg wel de toelating om een klein meisje te laten meespelen als nevenfiguur in een verhaal van Starter. Jidéhem noemde het meisje Sophie Karapolie (Frans: Sophie Karamazout). Haar voornaam ontleende hij van de Franse actrice Sophie Desmarets. De familienaam Karamazout verwees naar De gebroeders Karamazov van de Russische schrijver Fjodor Dostojevski. Jidéhems pasgeboren dochtertje kreeg ook de naam Sophie (Sophie De Mesmaeker). Sophie zou aanvankelijk slechts in één verhaal meespelen, Het ei van Karapolie verschenen in Robbedoes nr. 1345-1365 in 1964, maar dat was buiten het lezerspubliek gerekend. Toen bleek dat er meer lezersbrieven kwamen voor Sophie dan voor Starter zou het meisje al snel de hoofdrol krijgen. De bel der stilte, verschenen in Robbedoes nr. 1433-1458 (1965) werd het laatste verhaal van Starter als hoofdpersonage. Zowel Het ei van Karapolie als De bel der stilte als een herwerkte versie van Het huis aan de overkant verschenen later in albumvorm onder de Sophiereeks. Starter kreeg uiteindelijk geen eigen albumreeks. Starter tegen de Brokkemakers werd uitgegeven in de reeks Jeugdzonden (nr. 21, 1985). Van Sophie verschenen in totaal 20 albums bij uitgeverij Dupuis van 1968 tot 1995. Jidéhem zou achteraf verklaren dat zijn aanvankelijk volwassen Sophie bedoeld was als een personage waarop Pieters tot over zijn oren verliefd zou worden en allerlei gekke dingen zou uithalen om het hart van het meisje te veroveren. Dit idee werd dus afgewezen door Dupuis, maar de evolutie naar een groeiende populariteit van vrouwelijke (en soms verleidelijke) striphelden had hij hiermee niet kunnen tegenhouden. Niet veel later kregen immers de volwassen stripheldinnen Natasja en Yoko Tsuno hun eigen reeks.Kleine meisje Sophie was ooit groot.

Personages

Sophie Sophie is een elf jaar oud donkerharig meisje, dat was gecreëerd door haar vader, Mijnheer Karapolie, met de ingrediënten "suiker, zout en alles waar je van houdt" (naar een bekend Engels gezegde waar meisjes naar verluidt van gemaakt worden: Sugar and spice and everything nice). Ze draagt haar lange haren steevast in twee staartjes, elk staartje samengehouden door een strik. Vooral in de eerste verhalen is Sophie kwajongensachtig en speels, maar ze is eveneens "typisch" meisjesachtig. Zo bezit ze een uitgebreide kleerkast. In tegenstelling tot veel stripfiguren (ook vrouwelijke) draagt Sophie niet doorgaans dezelfde outfit, maar houdt van veel afwisseling. Kleedjes, rokken, broeken, hemdjes, T-shirts, ze draagt ze allemaal zolang het maar meisjesachtig is. Zo draagt ze haar mooiste zomeroutfit, die bestaat uit een strohoed met een lint, een wit jurkje met pofmouwen en een lint, witte bloeiers, witte strakke kousen en een paar glimmende zwarte schoenen. Als dochter van een elektrotechnicus is ze niet enkel slim, maar ook bijzonder charmant. Haar vrouwelijke charme gebruikt ze vaak om mannen te overtuigen van haar gelijk of om hen haar wil op te kunnen leggen. Ze doet dit echter nooit om er zelf beter van te worden. Sophie haat immers onrecht en wil steeds haar medemensen die in nood verkeren, helpen. Ze houdt ook niet van geweld en zet daarbij ook anderen aan om geweldloze oplossingen te bedenken. En dat valt niet altijd mee, omdat ze zonder moeder en vrouwelijke medespelers in een mannenwereld leeft. In de 3 laatste albums is Sophie enkele jaren ouder (ongeveer 14 of 15). Wie de moeder van Sophie is, is niet bekend. Ze komt nooit in de strips voor en er wordt ook nooit over haar gesproken.

Mijnheer Karapolie Hij is de vader van Sophie en elektrotechnicus van beroep. Hij heeft blond haar en draagt een bril. Samen met zijn dochter en hun butler Jozef wonen ze in een villa in een rustige buurt vlak buiten de stad. Op deze rustige plek kan hij zich naar hartenlust storten op nieuwe uitvindingen, vaak in opdracht van een belangrijke firma (dat geld moet toch ergens vandaan komen nietwaar?). Soms roept hij hierbij de hulp in van Starter en Pieters. Zijn meest bekende uitvindingen zijn: het ei, de bel der stilte en de KA-straal. Deze uitvindingen durven nogal eens ten prooi vallen aan hebzuchtige bandieten die zich op een oneerlijke manier willen verrijken. Zoals de meeste uitvinders, is Karapolie weleens verstrooid. Soms is hij zo verdiept in zijn werk dat hij niet merkt dat dochterlief weer eens op onderzoek uit is. Hij rookt graag een pijpje. Zijn voornaam is niet bekend.

Starter Hij heeft donker haar en draagt meestal een lichtblauw hemd, lichtblauwe broek en witte schoenen. Van beroep is hij mecanicien. Hij test ook wagens voor het Weekblad Robbedoes. Om die reden wordt zijn hulp weleens gevraagd door mijnheer Karapolie. Net als Sophie is hij steevast uit op avontuur strijdend tegen onrecht en boeven. Zijn uitstekende rijderkunsten komen hierbij heel goed van pas.

Pieters (Frans: Pipette) Pieters is de beste vriend van Starter waarmee hij samenwoont. Ook hij werkt voor weekblad Robbedoes als tester maar dan van tweewielige motorvoertuigen. Pieters is eigenlijk de tegenpool van Starter. Daar waar Starter eerder rustig en bedachtzaam is, is Pieters onbesuisd en stuntelig. Hij is nogal licht ontvlambaar, vooral als men (en vooral Sophie) de draak met hem steekt. Ondanks dat is hij ook steeds bereid om mensen in nood te helpen. Hij is een levensgenieter die wel houdt van lekker eten en een glaasje. Hij is ook de trotse eigenaar van “Zoef”. Pieters is doorgaans getooid in een groen hemd en bruine broek. Hij wordt door Sophie weleens liefkozend "Oompje Pieters" genoemd. Net als Starter wordt zijn familienaam nooit genoemd.

Zoef (Frans: Zoé) Zoef is een pikzwarte auto. Hij is echter niet zomaar een wagen, maar een echte oldtimer, meer bepaald een Fiat 509. Het was de vroegere auto van Jidéhems collega Jean Verbruggen (ook bekend onder het pseudoniem Phumiphon) die nog over veel foto's beschikte van de Fiat die model stond voor Zoef. Deze wagen zou later eveneens model staan voor de gele auto van Guust Flater. Wat Zoef echter zo bijzonder maakt, is dat hij een auto is met een eigen wil. Dit komt doordat hij is uitgerust met een elektronisch brein hem gegeven door zijn schepper mijnheer Buis. Zoef kan dus uit zichzelf sturen, hetgeen soms tot hilarische situaties leidt voor diegene die hier anders over willen beslissen. Hij kan echter niet zonder benzine. Hij wil enkel benzine van het merk “Super”. Als je hem probeert iets anders te geven, zal hij zijn ongenoegen op gepaste wijze uiten. Ook boeven en mensen die hem gemeen behandelen zal hij van antwoord dienen door hen roet in het gezicht te blazen. Hij heeft om onbekende reden iets tegen agent Dorus. De volledige naam van de agent is Theodorus al wordt hij in album 18 Theofiel genoemd. Als Zoef deze agent ziet, is hij niet meer te houden (zelfs niet door Sophie). Na het overlijden van de heer Buis, kwam diens landgoed en dus ook Zoef in handen van Pieters. Zoef kan niet spreken, maar kan als hij iets grappig vindt een lachend geluid maken met zijn motor. De tekenaar noemde de wagen naar zijn hond, Zoé. Disney inspireerde zich wellicht ook op Zoef voor de creatie van Herbie, die 5 jaar na de introductie van Jidéhems wagen het levenslicht zag.

Joseph (Frans: Joseph) Hij is de butler van Sophie en haar vader die bij de familie Karapolie inwoont. Hij kookt, onderhoudt het huis en speelt voor taxichauffeur. Hij heeft echter nooit een vooraanstaande rol in de strips. Hij is niet zo avontuurlijk aangelegd.

Bertje (Frans: petit Bernard) Hij is de beste vriend van Sophie, een jaar of twee jonger. Hij is meestal van de partij in de kortere avonturen van Sophie. Hij is nogal een angsthaas en schuwt vervelende situaties. Als hij dan zelf in een lastig parket zit, roept hij steevast de hulp in van Sophie. Bertje kan heel hard gillen, waardoor mensen hem nogal eens gaan vergelijken met een sirene. Ondanks zijn gebreken blijft Sophie zijn trouwe vriendin. In een aantal eerdere verhalen wordt Bertje nog Harrietje genoemd.

John Minzwijnoff (Frans: Ptikochonof) Dit kalende corpulente heerschap is steeds gehuld in een duur pak. Hij geeft zich graag uit voor een belangrijk zakenman. In werkelijkheid is hij echter een boef van het laagste soort. Hij deinst voor niets terug en is meestal de eerste om de uitvindingen van Karapolie afhandig te maken om deze voor veel geld te kunnen verkopen. Ondanks de hulp van (meestal niet zo snuggere) assistenten stuit hij telkens weer op die dekselse Sophie die de uitvindingen van haar vader als een leeuwin verdedigt. Hij is zowat de enige man die Sophie niet kan inpalmen met haar charmes. Andere boeven daarentegen weet Sophie wel vaker op het goede pad te brengen. Het strelen van de ijdelheid lijkt toch steeds wonderen te doen, waarvan Sophie handig gebruikmaakt. Van alle criminelen is hij degene die het vaakst terug opduikt.

Vink Hij is parkwachter van beroep en moet constant vrezen voor zijn baantje. Zijn werkgever die hij altijd “mijnheer de inspecteur der gemeenteparken” noemt is er immers steeds op uit om hem te ontslaan wanneer er dingen in het park gebeuren die hem niet zinnen. Vaak zijn dit gebeurtenissen waaraan de veel te brave Vink zelf niets aan kan doen. De inspecteur toont hier echter geen begrip voor. Hij is lichtgeraakt en je jaagt hem de bomen in als hij merkt dat je op het gazon van het park durft te lopen. Als Vink weer een ontslag boven het hoofd hangt, is er gelukkig Sophie die hem haar hulp aanbiedt. Op die manier kan hij zijn baantje behouden. Al is het een rotbaan, Vink vindt het beter dan werkloosheid.

Mijnheer Grijpstuiver Deze kale magere man met snorretje is de rijkste persoon van de stad. Hij is de grote baas van een schoenenbedrijf en verschrikkelijk gierig. Hij woont helemaal alleen in een villa. Als een kind per ongeluk een bal of een ander stuk speelgoed verliest op het erf van dit gierig heerschap, neemt hij dit meteen in beslag. Hij eigent zich dit eigenlijk onrechtmatig toe. Met al deze spullen doet hij overigens niets, want het komt allemaal terecht in zijn kelder. Al verdient hij het niet, toch helpt Sophie hem als de vrek zelf onrecht wordt aangedaan. Grijpstuiver is niet enkel vrekkig naar anderen toe, maar ook voor zichzelf. Zo hergebruikt hij bijvoorbeeld een theezakje meerdere malen en is een gebakken eitje voor hem een ware feestmaaltijd. Zijn voornaam is Oscar. Hij wordt in eerdere verhalen ook wel mijnheer Grijpgraag genoemd.

Ernest